dinsdag 23 augustus 2011

De geliefde en het doden van de medemens.

Ja wat een titel hé. Dat kan helemaal niet in een zin, tenzij het een thriller met romantische inslag zou betreffen. Maar dat is niet zo.

De Geliefde, is de titel van een boek geschreven door Anol Berg. Te bestellen via deze link: http://shop.boekenbent.com/
en kost € 7,50

De tekst op de achterflap is als volgt:

Ik ben van alle tijden, zonder begin. Wie mij liefheeft in waarheid gaat nooit verloren. Hoe zou in mij iets verloren kunnen gaan daar met mijn Al ik het omvat. Waar zou het heen moeten dan hier het thuis. Wat zou het vinden in het daarbuiten? Ik ben jou, en met jouw Al omspan je mij. Geliefden in een verstrengeling, in liefdes genot tijdloos.

De ondertitel is: ‘Een oproep tot verantwoordelijkheid’.
En dat is het ook werkelijk. Het boek spreekt je aan op het niveau van je weten en geweten. Ik heb het boekje in een ruk uitgelezen. Het heeft iets zeer pakkends en boeiends doordat het zo recht uit het hart, recht uit de ervaring en gemeend en betrokken geschreven is. Daardoor las ik gewoon dwars door de taalfouten heen. Die staan er nl. ook in. Anol Berg is zich hier zeer wel van bewust maar kwam tot het besluit om niet verder meer te schaven en te verbeteren aan de tekst. Het gaat om de inhoud. En zo is dat. Het is puur, ruw en ongeschaafd geschreven. Mocht er ooit een beter geredigeerde versie verschijnen (en dat is het zeker waard) dan ben ik blij dat ik deze eerste originele versie in mijn bezit heb. Tot zo ver over het boek, De Geliefde.


Naar aanleiding van dit boek kwam ik met Anol Berg in contact over de inhoud. Er ontspon zich een uitwisseling en discussie. In ons mailcontact hadden we het op een bepaald moment over Erik van Ruysbeek, een Belgische mysticus waarover ik Anol een interview gestuurd had, en over de Abt Notker Wolf, de abtprimaat van de Benedictijner orde die het boek schreef: “Waarop wachten wij”.
Enerzijds Van Ruysbeek een mysticus die helemaal opgaat in de essentie van het bestaan en bijzonder weinig actieve bemoeienis met de wereld en het maatschappelijk sociale leven lijkt te hebben tegenover anderzijds Notker Wolf die in vergelijking daarmee een en al werelds engagement ten toon spreid. Twee kanten van christelijke praktijk.

Hierover volgt nu een quote uit Anol Bergs tekst:

“(.....) die me daarmee voor een vraag stelt. De cruciale vraag altijd voor wat mij betreft, en die nu dus ook weer tegenover Notker bij me opkomt :
Hoe kan hij , wil hij, functioneren in een systeem, de Christenheid , dat het doden van de medemens legitimeert, ja haar eigen lidmaten wanneer de politiek daartoe oproept, uitlevert? Ik heb in mijn boekje daar geen misverstand over laten bestaan, hoe ik daar over denk. Hoe denkt hij daarover; maar vooreerst, hoe jij ? (Remember Blavatsky tegenover Garibaldi)


Ik doe je een voorstel. We schrappen, de Mix, de Groei, of schorten ze op; we schrappen de dualiteit en gaan in op dit vraagstuk. Ik schreef je al over 'het trekken van de zaak in het fundamentele vlak'. Voor mij, voornoemde kwestie wel de meest fundamentele van al. Ze bracht me bij de Jehova 's Getuigen, nou, en dat zegt nogal wat. Daarover dus, rustig aan de posities verkennend welke beiden wij op dit punt innemen. Ik heb me niet ingegraven in mijn opstelling ten aanzien van deze kwestie, ik laat de geest waaien, en luister. Hoe schoon waait hij, die geest. Hoe hart verheffend. Je dienaar”

Hier komt dus het waarom van het tweede deel van de titel van dit stuk aan de orde. Het doden van de medemens. Hoe denk ik daarover?

Ja, daar vraag je me wat. Het spijt me maar ik heb daar heel verschillende gedachten over. Tegengestelde gedachten zelfs.

1) Ik kan en wil een medemens niet doden, ik snap dat het niet mag van de wet. Goed dat die wet er is en dat die gehandhaafd wordt.

2) Ik begrijp dat er gedood wordt, ik kan me voorstellen dat ik het in bepaalde gevallen ook zou doen, als ik er niet te bang, te onzeker en misschien wel te laf voor ben.

De tijden dat ik in mezelf moordlustige razernij voelde liggen al lang achter mij. Dat wil zeggen in tijd. Of ze in kwalitatieve aanwezigheid ook zo ver weg zijn zou ik niet durven zeggen. Nog heel regelmatig heb ik vreselijke gewelddadige en vernietigende agressieve fantasieën. Vooral als ik geweldsmisbruik zie, of er van hoor en het voor me zie. Of als ik dreiging of gevaar voel. Het zijn bloeddorstige gedachten en fantasieën, ik voel en heb geen wens zo iemand ook werkelijk te doden. Ik leef het niet uit. Ik denk ook niet dat dat ooit zal gebeuren. Althans dat hoop ik. Maar ik kan me voorstellen dat er meerdere mensen in gevangenissen zitten die dat ook van zichzelf dachten en ‘het niet zo bedoelden en wilden’ maar het desalniettemin deden. En de dader is de dader en die is de schuldige nietwaar? Dus ik heb hier over mezelf geen hoogstaande illusies Anol. Ik leef niet een leven van een geladen bom, verre van dat, vaak voel ik me vredig en gelukkig. Maar volledig ‘uitgezuiverd’ ben ik ook niet en een ongeluk zit in een klein hoekje. Maar goed, dit is even een kleine opening van innerlijke zaken, van agressie en geweldszaken dus.

