vrijdag 24 oktober 2014

Kritische meditatie (6)

Wat betekent kritiek en wat betekent meditatie.

Wat is kritiek

In de meeste woordenboeken lezen we daarover het volgende; Kritiek is het beoordelen van daden, werken, uitspraken, theorieën enz. Andere beschrijvingen wijken daar niet veel vanaf. Het gaat dus in de kern om beoordelen. Om te beoordelen moet je wegen en vergelijken. Je moet inschatten en waarnemen. Je waarneming van iets nieuws ga je weer beoordelen op grond van wat je eerder hebt meegemaakt en op grond van eerdere weging en beoordeling hebt besloten om(voorlopig) als waar aan te nemen. We gaan dan ontleden, deduceren en categoriseren enz. Zo kom je verder vinden we en dat is heel verdedigbaar gezien alle wetenschappelijke en technische successen. We kunnen ook zeggen dat kritiek hetzelfde is als dieper nadenken, de waarheid zoeken, scherp zijn en vorsen naar wat de ware werkelijkheid is. Om goed te kunnen wegen, vergelijken en beoordelen hebben we een goed geheugen nodig. We hebben scherpe waarneming nodig. We hebben naar binnen kijken nodig, om onszelf en onze mening aan kritiek te onderwerpen. Kritiek vergt persoonlijke en geestelijke openheid, het vergt aandacht en een levendige stille geest.

Wat is meditatie

Dat woord komt van het Latijnse woord meditatio, dat is afgeleid van het werkwoord "meditari" dat nadenken, overdenken betekent. Er lijkt erg veel overeenkomst te zijn met kritiek in die zin dat het in beide gevallen gaat over dieper nadenken, dieper op iets ingaan. In deze beschrijving wordt nu echter het woord overdenken gebruikt dat een ander karakter heeft. Overdenken voelt verwant aan beschouwen. Beschouwen is een gewoner Nederlands woord voor contemplatie. Contemplatie, beschouwing werd en wordt gepraktiseerd in religieuze en spirituele kringen. Niet alleen om een (heilige) tekst rationeel kritisch, of de historische bronnen ervan te onderzoeken, of om tegenwerpingen te formuleren maar ook om dieper in contact te komen met de diepere betekenis van de tekst, of met de geestelijke wereld met of met god. Letterlijk echter betekent het woord contemplatie, "het scheiden van iets uit zijn omgeving". Met andere woorden ook hier weer gaat het om onderscheid maken, onderscheidingsvermogen ontwikkelen om het ware van het onware te zien en voor het ware te (kunnen) kiezen. Een ontledende functie van het verstand dus. Contemplatie is een Latijnse vertaling van het Griekse theoreia. Zonder ook maar iets van Grieks en Latijn af te weten waag ik het er op dat ons woordje theorie daar iets mee te maken heeft.

Mystiek en transcendentie

Mystiek betekent geheim of onverklaarbaar. Een mystieke ervaring gaat over de ware werkelijkheid die we met onze gewone waarneming en denken niet kunnen beleven. Het begrip transcendentie komt daarmee overeen, ook daarbij gaat het over de ervaring die de zintuiglijke waarneming en het verstand te boven gaat. In het Nederlands kennen we in mystieke en spirituele literatuur het woord schouwen, dat verschilt van het hiervoor beschreven beschouwen, contempleren en mediteren in de zin van diep vorsen en nadenken. In de mystieke ervaring schouwt men.

Kritische beschouwing van het bovenstaande

In bovenstaande alinea’s heb ik gebruik gemaakt van woordenboeken en van wikipedia. Wat ik nog wil toevoegen over kritiek is dat het mij toeschijnt dat kritiseren in onze huidige cultuur heel dominant is, en wel in een bepaalde vorm. Namelijk om een bepaalde zaak aan de rede en de logica te onderwerpen. Wiskunde, logica en wetenschappelijke bewijsbaarheid worden alom gebruikt om objectief en onbevooroordeeld te zijn in de waarheidsvinding. Vooral ook om je te kunnen verdedigen tegen wetenschappelijk geschoolde critici, zij bepalen de toon en zelfs tegenwoordig de inhoud van het stuk. We moeten allemaal mee. Objectief, concreet fysiek bewijs is de aanbeden god. Daarop kom ik later nog terug. Er is weliswaar een alternatieve tegenbeweging maar die is vaak anti-rationeel en gooit daarmee het kind met het badwater weg, ben ik bang.

