woensdag 2 maart 2016

Eenheid en Tawhid, Mohammed een godlasteraar. (3)

De allerhoogste eenheid van Allah wordt heel onmiddellijk en direct vertaald en toegepast op de aardse en sociaal maatschappelijke realiteit. Een kenmerk van de Islamitische exoterie. Dit is het politiseren van het goddelijke onkenbare. Dit is godslastering of blasfemie want het onkenbare waaraan geen eigenschappen kunnen worden toegekend wordt verlaagd, er worden constant eigenschappen toegekend. Maar de Islamitische god mag dat kennelijk doen, hij mag met zichzelf in tegenspraak zijn. Want, wie zijn wij? Allah weet het beter.........

Zo wordt er bijvoorbeeld gezegd; ‘Hij’ is onafhankelijk, uit zichzelf bestaand (=ongeschapen en onsterfelijk) zichzelf genoeg, eeuwig. Hij verwekte niet, nog werd hij verwekt. Het gebruik van het woordje ‘hij’ is een voorbeeld van hoe het ‘heilige hele ene’ dat buiten tijd en vorm is, wordt beperkt en vermenselijkt, zelfs vermannelijkt. ‘Hij is de Ene’! Dit gebeurd in een en dezelfde zin. Hadden die Gabriël en Allah niet een beter filosofisch onderlegde boodschapper kunnen vinden?

Dit werkt verder door in het Mohammedaanse denken. Zo kun je daar horen; 'hoe kan ik onverschillig blijven bij het zien van iets dat Allah haat'. Dit is al godslastering. Allah wordt hier de eigenschap van haat toegeschreven. Dat het in dit geval de eigenschap van haat is doet er eigenlijk niet zoveel toe. Een eigenschap toeschrijven aan dat waar je geen eigenschappen aan toe kunt schrijven een godslastering noemen en daarna over de haat van Allah spreken…. dat moet toch wel tot kortsluitingen leiden?

Het ‘ondefinieerbare’ wordt hier vereenzelvigt met een god die de mens schiep naar zijn beeld en gelijkenis. Hier niet meer te ontwarren van, de mens die god schiep naar zijn eigen beeld en gelijkenis. In een moeite door wordt die hoogste betekenis van Allah vereenzelvigt met de god van een volk die wanneer het hem zint de voorkeur geeft aan een ander volk. Over toeschrijven van eigenschappen gesproken, dus over godlastering gesproken....

Had de Koran de bedoeling om het godsbeeld van ‘de mensen van het boek’, d.w.z. de Joden, Christenen en Zoroastriërs, naar een hoger en mystieker plan te verheffen dan lijkt mij dit een slechte poging geweest te zijn. Maar wellicht was er niet zo’n mystieke – spirituele bedoeling maar meer een politieke bedoeling. Misschien was de bedoeling meer exoterisch dan esoterisch. De leer van tawhid wordt inderdaad volledig in de praktijk gezet en vastgelegd middels de oemma en de sharia. Deze drie plus de 5 zuilen van de Islam maken de eenheid van de Islam zo hard en ongenaakbaar. Juist omdat het allerhoogste, transcendente onmiddellijk en totaal in het uiterlijke aardse is omgezet.

Verband tussen godsbeeld en mensbeeld

Transcendente, absolute almacht ongefaseerd omgezet in samenlevingsvormen. Dit is een van de belangrijke verschillen met een meer esoterische leer. Het toeschrijven van bovenmenselijke dimensies aan een anderszins vermenselijkt godsbeeld kan niet zonder gevolgen blijven. Er is namelijk een grote samenhang van het godsbeeld en het mens- en zelfbeeld dat mensen hebben. Absolute grenzeloze wil en dito vrijheid en willekeur (want immers ondefinieerbaar en onkenbaar) toeschrijven aan een mensvormige god waar mensen zich aan onderwerpen, aan gehoorzamen en zich in feite dus mee identificeren moet wel gevolgen hebben voor de psychologie en de cultuur van de gelovigen. Een onderworpene aan Allah mag en zal nooit inbuigen naar iets anders dan Allah.... Hoe (geestelijk) soepel leef je dan in een wereld vol diversiteit, en vooral, hoe leef je dan in een niet-Islamitisch land?

Natuurlijk zijn er grote voordelen aan te wijzen in de ontwikkeling naar een monotheïstisch en mensvormig godsbeeld. Er zijn echter ook nadelen. Daarom moeten er borgingen zijn in een religieuze totaliteitscultuur zoals de islamitische. Borgingen in de zin van wegen en mogelijkheden om het exoterische, letterlijke uiterlijke geloof te balanceren met esoterie, verdieping, meerzinnigheid, differentiatie en nuancering. Er moet openheid en persoonlijke vrijheid zijn om innerlijke ervaring en onderzoek een rol te laten spelen.