Bij jou lijkt dit onderwerp in een iets grotere algemene context te staan. In jouw hierboven aangehaalde tekst zeg je:

“Hoe kan hij, wil hij (Notker Wolf) functioneren in een systeem, de Christenheid dat het doden van de medemens legitimeert, ja haar eigen lidmaten wanneer de politiek daartoe oproept, uitlevert?"

Je stelt het hier heel retorisch. Het kan volgens jou helemaal niet. Begrijp ik dat goed? Als hij dat doet dan is hij (en de hele Christenheid) de naam van Christus niet waardig. De ware Christen zou zich afwenden van oorlog en geweld, meen ik als jouw mening aan te voelen. Hebt uw vijanden lief en keert de andere wang toe.

Zo denk ik niet. Ik denk dat de zich christenheid noemende culturen recht hebben op agressie en oorlog, zoals alle anderen en zich desondanks christelijk mogen noemen. De christelijke culturen zijn immers gestoeld en geïnspireerd door en op Jezus Christus en dat al eeuwen lang. Duidelijk niet door Boeddha, Confucius of Mohammed, dat zou een heel andere cultuur hebben opgeleverd. Je moet niet vergeten dat we te doen hebben met gewone mensen. Met gelovigen. Mensen met gezond boeren verstand, die waar het verstand niet meer toereikend is het dan maar geloven. Er zijn weinig mensen met kennis, kennis in de zin van gnosis, er zijn weinig mensen met ervaring zoals bijvoorbeeld Erik van Ruysbeek en (hoe verschillend van hem ook) zoals jij.

Moest de christenheid beperkt blijven tot de eerste groep van 'ware christenen', die die naam ook werkelijk verdienen,en had zich daarnaast geen exoterisch werelds christendom ontwikkelt, dan had er überhaupt geen christendom bestaan. Zoals er nu ook geen Katharen meer zijn.......

Passief en actief martelaarschap

Nog even terug naar mijn meer persoonlijke reacties en gevoelens hierover.

Ik begrijp en zie in dat ik met mijn emotionele reacties bijdraag aan geweld en oorlog. Ik moet me niet in laten zuigen in agressie, niet laten verleiden tot agressie en vernietiging. Dan ben ik er deel van en breidt ik het mee uit.

Ik vraag me echter af, wanneer ik er in zou slagen niet agressief te reageren, of dat dan niet zou komen uit angst, verdoving en innerlijke bevriezing als overlevingsstrategie in plaats van uit innerlijke groei en transformatie. Dat zou moed en waardigheid vergen. Heb ik dat wel? Dus is het misschien niet eerlijker en waarachtiger voor mij om de strijd aan te gaan. En ja, dan vloeit er misschien bloed en vallen er misschien doden.......

Ik schreef eerder op dit blog (brief nr. 6 medio Juni) een stuk met de titel; ‘Uitgeburgerd en weer ingeburgerd’. Daaruit haal ik het volgende aan:

"Arjuna is in het boek ‘De Baghavad Gita’ degene die twijfelt en weigert te doden. Het verhaal speelt in een oorlogssituatie, op een strijdveld. Hij twijfelt uit menselijkheid en medeleven en weigert ten slotte om zijn vijanden die eigenlijk verwanten, broeders zijn te doden in de strijd. Krishna (god) zegt dan (in hoofdstuk2) o.a. Dat hij niet zo moet klagen en twijfelen en dat":

“hoewel zijn (Arjuna’s) woorden verstandig klinken, een wijze zich niet beklaagt over de doden en de levenden.” En even verderop; “de lichamen zijn vergankelijk, eeuwig en onvergankelijk is hij die de lichamen bezielt.” En; “Wie meent, dat deze doodt of dat hij gedood wordt, die kent de werkelijkheid niet. Noch doodt hij noch wordt hij gedood.”

Het lijkt er voor mij op dat Arjuna hier te vergelijken is met een christen die voor vrede en geweldloosheid kiest en de wereld verzaakt. God (Krishna) echter wijst hem terecht. Richt je hart op het allerhoogste en twijfel niet, vrees de dood niet, vrees de strijd en de pijn niet. Doe het juiste en ware.

Ik denk dan dat de uitkomst daarvan kan zijn (van het gericht zijn op het allerhoogste) dat je pacifistisch weigert te vechten en te doden. Zoals dat bijvoorbeeld bij de Katharen leidde tot passief martelaarschap. Maar ook kan het zijn dat het leidt tot strijden en dood. Dat zou ik dan actief martelaarschap noemen. Waarom zou het ene beter zijn dan het andere? Ik kan daar geen uiterlijke regel of dogma voor vinden. Dit moet innerlijk beslist worden. Ieder moet zijn innerlijke waarheid leven. Geen garanties.

Overigens vind ik het wel prettig dat er wetten zijn en dat je geen geweld mag plegen, laat staan iemand doden. Dat regelt wel een leefbare maatschappij. Het is nu zelfs zo dat we er veilig over kunnen denken, spreken, onderzoeken, filosoferen en mediteren.

vrijdag 12 augustus 2011

Over de tijdgeest en over spiritualiteit in de politiek.