Waar het me nu om gaat is te laten zien dat kritisch denken, meditatie en contemplatie niet zo veel van elkaar verschillen, in ieder geval niet in hun oorspronkelijke woordbetekenis. Ze zijn meer verwant en overlappend dan we in eerste instantie aannemen. Met andere woorden kritisch denken, meditatie en contemplatie kunnen heel diep en ver gaan, het denken kan zich ‘ten einde denken’ zogezegd maar de vraag is of we daarmee ons denken, ons menselijk denkvermogen overstijgen. Want wat zijn we geneigd te doen als we aan het einde van ons denken zijn? Blijven we dan open, alert en wakker met een heldere open geest? Of heffen we de handen ten hemel en beginnen een zelfbeklag of zingen een levenslied, of erger nog worden we cynisch of nihilistisch? De mysticus claimt die grens te zijn overgestoken. Die geeft zelfs aan dat denken niet helpt om de waarheid of de ware werkelijkheid te beleven. Sommigen mystici geven aan dat ook meditatie en contemplatie niet helpt. Dat wil zeggen; niet helpt om de werkelijkheid te beleven en de waarheid deelachtig te zijn. Daarover zijn de wijzen, net als de geleerden op hun terrein, het dus niet eens.

Daarom, laten we het eens wat verder weg zoeken, wat zegt ons de oude Chinees hierover? Hij zegt: “ieder mens begint zijn reis op de plaats waar hij is”. We zijn denkers, dat is waar we zijn en van waaruit we verder worstelen. Het lijkt mij heel verdedigbaar dat ‘De vier vragen methode’ van Byron katie een vorm van analyse is die op het denkniveau plaats vindt. Ook binnen het Boeddhisme is dit een deelaspect van meditatie. Men kent daar de Analytische meditatie. Ook Eckhart Tolle geeft een handreiking met oefeningen en concepten over bijvoorbeeld 'het pijnlichaam'.

Descartes

Om te laten zien hoe denken verwant is aan meditatie is het interessant om naar de Franse wiskundige en filosoof Descartes te kijken. Hij was op zoek naar de werkelijkheid en de waarheid over hemzelf en het bestaan. Besta ik wel echt? “Je pense, donce je suis”, “ Ik denk dus ik besta” was het antwoord op zijn onderzoek. Als hij kon denken dan moest hij wel bestaan. Van daaruit bouwde hij zijn filosofie verder op. De algemene opvatting over hem en deze uitspraak is dat hij daarmee bedoelde dat de mens vooral en eigenlijk alleen maar denken zou zijn, voornamelijk verstand. Tegenwoordig opgevolgd door, we zijn voornamelijk hersenen. Het is toch maar zeer de vraag of hij dat zo bedoelde. Belangrijker is inderdaad dat het zo is opgevat. Ten eerste, hij zegt wel ‘ik denk dus ik besta’, maar inhoudelijk zou ik zeggen dat hij aan het twijfelen was, aan zijn eigen bestaan zelfs. ‘Ik twijfel dus ik besta’, zou dus ook een goede weergave kunnen zijn. Ik heb dit niet van mezelf. Daniël van Egmond stelt in zijn boek ‘De dood serieus nemen’(1996 Servire) de vraag, ‘hoe weet Descartes dat hij twijfelt?’. Van Egmonds antwoord: “hij weet dit alleen maar zeker omdat hij zijn twijfel ervaart. Dus de eerste zekerheid die we allemaal hebben en die we nooit “tussen haakjes” (=betwijfelen A.R.)kunnen plaatsen omdat het hier niet om een theorie gaat, is: deze levende ervaring bestaat.” Hoe je hier ook over denkt, van Egmond geeft hiermee een alternatief voor de dominantie van het rationele denken, namelijk de levende ervaring. Het motto is geworden; ik ervaar dus ik besta. Ik twijfel er aan of het bij Descartes wel ging om een soort van gesloten, logisch en verdedigend 'ik weet het' denken dat iedere openheid weigert. Dat lijkt me eerder iets van latere uitleggers of van gesloten rationalisten die hem voor hun karretje spanden.