De Soefi en andere esoterische tradities hadden die borgingsfunctie kunnen krijgen. Maar esoterie en mystiek hebben door de strakke dogmatische grip van de islam op het zielenleven van de gelovigen niet lang kunnen overleven. Na Ibn Arabi en Suhrawardi hoor je vanaf de 14de eeuw er eigenlijk niets meer over. De oorzaak daarvan is m.i. in de Koran zelf te vinden. Esoterie, gelaagdheid van betekenissen, persoonlijke vrijheid voor interpretatie en innerlijke ervaring worden in de Koran zelf ontmoedigt en geblokkeerd.

Soera 3:7 zegt, hier weergegeven in een eigen samenstelling van vertalingen:

“Hij is het die u de schrift (het boek) heeft nedergezonden; er zijn verzen in die fundamenteel en onoverdrachtelijk zijn in hun betekenis, zij vormen de grondslag van het boek (wettelijke verplichtingen en strafwetten), anderen zijn zinnebeeldig (allegorisch) en overdrachtelijk. Maar degenen in wier hart dwaling (twijfel) is gaan na wat er meerzinnig (symbolisch – allegorisch) van is in begeerte naar verzoeking en in begeerte naar uitlegging ervan. Maar niemand kent de juiste uitleg dan Allah – en degenen die vast gegrondvest (stevigstaand) zijn in kennis, die zeggen: “Wij geloven er in; het geheel is (het is alles) vanwege onze heer”, en niemand trekt er lering uit, dan zij, die begrip hebben (dan de verstandigen)”.

Dus hoewel hier toegegeven wordt dat er verzen zijn met een diepere betekenis gaat het toch vooral om de fundamentele, onoverdrachtelijke verzen. De uiterlijke, exoterische verzen. Mocht je geïnteresseerd zijn in diepere zaken en dimensies dan ben je kennelijk in twijfel of dwaling en begerig naar verzoeking en uitlegging. Het lijkt niet erg halal te zijn om daaraan te beginnen. Je moet dan kennelijk te rade gaan bij de stevigstaanden en verstandigen in kennis. En wat wordt hier gezegd over die verstandigen? Zij “geloven er in”, staat er en zij verzekeren ons ervan dat de totale leer een gehele eenheid is. Wat een grip op het zieleleven en wat een gesloten systeem wordt hier gecreëerd. Wat betekent dit voor mensen met een open, nieuwsgierige en creatieve geest? Wat een wantrouwen van Mohammed en Allah spreekt hieruit naar hun gelovige volgelingen. Wat een strak, streng en totalitair bewind.

Was deze aanpak van het drietal (Allah, Gabriël en Mohammed) misschien nodig voor de Arabieren van toen? Is die aanpak nu nog nodig voor de moslims in deze tijd? Is dit de aanpak die nodig is voor naar het westen geëmigreerde moslims? Wat denken de hier ingevoerde Imams hiervan? Komen ze hier eenkennigheid, xenofobie, assimilatie-angst, behoud van de ware leer verspreiden of zijn ze progressief?

Bovengenoemde Islamitische manier van opereren creëert geen geestelijken, mystici of heiligen maar eerder priester-politici. De in het begin nog aanwezige esoterie in de islamitische gebieden, die leunde op geïslamiseerde Joodse en Christelijke gnostici en neo-platonici (werd Soefi) heeft dan ook niet erg kunnen bloeien. De exoterische machtsgrip van de Koran had zijn uitwerking op de Islamitische culturen en de mystiek. De spiritualiteit en de esoterie zat na zo’n 5 á 600 jaar islam definitief op slot.

Gaan de poorten van de Itjihad (interpretatie en uitleg/vernieuwing) ooit weer open? Zal er door de botsing met het westen een celdeling gaan ontstaan in plaats van een verdere verstening van de eenheid?

2 opmerkingen:

Peter Louter zei

Impliciet bewijs je dat de islam voor het godsbeeld van het OT heeft gekozen

Ad Rek zei

Dat klopt. Niet het onderwerp nu maar ik zie dat wel zo. De Koran heb ik wel eens benoemd gezien als een herschrijving van Deuteronomium en Leviticus. Al Kaida betekent, terug naar de basis. Ik denk dat men diep in de Arabische ziel terug wil naar de Abrahamitische basis en het onrecht dat Ismael werd aangedaan wil recht zetten. Mohammed laat Allah de Arabieren tot zijn volk kiezen boven de Joden. Niet na te pluizen voor mij, niet aan te tonen waarschijnlijk, toch een vermoeden dat bij mij op komt.

Recht en wraak zijn de grote onderwerpen bij de Arabisch/semitische volkeren.