(Opstel n. 13)

In het alternatieve circuit gold dat er een nieuw tijdperk, een nieuwe cultuur zou aanbreken in het laatste kwart van de vorige eeuw. Astrologisch gezien loopt dan het vissen tijdperk van meer dan 2100 jaar (en dat is dus nu) ten einde. Het vissen tijdperk was het tijdperk van het christendom waarin de mensheid zou moeten worstelen om iets van liefde te gaan begrijpen en zo mogelijk implementeren in het culturele en sociale leven. Vanaf nu zou het aquarius tijdperk, het waterman tijdperk intreden. De grote les voor de mensheid is nu broederschap, universele broederschap wel te verstaan. Eigenlijk dat wat 100 jaar eerder al door de spirituele (o.a. theosofische) beweging in gang was gezet. Moeilijk aan te tonen overigens of er een daadwerkelijk oorzakelijk verband of voorbereiding was van die theosofische beweging van na 1875 op die van een eeuw later rond 1975. Voor mij persoonlijk was dat wel zo. Begin 60er jaren toen ik ‘op zoek ging’, vond ik na Hindoeïsme, Taoïsme en Boeddhisme al snel de theosofie die me een ingang gaf naar westerse mystiek en esoterie.

Hoe dit ook zij, als een soort van perenerende (overwinterende) plant stak het alternatieve onkruid nu rond 1975 opnieuw de kop op. Perennial Philosophy geheten tegenwoordig, of eeuwige wijsheid in het Nederlands. Dit keer bleken de omstandigheden wel heel erg gunstig. Het bereikte nu zelfs de ‘bovencultuur’. Er werd gezongen over ‘the age of aquarius’, in de musical Hair, die populair werd in de hele wereld.

Gebeurtenissen kan je natuurlijk op vele manieren waarnemen, interpreteren en benoemen. Ik probeer hier om twee verschillende zienswijzen naast elkaar te leggen. Soms zal ik ze tegenover elkaar zetten maar ik vrees dat ik ze zelf ook niet altijd zal kunnen onderscheiden of ontwarren. De eerste zienswijze stipte ik hierboven al even aan, ik heb gemerkt dat de gestudeerde elite dit de romantisch-religieuze visie en houding noemt. De andere is de rationeel kritische wijze die historische, politieke en sociaal economische verklaringen voorop stelt. Van deze laatste weet ik erg weinig, behalve wat ik in kranten, artikelen en een enkel boek heb opgepikt. Geen sociologie gestudeerd of op de sociale academie gezeten wordt het een hachelijke onderneming. Zoals eigenlijk al mijn opstellen dat eigenlijk zijn. Mijn denkraam is gevuld met een allegaartje, het is stamppot campur in mijn hoofd, ik weet het. Het weerhoudt mij niet te schrijven en eenieder kan ophouden met lezen nietwaar.

De tijdgeest

Hoe werkt de tijdgeest. Wat is dat eigenlijk voor iets? Tijd is altijd tijd. Maar als we dat zeggen hebben het over kloktijd. Psychologisch kan een bepaalde tijd heel lang of juist heel kort duren. Bij tijdgeest is er denk ik nog weer wat anders aan de hand. Het woordje geest is nu aan tijd toegevoegd; tijdgeest. Niet altijd wordt dat woord in zijn geheel uitgesproken. Bijvoorbeeld als we zeggen. ‘het was een hele andere tijd toen, alles was anders’. Dat kan dan worden aangevuld met; mensen dachten anders en er golden andere regels, gewoonten en gebruiken. Dingen die we nu gewoon vinden vonden we toen helemaal fout. Oftewel, de geest is veranderd en daar is tijd overheen gegaan.

Die veranderingen in denken, in houding in normen en zelfs in waarden zijn soms moeilijk tot in hun oorzaken of herkomst te traceren. Soms kan je helemaal niet zien waar iets vandaan komt. Persoonlijk herinner ik me hoe ik als jongen van 16 of 17 een gesprek had met de pastoor van de parochie. Ik was al jaren niet meer in de kerk verschenen maar mijn gezin was nog wel katholiek. Of ik eens wilde komen praten over die yoga waar ik aan deed. En vooruit, dat deed ik dan wel. Ik had zelfs een boekje van een zekere Dechanet in mijn bezit. Dat was een pater die de yogaoefeningen een aanwinst vond maar tegelijk kritiek had op de Hindoe achtergrond van de yoga. Wat betreft de oefeningen was ik het wel met hem eens maar wat de geestelijke achtergrond betrof helemaal niet. Ik zei de pastoor dat wat mij betrof Brahma, Vishnoe en Shiva eigenlijk hetzelfde waren als God de vader, de zoon en de heilige geest. Natuurlijk was dat jeugdige overmoed en het gevolg van beginnende amateuristische zelfstudie. Ik zou dat nu niet meer zo beweren. Maar waar het ons nu om gaat is, het gezicht van die pastoor. Totaal verbluft en uit het veld geslagen was hij. Hem hoofdschuddend achterlatend verliet ik zijn vertrek. Hoe komt zo’n jongen hierbij? Waar kwam dit in ’s hemelsnaam vandaan, wat is er met de jeugd aan de hand. En inderdaad, hoe kwam ik daar nou eigenlijk bij? Ik had het zeker niet van thuis meegekregen en ook had niemand me er iets over verteld. Die pater beweerde zelfs het tegendeel evenals de pastoor. Kennelijk was de tijd, de geest aan het veranderen. Misschien zijn er cultuurpsychologische mechanismen aan het werk die nog weinig onderzocht en bekend zijn? In ieder geval kwam die culturele revolutie van de 60er – 70er jaren als een verrassing. De gangbare verklaringen gingen en gaan allemaal over historische, politieke, sociaal economische oorzaken en dynamieken. Niks tijdgeest, niks watermantijdperk, gewoon rationeel verklaarbaar uit sociale verhoudingen en ontwikkelingen.