De meditaties van Descartes

De volledige titel van dat boek is, 'Meditaties over de eerste filosofie in welke het bestaan van God en de onsterflijke ziel worden bewezen'. Het zou afleidend zijn daarop hier verder in te gaan. Wat ik wil betogen is dat mediteren wel degelijk ook denken betekent en ook dat denken meer kan betekenen dan wiskundig logisch denken en je aan 'de god van het wetenschappelijk bewijs' onderwerpen. In genoemde werk gaat het over zijn, over bestaan, over werkelijkheid, over zuivere waarneming. In zijn verdere werk ook over de samenhang tussen god en wiskunde want dat was wat Descartes aanvankelijk trachtte aan te tonen. Het lukte hem niet helemaal denk ik en hij leefde daarom in een soort gespletenheid van geloof aan de ene kant en wetenschap aan de andere kant. Spinoza is dat beter gelukt, die stelde een universele ondeelbare substantie als de uiteindelijke werkelijk voor. Descartes stelde een tegenstelling van twee substanties voor, substantie en gedachte, radicaal van elkaar verschillend en onverenigbaar. Daarmee kon aan de ene kant de ziel niet bestaan maar geloofde hij daar aan de ander kant als gelovige katholiek wel in. Beiden, zowel Descartes als Spinoza worden gezien als grote denkers. Beider werk komt in aanmerking om meditatief genoemd te worden, in Descartes geval wordt dat letterlijk zo benoemd. Spinoza's werk komt er naar mijn smaak eigenlijk meer voor in aanmerking. Deze heren zaten niet in de tegenwoordig zo populaire kleermakerszit. Ze werkten. Hun meditatie was innerlijk geestelijk werk, meer dan een stilte-oefening in kleermakerszit.

Tweeërlei zuivere rede?

We zien dat Descartes en Spinoza en later Kant het denken onderzochten. De projector zelf, ‘het denken dat denkt te weten’ zoals Byron Katie dat noemt (in Kr. M. (4) werd door hen kritisch onderzocht. Kant onderzocht 'het denken dat denkt te weten' of 'de projector' met wat hij noemde 'de zuivere rede'. Interessant is dat het Indiase Budhimanas dat we eerder (in Kr. M. (4) onder Driedelig denkvermogen) noemden wordt vertaald met zuivere rede, in Ganesha. Er lijken grote verschillen te zijn tussen de oosterse zuivere rede en de westerse zuivere rede. Of die verschillen er werkelijk zijn, daar moeten we achter zien te komen. In ieder geval klopt het niet helemaal om hier een verschil tussen oost en west te maken, zo is er bijvoorbeeld ook in het westen een verschil tussen de mystieke, spirituele zuiver rede en de zuivere rede van de westerse verlichting. Het is populair om het westen materialistisch, rationeel en mechanisch te noemen. Het spirituele en mystieke wordt op het oosten geprojecteerd en als 'eigen' ontkent, terwijl er wel degelijk een mystieke en spirituele stroming in het westen bestaat.

maandag 20 oktober 2014

Kritische meditatie (5)

Nog drie alinea’s te lezen en te bespreken.

“Na het onderzoek houd je altijd minder over van je verhaal. Wie zou je zijn zonder je verhaal? Dat zul je nooit weten tot je onderzoek doet. Er is geen verhaal dat jij bent of dat naar jou leidt. Elk verhaal gaat bij jou vandaan. Jij bent wat bestaat vóór alle verhalen. Jij bent wat overblijft als het verhaal wordt begrepen."

Ze heeft het over ‘verhaal’. We houden verhalen over onszelf. We ontlenen onze identiteit en bestaan aan onze geschiedenis. Ken je zelf door je geschiedenis te kennen lijkt het motto in het gewone denken. Je moet weten wie je bent, begrijpen hoe dat in de geschiedenis gekomen is. Dat is de mening van onze psychologen, sociologen enz. enz. Beleid wordt er op afgestemd, men gelooft dat identiteit maakbaar is op school en via de media.