Wat er concreet gebeurde was dat rond 1973 de gastarbeiders contracten stopten. De instroom van arbeiders stopte echter niet. Zelfs werd die sterker. Dat kon alleen op grond van andere nieuwe wetten en regels dus. Waar kwamen die vandaan, wat voor geest, wat voor soort van gedachtegoed was hiervoor verantwoordelijk?

Je kan opmerken dat eerst ‘de bazen’, de VVD’ers, de liberalen uit economische overwegingen de gastarbeiders hierheen haalden. Waarbij ik overigens vind dat natuurlijk die arbeiders ook zelf hierheen kwamen en het dus wat verantwoordelijkheid betreft een 50/50 zaak is. Maar vanuit onze Nederlandse kant gezien, eerst de VVD’ers om het niet al te genuanceerd te maken. Maar goed, toen ze die arbeiders niet meer nodig hadden, hadden ze die ook echt niet meer nodig en konden ze (vanuit economische overwegingen gezien) dus wegblijven of vertrekken.

Halverwege de jaren 70 werd deze instroom beweging volgens mij overgenomen door het sociaal democratische gedachtegoed, ik denk voornamelijk de PvdA. Het opkomen voor de zwakkeren en het internationaal solidair zijn, broederschap en gelijkheid werden nu als strijdpunten voor vooruitgang ingezet. Je ziet hier ook weer dat broederschap zonder onderscheid van ras, kaste, kleur, geloof, geslacht enz. en later ook, ‘zonder onderscheid van seksuele voorkeur’ een rol gaan spelen. Niet alle arbeiders waren in de PvdA verenigt. Er ontstond een Socialistische Partij. Ik herinner me dat in de 80er jaren de vele PvdA aanhangers in mijn omgeving de voorstellen voor terugkeer van gastarbeiders van de SP heftig bekritiseerden en belachelijk maakten als ‘oprotpremies’. Niet alleen maakten ze het belachelijk, het werd ook duidelijk zwart gemaakt als racisme en gelijk gesteld aan het denken van Hans Janmaat die als een echte racist gold en zo ongeveer publiekelijk terecht gesteld werd. (te Kedichem)

Was het de tijdgeest die indaalde? Was het Aquarius die a.h.w. via de progressieve politieke programma’s incarneerde in het sociale en maatschappelijke leven? Want linksom of rechtsom, de grote volksverhuizing ging gewoon door, en gaat ook nu, of je nou hoog springt of laag springt gewoon door. Alsof er krachten aan het werk zijn die door politieke ideologen, sociologen en opiniemakers niet gezien en gekend worden.

Spiritualiteit en politiek

“Hoe zou dat nou zitten met de scheiding van kerk en staat als spiritualiteit zich niet meer in de vorm van georganiseerde godsdienst voordoet”, stelde ik mij in het vorige opstel de vraag. Ik transponeer kerk nu snel even naar spiritualiteit en staat naar politiek. De kreten over ‘god is dood’ betekenden voor mij alleen dat het godsbeeld aan diggelen ging. Vroeger hadden we een fysieke, stenen beeldenstorm nu een mentale, geestelijke beeldenstorm. Vooruitgang dus! De kerk liep leeg en we hebben nu 26% zgn. ‘nieuw spirituelen’ in Nederland. Volgens mij is het voornamelijk deze groep die haar nationale, etnische, godsdienstige, milieu en geslachtelijke identiteit wil loslaten en zich wil verheffen tot een hogere eenheid en heelheid en alleen nog daaraan hun identiteit willen ontlenen. Ironisch dat het streven naar klasseloze gelijkheid dan weer een nieuwe klasse vormt, de klasse der klasselozen.

Spirituele noties van heelheid en eenheid werden en worden hier verpolitiekt. De beschuldigingen die ik in mijn opstellen 7 en 8 aan Mohammed adresseer moet ik hier nu aan mijzelf en ‘de mijnen’ adresseren. Esoterie wordt tot exoterie gemaakt, onder het mom van theorie in de praktijk brengen. Weer priesterpolitici, alleen zijn ze dit keer vaak atheïst.

Op zich is dit een groot en universeel menselijk probleem. Het is niet eenvoudig om hier wijs mee om te gaan. Nietsdoen is ook geen optie. Behalve dan voor de ware mystici die de kunst van het doen door niet-doen verstaan. Maar van dezulken zijn er erg weinig. Tegelijk is het ook zo dat er altijd spirituele idealen en inspiraties zijn die een cultuur en een samenleving leiden en inspireren. Religie of spiritualiteit bepaalt de ziel van een cultuur. Dus op zich klopt het ook weer wel dat een nieuwe spirituele elite een nieuwe cultuur vestigt of probeert te vestigen. Alleen, en hier verval ik weer in herhaling in hoeverre kan en mag je dat aan andere delen van je volk opleggen zonder ze iets te vragen, ze daarin te betrekken.