Als ik op Byron Katie’s gedachten serieus doordenk kom ik tot de uitkomst dat het slechts stuivertje wisselen is van het ene concept en verhaal met het andere. Schijnbaar nieuw maar telkens blijkt het weer oud te zijn want voortgekomen uit een oud verhaal of een reactie er op. Niet werkelijk anders, de zelfde menselijke toestanden als 5000 jaar geleden alleen in een ander jasje, anders georganiseerd. Dit geldt in het groot voor een hele cultuur en in het klein voor ieders persoonlijke geschiedenis en verhaal waar je aan gehecht bent en ‘ik’ noemt. Door die identificatie en gehechtheid ben je niets zonder je verhaal. Althans dat is onze instinctieve angst, een ego angst, een doodsangst. Of die angst gegrond is kan je alleen weten als je onderzoek doet, wat kennelijk inhoudt dat je dan voorbij je verhaal gaat, want ze zegt:“Jij bent wat bestaat vóór alle verhalen. Jij bent wat overblijft als het verhaal wordt begrepen.”

Er is achter of voorbij 'onszelf als verhaal' een hemel, een hemel op aarde. Je leeft dan in een staat van dankbaarheid en genade. Wat een verlokking.

“Het leven aan de andere kant van het onderzoek is onvoorstelbaar eenvoudig en vanzelfsprekend. Alles wat je ziet is volmaakt, gewoon zoals het is. Hoop en vertrouwen heb je hier niet nodig. De aarde bleek de hemel te zijn waarnaar ik verlangde. Er is zoveel overvloed, hier, nu, altijd. Er is een tafel. Er is een vloer. Er is een kleed op de vloer. Er is een raam. Er is een hemel. Een hemel! Ik zou eindeloos kunnen doorgaan met het eren van de wereld waarin ik leef. Er is een mensenleven voor nodig om dit moment te beschrijven, dit hier en nu dat niet eens bestaat, behalve als mijn verhaal. En is het niet mooi? Het mooie van weten wie je bent is dat je altijd in een staat van genade verkeert, een staat van denkbaarheid voor de overvloed van de schijnbare wereld. Ik stroom over van de pracht, de vrijgevigheid van alles. En het enige wat ik heb gedaan was het op te merken.”

Is dit wel kost voor gewone mensen? Want ja, er is een hemel, een tafel, en een vloerkleed enz. maar er wordt ook een hals doorgesneden en er sterven mensen aan ebola en andere ziektes, en er storten vliegtuigen neer.

De lakmoesproef zou wat mij betreft te vinden zijn in haar houding tegenover pijn en dood. Ik ga daar nu niet op in want ieder kan zelf lezen in boeken en zien op you tube filmpjes dat zij consequent is ook in het zicht van ziekte, pijn en dood. Ik herinner me woorden van haar in de strekking van: “waarom een moment van levensvreugde verliezen aan zoiets onnozels als doodsangst” tijdens het neerstorten van een vliegtuig. “Enjoy your flight”zou ze dan zeggen. Zij geeft een andere lakmoesproef aan. Namelijk een constante staat van dankbaarheid, van compassie en liefde die door dood en pijn niet wordt ondermijnt.

“De lakmoesproef voor zelfrealisatie is de constante staat van dankbaarheid. Deze dankbaarheid is niet iets wat je kunt zoeken of vinden. Het komt van een andere kant en neemt volledig bezit van je. Het is zo groots dat het niet kan worden afgezwakt of ergens mee kan worden bedekt. De korte versie zou zijn: het denken dat verliefd is op zichzelf. Het is de totale acceptatie en absorptie van zichzelf, op hetzelfde moment weerspiegeld in dat middelpunt dat als een samensmelting is. Als je je leven leidt vanuit die staat van dankbaarheid, ben je thuisgekomen.”

Vorige keer in Kritische meditatie 4 zagen we dat denkvermogen meer in kan houden dan optellen, aftrekken, deduceren, herinneren, ordenen enz. Dat onderwerp komt in dit laatste deel niet aan de orde. Moet later een keer.

Punt blijft hoe stop ik mezelf. Byron Katie geeft een handreiking, een soort van methode met haar vier vragen aanpak voor onderzoek, voor werken aan jezelf om aan die andere kant te komen. Mijns inziens is dat dan werken op onderdelen. Je hebt een stress situatie of een probleem of onderwerp en gaat daar dan met die 4 vragen aan werken. Het is inderdaad werken met de projector maar eigenlijk op onderdelen van de projector. Ze zegt ook; na je onderzoek hou je altijd minder over van je verhaal. Dus hier is tijd en langzame stap voor stap vooruitgang een onderdeel. En dus tijd, en dus denken.