De partij voor Mens en spirit

Ik ben een tijd verbonden geweest aan het SPI, het Spiritueel Politiek Initiatief. Ik denk dat het in 2007 en ’08 was. Er kwamen twee kleine politieke partijen uit voort, de 'Partij voor Mens en Spirit' en 'Heel Nederland'. Maar nog voor die tijd werden er binnen het SPI werkgroepen ingesteld. Ik was lid van een groepje dat zich bezig hield met onderwijs. We schreven een onderwijsparagraaf. Daarin ijverde ik er voor dat artikel 23 (vrijheid van onderwijs) zou worden opgeheven of grondig zou worden herzien. Mijn argumenten waren dat integratie beter zou verlopen als er alleen door de staat bekostigd openbaar onderwijs zou zijn. De segrerende invloeden van de godsdiensten zouden daardoor sterk vermindert worden. Openbaar onderwijs zou het vak filosofie en maatschappelijke verkenning en -vorming moeten omvatten. Verder zouden de grondwet, en de universele rechten van het kind en van de mens leidend moeten zijn.

De reactie van de andere leden van die groep is voor mij zeer bepalend geweest. Mijn voorstel kon helemaal niet. Daarmee zouden de Islamitische scholen als zodanig verdwijnen. Zij hadden die nog nodig om zich te kunnen identificeren met hun roots. Zonder die islamitische scholen zouden ze te zeer gespleten en verward raken tussen twee verschillende culturen. We zouden hun dan een te sterke aanpassing aan onze cultuur opdringen. Als we ze eerst de gelegenheid gaven om hun eigen identiteit hier te vestigen zou daarna de aanpassing geleidelijk aan vanzelf plaatsvinden.

Mijn tegenwerping was; wij moeten ons ook aanpassen, ook ons artikel 23 opgeven. Wij moeten ons ook richten op en laten leiden door de universele rechten van het kind.
Het antwoord was dat we hun niet met onze dominante meerderheid (toch ook al heel erg en moeilijk voor hun) die rechten van het kind mochten opleggen.

Wat? universele rechten van het kind toepassen op school is voor Islamitische kinderen dominant? En is dat 'opleggen'?

Ik ben toen echt een paar dagen verbluft geweest. Hoe kan het fout zijn om je te richten op de grondwet, en universele rechten van het kind en van de mens? Wat is dit?

Nu begonnen me de schellen pas echt van de ogen te vallen. Nederlandse inheemse kinderen kan van alles opgelegd worden in het kader van de multiculturele zaak. Waarom? Omdat het Nederlanders zijn. Omdat ze blank zijn en de derde wereld van alles schuldig zijn want wij, en ook zij, het klootjesvolk, de arbeiders hebben het zoveel beter dan hen. En dat komt omdat wij zo ontzettend hebben huisgehouden in de landen van hun herkomst, door ons kolonistisch verleden, door de uitbuiting en de uitpersing enz. Als blank kind krijg je dat gewoon gratis mee, gewoon omdat je hier geboren bent en blank bent niet te vergeten. Heb je een kleur dan is dat toch altijd en beetje een schutkleur, een excuuskleur het wijst toch tenminste op een zeker percentage slachtofferschap* door ons aangedaan. Die mentaliteit. Dat soort van denken.

Afijn, ik heb nog een tijdlang flink mijn best gedaan bij de partij voor Mens en Spirit maar ben tenslotte toch vertrokken.

Immigranten

Ik heb wel wat nieuwe ideeën opgedaan toen. Ik kan nu wel zien dat mensen iets dwingend voorzetten waar ze niet aan toe zijn en niet voor kiezen een vorm van discriminatie kan zijn. Alleen geld dat dan niet alleen voor immigranten maar ook voor de inboorlingen om het maar eens wat preciezer uit te drukken.

Ik vind op dit punt dat immigranten zich moeten realiseren, of zich hadden moeten realiseren dat ze emigreerden. Dat ze naar een andere cultuur emigreerden met een eigen identiteit en cultuur. Dat je er dan voor kiest om daar in op te gaan, er bij te horen. Als je ontdekt dat je verkeerd gekozen hebt dan ga je weer terug. Spijtoptant ben je dan. Heel naar en dramatisch allemaal. Maar dit komt bij alle migratie gemeenschappen voor.

Met andere woorden, die instroomprogramma’s hadden niets te maken met immigratie politiek en/of bevolkingspolitiek. Die was er gewoon niet. Het is allemaal veel te onbewust gegaan, het is alsof ons iets overkomen is en we moeten nu ons best doen, zo is het ongeveer.


Is tijdgeest Aquarius ons allemaal te slim af?

Of, moeten we weer opnieuw een les leren, die van onderscheiding tussen het spirituele en het seculiere?


*Ik onderscheid slachtofferschap van slachtofferisme/slachtofferhouding.

vrijdag 5 augustus 2011

De achterkant van het universele broederschapsideaal

(Opstel nr. 12)

Wat wil ik nou eigenlijk schrijven, en waarom en voor wie?

Ik wil schrijven over de zgn. ‘nieuwe spiritualiteit’, over het holisme, over de ‘new age’. Over de nieuwe cultuur die zou moeten gaan heersen. Over, hoe zou dat nou zitten met de scheiding van kerk en staat als spiritualiteit zich niet meer in de vorm van godsdiensten voordoet. Over de betekenis en de plaats van het ik en individualisering in de context van spirituele en geestelijke groei.

En waarom?

Omdat ik het van belang vind, omdat ik het kwijt wil. Hoe weinig dit ook gelezen wordt. Ik ga er mee door. Al moet ik het dan misschien zien als slechts ‘in het reine komen met mijn hersenprut’, maar ook dat is ten slotte mensenwerk.

Waarom nog meer?