Krishnamurti geeft niks, geen methode, geen meditatie helemaal niks. Want dat zou hij in Katies taal gesproken alweer een nieuw verhaal vinden. Toch heb ik het gevoel dat hij (alweer in de taal van Katie) de gehele projector als onderwerp neemt.

Volgende keer verder met Krishnamurti misschien.

dinsdag 14 oktober 2014

Kritische meditatie (4)

Nu verder met die derde alinea (in kritische meditatie (2))die meer ingaat op de activiteit en de staat van de psyche die kennelijk een mystieke ervaring tot gevolg heeft, of kan hebben.

“Als we onze overtuigingen onderzoeken gaan we inzien dat we niet zijn wie we dachten. De transformatie komt voort uit de oneindige tegenpool van het denken, die we zelden hebben ervaren, omdat ‘het denken dat denkt te weten’ de touwtjes zo strak in handen heeft gehouden. En als we onderzoek doen verandert onze wereld, omdat we met de projector –het denken- werken en niet met het beeld dat geprojecteerd wordt. We raken onze hele wereld kwijt, de wereld zoals wij die begrepen. En iedere keer dat we onderzoek doen wordt de realiteit vriendelijker.”

We moeten onze overtuigingen onderzoeken zegt die eerste zin. Het moet gaan over onze opvattingen, meningen zelfs over ons hele referentiekader. Uiteindelijk moet het naar mijn begrip gaan over onze zelfgevoel, ons zelfbesef, onze individuele identiteit.

Dat onderzoek moet gebeuren met ‘de projector’ zegt ze. Maar nee, als we goed lezen is dat niet helemaal juist. We moeten werken met onze projector staat er. Onder ‘werken met onze projector’ moeten we denk ik verstaan dat we die projector zelf onderzoeken. We onderzoeken dan de projector oftewel ‘het denken’ en niet de geprojecteerde beelden. Doen we dat dan raken we de hele wereld kwijt zoals we die begrepen, en de realiteit zal steeds vriendelijker worden.

Dit is interessant en boeiend. Onderzoeken is denken. Onderzoek ik met mijn denken mijn denken? Mijn vraag is, wie of wat onderzoekt ‘de projector’, wie of wat onderzoekt ‘het denken'. Dat ben ik zelf natuurlijk zegt iets in mij. Maar hoe objectiveer ik mezelf dan om mezelf objectief en neutraal te onderzoeken. Het lijkt er op dat ik mezelf toch een beetje moet opdelen. Onderzoeker en onderzochte zijn dezelfde. Kan dat? Hoe kan dat?

Ik heb ondertussen genoeg geleerd op dit gebied om niet naar een antwoord hierop te zoeken. Er liggen verleidelijke antwoorden te wachten zoals dat het kan met het gevoel, met intuïtie, het hogere transcendente, het innerlijke diepere, het onzegbare, de stille getuige enz. enz.hier wordt dit 'het neutrale deel' genoemd. Ik heb geleerd dat het goed is om met deze vraag te leven. De vraag te stellen zonder naar een antwoord of oplossing te dwingen.

In de daarop volgende alinea wordt dieper ingegaan op ‘het denken’, op die ‘projector’. Het blijkt dat ze het bedoeld als metaforisch, slechts bedoeld om uit te leggen, duidelijk te maken. Ze splitst ‘het denken dat één is' a.h.w. op in delen. Alsof er lagen bestaan in ons denkvermogen. Ze postuleert hier in ieder geval twee polen en een neutraal midden, leest u maar mee.