Om te wijzen op het gevaar van naïviteit, vaagheid en weerzin om na te denken, waardoor je het zicht verliest op het verschil tussen holisme en totalitarisme. ‘Je moet niet zo in je kop zitten’ is een veel gehoorde mantra in het alternatieve en spirituele circuit. Over de idealistische goede bedoelingen om grote volksdelen een universele levenshouding aan te meten terwijl ze daar niet bewust voor kiezen. Er liggen slangen onder het holistische bloemenveld om het eens dichterlijk uit te drukken. Slangen van collectivisme en totalitarisme.

En voor wie?

Voor mijn kinderen nog steeds, voor hun generatie en voor hun kinderen. Erg onbescheiden voor een AOWer?..... Zal wel. Ik merk wel dat ik me ondertussen meer op een andere groep begin te richten. Dat zijn de ‘progressieven’, de alternatieven. Vooral de ‘nieuwe spirituelen’.

Gedachte experiment

In de zomer van 2004 had ik ook zo’n schrijfdrift. Ik deed toen een gedachte experiment. Dat ging als volgt.

Stel dat je het kwade plan zou hebben om racisme in Nederland te doen ontstaan, wat zou je dan moeten doen?

Uitgaande van de analyses over het Duitse volk in de 20er en 30er jaren van de vorige eeuw zou je moeten zorgen voor ontworteling. Voor een flink groot minderwaardigheidscomplex. Voor een crisis in hun identiteit. Dat zou voor de meeste mensen niet te verdragen of te verwerken zijn. Het zou zorgen voor een soort van gat of leegte in hun zelfgevoel. Met alle macht zouden ze proberen om boven dat gat uit te blijven door heel sterk op hun wil en hun ego te gaan vertrouwen, door in macht en controle te gaan en zich steeds groter en sterker te maken om dat nare lege gat niet te hoeven beleven. Mentaliteit aankweken, sterk zijn , doorgaan, vooral doorgaan en dergelijke.

Althans zo ging het blijkbaar toen. Nu zien we hier nog een nieuwe variant aan toegevoegd. Je kan die angst, die leegte, die twijfel en onzekerheid ook verbergen door er een andere naam aan te geven. Bijvoorbeeld openheid, pacifisme, liefde, verbinding en solidariteit, en vooral ook het jezelf openen voor meer vrouwelijke energieën die nu al bijna 2000 jaar onderdrukt waren door het eenzijdige mannelijke, patriarchale denken.

Wat hebben we gezien sinds het laatste kwart van de vorige eeuw? Precies dat. Alsof er een kwade genius aan het werk was. Een 'weg met ons' mentaliteit sloop in ons binnen. Ik ken het zelf heel goed. Niemand heeft me letterlijk verteld om ‘een hang naar het oosten’, te beginnen. Natuurlijk niet, dat zou te simpel zijn. Mijn hang naar het oosten had zeker ook iets authentieks, een zoeken naar zin, naar inzicht en wijsheid. Maar die behoefte werd aan de andere kant flink ondersteund door een negatief beeld van onszelf, en van mijzelf als onderdeel ‘van ons’. Ik had een diepgaand gevoel en besef dat wij niet deugden. Dat ik als lid van de Nederlandse en westerse cultuur niet deugde. Als ik al trots was op onze Nederlandse cultuur dan was het op het ontbreken van een trots op Nederlander zijn. Als er iets typisch Nederlands was dan zou dat misschien het ontbreken van nationale trots, etnische trots, en patriottisme zijn. Eigenlijk zou dat over de rest van Europa en de wereld verspreid moeten worden. Het is heel moeilijk om afdoende verklaringen te vinden voor het tevoorschijn komen van die universalisering van die algemenisering. Die drang om niets typisch eigens te hebben als volk, als land, als cultuur.

Anti-materialisme, anti-kapitalisme, anti-kolonialisme, anti-rationalisme, anti-technologisering, anti-industrialisering anti ‘het leugenachtige westerse denken', anti van alles wat westers is. Het enige waar wij, het westen goed voor zijn, is voor het ‘noodzakelijke kwaad’. ‘We zijn hier tenslotte wel op aarde, niet dan?’ Wij, het westen zijn goed voor het materiële en aardse. Voor innerlijke beschaving, geestelijk leven en cultuur moet je elders zijn. Wij westerse materiële lege hulzen moesten ons laven aan de wijsheid en verfijning van de oosterse en andere niet-westerse culturen. Zelden merkte iemand hier enige inconsequentie in op. Niemand lijkt de gespletenheid hiervan op te merken. Wel werd er af en toe gereageerd met; we moeten wel zorgen voor balans en evenwicht tussen hart en verstand hé mensen. Wel met beide voeten op de grond blijven jongens en meisjes! Dan werd er plotseling weer praktisch, zakelijk en efficiënt aangepakt. Daarna ging men dan trots weer verder met het hand in eigen boezem steken. Want dat was nog eens zelfkritisch en een waar teken van geestelijke en innerlijke groei. Dat leden van andere culturen daarbij ook een (beschuldigende) hand in de westerse boezem staken (in plaats van in hun eigen boezem) kwam goed van pas want droeg bij aan het zelfbeeld van openheid, streven naar eerlijkheid en universele broederschap. Het toonde ook aan dat men goed bezig was de eigen balken in het oog op te ruimen en niet naar de splinters in de ogen van anderen te kijken.

Natuurlijk schrijf ik hier over mezelf. Toch heb ik dit ook erg veel om me heen gezien. Ik weet zeker dat velen dit zullen herkennen.

Sluipende spiritualisering

Ja, da’s nog eens wat anders dan sluipende Islamisering. Weg met ons, zei ik enkele alinea’s terug. Nou ja, niet weg met ons zelf maar wel weg met elke vorm van identiteitbesef als Nederlander, als westerling, als blanke, als man, als lid van een bepaald milieu. Zelfs wordt de geslachtelijke identiteit op de helling gezet om te ontdekken wat je ware seksuele geaardheid is. Op zich een heel goed iets in een spirituele context, met een doel van universele broederschap, met een doel van vrede en het wegwerken van barrières en scheidingslijnen tussen mensen. Het zijn allemaal idealen en levensdoelen van de nieuwe spirituelen als burgers. In een eerder stuk genaamd ‘uitgeburgerd en weer ingeburgerd’ werd opgemerkt dat de huidige spiritueel geïnteresseerden niet meer intreden in een monniken of nonnen orde, of priester worden. Nee mensen hebben hun uiterlijke godsdienstige vormen losgegooid en combineren hun spirituele zoektochten nu met het gewone burgerlijke leven. Allemaal heel mooi en goed. Maar waren die 26% van de Nederlanders nog in een godsdienst georganiseerd dan zou deze groep beter herkend en aangewezen kunnen worden. Dan zou de gedachte aan de scheiding van kerk en staat onherroepelijk naar boven komen en gezocht worden naar evt. te nemen maatregelen. Natuurlijk zou dat niets uitgehaald hebben. Maar het lijkt me wel goed om ons hier van bewust te zijn. Hier ligt een macht. Hiermee kan je meebepalen wat er in een land gebeurt. Ik schat in dat het overgrote deel van deze 26% op links of op het midden van het politieke spectrum stemt. Dit is hun goed recht, de meerderheid wil meer universele mensenrechten, meer wereldburgerschap. Weg met de nationale en etnische identiteit, weg met de westerse cultuur en identiteit, te beginnen uit Nederland. Nederland toch weer gidsland. Stelletje dominees.

Terug naar het gedachte experiment. Hoe kweek je ook al weer blank racisme als je dat zou willen? Door een kloof te creëren met dat deel van het volk dat niet in dit soort groei en verandering geïnteresseerd is. Door wanneer ze vasthouden aan hun eigen diverse identiteitsankers ze vooral te veroordelen, minachten en kritiseren. Door stelling tegenover ze te nemen. Ze erover te beleren dat gelijkheid van alle culturen en alle mensen boven hun beperkte en plaatselijke rechten gaan. Ik heb niet onthouden waar en wanneer ik het volgende oppikte.

'wie zijn wij om een eerstgeboorterecht uit te oefenen, hoezo is Nederland voor zijn inwoners? Iedereen heeft recht op dit stukje aarde, waarom zouden wij, toevallige inwoners, daar enig bijzonder recht op doen gelden?'.

Heel modern. Maar ook heel erg boeddhistisch, theosofisch en 'nieuw spiritueel'. Met zulke bestuurders kan je het laatste restje van de theosofische beweging die H.P.B. naliet gerust opheffen. Weg met die achterlijke nationale en etnische identiteiten en dat egoïstische eigendomsrecht. Wij zijn één mensheid, één aarde. Worden jullie je daar maar eens van bewust!

De tegenpartij

Zo is het gauw gedaan met een eigen identiteit en cultuur. Iedereen is (ongevraagd) ineens wereldburger en kan zomaar overal wonen. Te beginnen in Nederland natuurlijk weer. Andere landen werd voor dit prachtige plan niets gevraagd, nog werden de inwoners van Nederland iets gevraagd. Laat staan dat er enige wederkerigheid verlangt werd van landen waar de immigranten vandaan kwamen. Het was Jaques Wallage die bovenstaande uitspraak deed. Nou verdenk ik Wallage niet van enige spiritualiteit maar zoals we eerder al konden zien, er vindt hier een bepaalde samenvloeiing plaats van internationalisme, socialisme en spirituele holistische idealen.

Is hier niet een al te grote kloof ontstaan tussen het progressief ‘kader’ inzake de culturele vernieuwing en vooruitgang enerzijds en de grote groep ‘stemmers’ op links en progressief die in feite gelokt werden met idealen over solidariteit en gelijke rechten. En met die in feite populistische makkelijke waarheden als; ‘de breedste schouders moeten de zwaarste lasten dragen’?

Het is mijn denkbeeldige racistenkweker niet gelukt. Door die overdaad aan universalisme werd wel een tegenbeweging opgeroepen. Daar kon je gemakkelijk je eigen verboden en onderdrukte racisme op projecteren. Soms heel gemakkelijk want natuurlijk is het Nederlandse volk net zo min vrij van dergelijke aandriften als ieder ander volk. Via de Centrum partij, Fortuyn en LPF en later de PVV kreeg die tegenbeweging vorm. Nog steeds wordt daarop geprojecteerd en beschuldigd.

Dit is hoe ik het heb zien werken. Miskenning en ontkenning van het eigen volk, het klootjesvolk, Jan met de Pet, tegenwoordig Henk en Ingrid geheten. Ze veel te hoge idealen opleggen zonder ze iets te vragen. Tegelijkertijd de nieuw binnengekomen etnische groepen nou juist helemaal geen universalisme opleggen want die hebben hun etniciteit, nationalisme en godsdienstige identiteit en trots nog hard nodig. 'Zij zijn daar nog niet aan toe'. Bovendien; 'wie zijn wij om dat te doen'? .........