“Het deel dat het onderzoek doet is het neutrale deel van het denken, het middelpunt dat de ene tegenpool van het denken nader tot de andere kan brengen. Dit neutrale deel biedt de verwarde, vastgeroeste, ik-weet-tegenpool de mogelijkheid zich open te stellen voor de tegenpool van het denken dat de gezonde, heldere, liefdevolle antwoorden bevat die ‘het denken dat denkt te weten’ begrijpt. Het neutrale deel heeft geen motief of verlangen, geen ‘moeten’ of ‘niet-moeten’; het is een brug die deze tegenpool moet oversteken. En als het ‘ik weet het denken’ wordt opgevoed, lost het op in de tegenpool van wijsheid. Wat overblijft is volkomen gezond, onverdeeld en vrij. Natuurlijk is dit alles slechts een metafoor, want er is maar één denken. Waar het op neerkomt is dit: als het denken gesloten is, is het hart gesloten; als het denken open is, is het hart open. Dus als je je hart wilt openstellen, onderzoek dan je denken.”

Een driedelig denkvermogen

1 De ik-weet-pool zoals Katie het noemt. Een denken dat zoekt naar zekerheden om zich in het leven aan vast te houden en te overleven. Het is blij dat het iets weet en dat het een zekerheid heeft en houdt daarom daaraan vast. Hierin herkennen we ons allemaal. Hier bevindt zich onze zelfidentificatie. Hier leeft ons zelfbeeld, onze overtuiging van wie we zijn, hoe de werkelijkheid om ons heen is wat en hoe het leven is. Hier zeggen we ‘dit ben ik’. Of ook, hier twijfelen we aan wie of wat we zijn. Kunnen we de twijfel, onzekerheid en onwetendheid niet aan dan grijpen we weer naar zekerheden en zeker weten, raken daarin verstrikt en houden dat vol ofwel we zoeken en vinden, evt. via meditatie en spiritualiteit een andere modus of bewustzijn en weten dan wel wie we zijn. En we zitten weer vast.

2 Een denken dat neutraal is, dat geen moeten of niet-moeten kent. Het is de mogelijkheid van een brugfunctie naar een derde modus van denken of bewustzijn.

3 Een denken dat zich kenmerkt door wijsheid en gezonde, heldere, liefdevolle antwoorden bevat. Het denken van één, het vasthoudende ‘ik weet het’ en ‘ik moet het weten’ kan hierin oplossen als het gebruik maakt van twee of zich laat beïnvloeden door twee.

Ik wil tussendoor even opmerken dat mystici in verschillende tijden en culturen nagenoeg hetzelfde rapporteren vanuit hun ervaringswereld. Wat hierboven staat kan bijvoorbeeld heel goed dienen als uitleg voor de termen uit de Indiase psychologie en mystiek. Namelijk bij 1 herken je kama-manas, het denken dat gebonden is aan en gestuurd wordt door de begeerte om te bestaan en voort te bestaan, overlevings- en ego-denken dus. 2 zou een goede beschrijving kunnen zijn van antahkarana de innerlijke schakel tussen lager en hoger bewustzijn. 3 beschrijft buddhi wat o.a. intuïtie of zuivere rede betekent en het beschrijft ook buddhimanas, wat intuïtief denken of weten betekent, of het onsterfelijke deel van manas, een goddelijk deel van het denkvermogen. Byron Katie wist en weet van deze zaken niets af. Interessant dat zij dit toch op eenzelfde manier beschrijft.

Uiteindelijk is bovenstaande studie voornamelijk interessant voor 1, voor mijn ‘ik weet het’ denken. Ik heb echter geleerd dat ik er goed aan doe om dat weet-hongerige aspect van mij zijn voer te geven en gerust te stellen.

Waar het om gaat is dat we er mee aan het werk gaan. Mijn vraag hiervoor was; “wie of wat onderzoekt ‘de projector’, wie of wat onderzoekt ‘het denken’.” Dat is dus het denken zelf, is nu het antwoord al moeten we daarbij aantekenen dat ‘het denken’ niet zomaar een eenduidig iets is. Er zijn nuanceringen, er zijn lagen. We moeten daarvoor onderscheidingsvermogen ontwikkelen.

Een van de moeilijkheden is dat we ook met ons ‘ik weet het’ denken die neutrale houding aan kunnen nemen. Vanuit ons 'weet-denken' imiteren we zulk gedrag. Zelfs kunnen we er een wijze houding mee aannemen maar dan is er natuurlijk geen wezenlijke verandering opgetreden, het lijkt dan alleen maar zo. Wijsheid, liefde, waarheid en helderheid worden als kwaliteiten van dit derde aspect genoemd. Iedereen streeft daarnaar en heeft het als ideaal, doet zijn best om dat ideaal te verwezenlijken. Bijna altijd wordt zo een masker gecreëerd waar vaak genoeg de maskeraars zelf in geloven. Grote verwarring en ontgoocheling is het gevolg. Byron Katie komt hier met een aanwijzing:

“Waar het op neerkomt is dit: als het denken gesloten is, is het hart gesloten; als het denken open is, is het hart open. Dus als je je hart wilt openstellen, onderzoek dan je denken.”

Punt is dan natuurlijk wel of je jezelf in je denken als gesloten ervaart, en of je je hart als gesloten ervaart. En hiermee heb ik een nieuw iets toegevoegd, namelijk ervaring. Ervaring als een onderdeel van denken, kan dat wel in de tegenwoordige betekenis van het begrip denken. Byron Katie gaat eigenlijk nog verder. Ze stelt het denken en het hart als synoniem aan elkaar. In de ervaring (van je eigen geslotenheid) ligt het startpunt van je motivatie om iets te gaan onderzoeken in jezelf.

In feite worden denken en hart hier aan elkaar gelijk gesteld. Ook dit komt weer overeen met de oosterse mystieke opvatting dat manas, vertaald met mind in het Engels en denkvermogen in het Nederlands in het hart zetelt. Het is het vierde en middelste beginsel in de zevenvoudige mensopvatting die je in verschillende esoterische filosofieën tegenkomt.

Interessant om ons begrip denkvermogen in te vullen met ervaring en hart.

Genoeg voor nu, volgende keer verder.

zondag 5 oktober 2014

Kritische meditatie (3)

Zoals aangekondigd: close reading met de tekst van het vorige opstel (Kritische meditatie 2) in deze reeks. Eerst lezen dan mediteren.

“We werken met wat is, maar wat niet is gebruiken we”.(Tao Teh Ching)

Deze zin gaat dus over wat is, over wat niet is, en over werken en gebruiken. Dat wat is, daar wordt mee gewerkt. Dat lijken dus de dingen te moeten zijn. Als we dan aan het werk zijn met de dingen en zelf ook 'ding' zijn gebruik je volgens het ideaal van de Tao Teh Ching (dat) wat niet is, de niet-dingen. Dat (wat dat dan ook moge zijn), zijn dus geen dingen meer. Hier gaat het over het verschil tussen vorm en leegte misschien, vanuit de leegt de vormen vorm geven. Vormen (werkwoord) vanuit leegte, werken, handelen bewegen vanuit leegte. Zoiets zal het moeten zijn. Net zoiets als leven vanuit dood. Met steeds de dood, met je ‘niet bestaan’ in je bewustzijn, handelen, bewegen, leven.

Deze taoïstische zin brengt je direct in contact met een bepaalde geestesgesteldheid, een bepaalde vorm van bewustzijn.

Byron Katie lijkt de lezer inzicht te willen geven in die staat van bewustzijn. Ze probeert je mee te nemen in een reis van denken naar niet-denken. Zie die eerste alinea. De eerste twee zinnen daarvan zeggen:

“Als het denken inzicht krijgt in zichzelf, identificeert het zich niet meer met zijn eigen gedachten. Dan ontstaat er een grote open ruimte.”

Hier wordt nogal wat gezegd. 1 Het denken krijgt inzicht in zichzelf, in het denken. 2 Het denken identificeert zich (dan) niet meer met zijn eigen gedachten. Wat of wie is dan dat denken dat inzicht krijgt, dat zich niet meer identificeert met het denken vraag ik me dan af. Wat ze hier gedachten noemt moeten we beschouwen als denkbewegingen neem ik aan. Dan (zegt zij) ontstaat er een grote open ruimte. Zo heeft zij dat ervaren en over die ervaring wijdt ze dan verder uit.

Ik moet zeggen dat ik ook weleens inzicht heb in mijn eigen denken. Dan heb ik door hoe ik bepaalde uitgangspunten heb over iets en daardoor handel zoals ik handel. Die uitgangspunten of houdingen en vooroordelen kan ik loslaten en daarna veranderd dan mijn handelen. Dat ontstaan van die grote open ruimte herken ik niet. Ik kan me in sommige gevallen wel opgeruimd of opgelucht voelen maar dat is het dan. Ik neem voorlopig maar aan dat dit komt omdat het in mijn geval gaat over een bepaald onderwerp van denken en gedrag en bij haar misschien over het totaal van haar denken en gedrag. Ze gaat verder met:

“Een volgroeid denken kan alle ideeën koesteren; het voelt zich nooit bedreigd door verzet of conflicten, omdat het weet dat het niet belemmerd kan worden. Als het geen standpunt heeft dat verdedigt moet worden of een identiteit die beschermd moet worden, kan het gaan waar het wil. Het heeft nooit iets te verliezen, omdat er niets bestaat. Het lacht van plezier en vergiet tranen van dankbaarheid omdat het zijn eigen natuur ervaart.”

Het lijkt hier ook alsof denken en ‘ik’ hetzelfde zijn. Ze lijkt het over zichzelf te hebben als ze over het denken spreekt. Een volgroeid denken is kennelijk vrij, geen bedreigen, geen verzet, niets te verdedigen, geen identiteit te beschermen. Niets te verliezen want er is niets. Alleen plezier en dankbaarheid door het ervaren van de eigen natuur.

Heel erg aanlokkelijk moet ik zeggen. Maar tegelijk ook wel onbegrijpelijk en onwerkelijk. Ook beangstigend, wie ben ik dan nog. Besta ik dan nog wel. Ben ik er dan nog wel om dat te ervaren. Katie spreekt er ook in de 2de persoon over; ‘het lacht van plezier’, en ‘het heeft nooit iets te verliezen’, enz. ze heeft het over ‘het’. Onpersoonlijk. Nou dat ken ik allemaal niet. En als ik om me heen kijk zie ik ook alsmaar mensen die best wel inzicht hebben in hun eigen denken maar die net zo min als ik lachen van plezier en tranen vergieten van dankbaarheid omdat ze hun eigen natuur ervaren. Wellicht komt dat omdat ik het over hen heb als ‘ikken’ net als over mezelf als een ‘ik’. Zij heeft het over het, maar ze is kennelijk wel degene die het ervaart. Zij wel en wij niet…. hoe komt dat toch. Misschien toch door dat verschil van het totale denken in haar geval en gedeelten van het denken in ons geval?

In die tweede alinea beschrijft ze haar ervaring:

“Alles lijkt bij mij binnen te komen. Ik kijk en zie wat er uit me komt. Ik ben het middelpunt van alles. Ik hoor meningen en concepten en omdat er geen ik is waarmee ik me kan identificeren neem ik alles in me op als een ‘zijn’, en alles wat uit de ervaring voortkomt is ondergedompeld in het niet-zijn, uitgewist en weer naar buiten gedreven. Het komt naar binnen, het voegt zich tot één geheel, het wordt uitgewist en wat naar binnen stroomt is het niet-zijn dat er uitziet als het zijn. Als je inziet dat je niemand bent voel je je bij iedereen op je gemak, hoe wanhopig of verdorven ze ook mogen lijken. Er is geen lijden waar ik niet binnen kan gaan, wetend dat het al is opgelost, wetend dat wat ik ontmoet altijd mezelf is.”

Alles komt bij haar binnen en er stroomt ook weer van alles uit haar blijkt in de eerste zinnen. Er is duidelijk een zelfervaring. Maar ze ervaart geen ‘ik’ staat er in de volgende zin. Ze ervaart een uitwisseling of wederkerigheid van zijn en niet-zijn, wat ik versta als vorm en leegte die ik hierboven noemde. “(....) het niet-zijn dat er uitziet als het zijn”. De leegte die er uitziet als vorm zou je kunnen zeggen. Die paar laatste zinnen zijn pure mystieke ervaringen. Niet zo gek dus dat ik dat niet herken.

De leegte die vorm lijkt te zijn. Vorm en ding is onze werkelijkheid. Mystiek lijkt te gaan over de onwaarheid van onze werkelijkheid en de waarheid komt ons over als onwerkelijkheid. Misschien dat Katie daarom graag werkt met omdraaiingen?

In de derde alinea lijken we meer psychologische uitleg te gaan krijgen over dit merkwaardige fenomeen van de mystieke ervaring.

Daar ga ik een volgende keer mee verder. Dit is genoeg zo voor een opstelletje op Zondag.