Blank racisme kweken, racisme vestigen in Nederland is niet gelukt. Wel is er door te hoge idealen op te leggen een PVV geschapen, een fenomeen als Wilders gecreëerd. Maar de racistenkweker, die heeft zich misrekend. De Nederlanders gingen geen progroms houden. Ze stemden met hun voeten, door weg te trekken naar andere buurten en nieuwe steden. En stemden met het rode potlood op de PVV zoals je dat van moderne democratische burgers mag verwachten.

maandag 1 augustus 2011

Ik ben nog niet helemaal boven maar ik kan al wel wat zien

(Opstel nr. 11)

En over wat ik terugkijkend naar het dal kan zien, doe ik nu alvast maar verslag. Ik weet niet hoeveel hoger ik nog kom. Ontegenzeggelijk zal ik alles weer beter en anders zien als ik daar aangekomen ben. Bij leven en welzijn en met nog genoeg goesting zal ik dan beslist het een en ander terugnemen of herzeggen.

Ik begin nu te zien hoe er werkingen van de tijdgeest zijn. Reacties op posities, inzichten ideologieën en stellingnames en daar weer reacties op. Acties en reacties. Overigens is dit de betekenis van het woordje karma. Dat woord hoeft helemaal niets zweverigs in te houden.

Voor het vullen van mijn denkraam is de theosofie een van de leveranciers geweest. Ik wordt me daarvan sinds de vraag daarnaar door een van mijn vroegere kennissen, steeds meer bewust. Ik werd officieel lid van die vereniging in 1967 en was er tot halverwege de 70 er jaren in actief. In de 80er jaren werd ik steeds meer een slapend lid en rond ’90 stopte ik mijn lidmaatschap. Ik zie nu dat het een van de voedingslijnen was van wat tegenwoordig de perennial philosophy of eeuwige wijsheid wordt genoemd. Over die filosofie en de invloed daarvan ben ik van plan meer te gaan nadenken en schrijven. Maar ik kijk nu eerst nog even terug naar mijn ervaringen in de 60er en 70er jaren. Het begint me nu pas te dagen dat er overeenkomsten waren met Marx, met socialisme en communisme. In die tijd zag ik dat niet. Ik heb me nooit gerealiseerd dat Marx en Blavatsky tijdgenoten waren. Marx leefde van 1818 to 1883, en Blavatsky van 1831 tot 1891. Dat ze elkaar kenden of ooit ontmoet zouden hebben, daar heb ik nooit iets van gehoord.

Ze leefden beiden in de tijd van een grote, revolutionaire en een voor die tijd vooral spectaculaire technologische vernieuwing, van industrialisering en wetenschappelijke vooruitgang. Beiden reageerden daarop. Van Marx weet ik erg weinig maar ik zie als leek naast de grote verschillen toch wel enige overeenkomsten met H.P. Blavatsky. (vanaf nu: H.P.B.) Het is een beetje wrang eigenlijk. Marx als materialist die met zijn ontkenning van god en de ziel samenvalt met de boeddhistische en theosofische opvatting van de illusie van het ik. Waar dit dan in samenvalt is in een collectivisme. Het ik ondergeschikt aan het geheel, het individu ondergeschikt aan de gemeenschap. Overigens is dat anti ik of anti individualisme iets wat je in iedere godsdienst terug vindt. Heel merkwaardig, precies dat waar Marx zijn pijlen op richtte, de religie als opium van het volk, was als collectivisme in het communisme sterk terug te vinden. Verdoofde en doodse mensenmassa’s hebben we in de communistische landen kunnen zien. Niet verdoofd door opium, noch door godsdienst maar verdoofd door het verdoven van, bijna het doden van de individuele ik impuls en van het kritische denken. Vanuit een hele andere achtergrond en met hele andere bedoelingen droeg H.P.B. een nieuwe impuls bij aan de strijd tegen het ik en het denken. Het ik en het denken samen werden gezien als ‘de doder van het werkelijke’, zoals in nagenoeg alle mystiek spirituele stromingen het geval is. Maar niet echt in alle mystieke scholen, daarop wil ik later een keer terugkomen.

In 1875 richtte H.P.B. samen met anderen de theosofische vereniging op. Een andere keer zal ik misschien ingaan op de doelstellingen die toen geformuleerd werden. Ik wil nu de aandacht richten op de aanleiding. Die werd namelijk ook door haar gevonden in die technologisering en het wetenschappelijke succes. Enerzijds vooral om het materialisme en de overmoed die daarover in die dagen bestond. Men dacht dat men nu alles wist. Dat men ‘klaar’ was met uitvinden. Dat er verder niet veel meer te ontdekken zou zijn. Met het oprichten van de theosofische vereniging wilde men een spirituele impuls geven om die materialistische en wetenschappelijke domheid en hoogmoed te bestrijden. Anderzijds wilde men de beperkende, dogmatische godsdiensten van toen bestrijden die als geest- en spiritualiteit dodend gezien werden. Zij wilden dat geestelijke en spirituele leven een nieuwe inspiratie geven. Die inspiratie kwam wat H.P.B. persoonlijk betreft uit het oosten en ze lag daarom ook steeds met de oriëntalisten van toen in de clinch. Ze verweet hen arrogantie, domheid en vooringenomenheid.

Koet Hoemi

Koet Hoemi, was een ‘meester’ uit India. Of Blavatsky deze K.H. uit haar duim zoog zoals sommigen beweren is voor ons nu niet van belang. Alles wat aan hem werd toegeschreven komt dan nl. automatisch op haar conto/vruchtbare duim te staan. Dat maakt wat de inhoud van de tekst betreft niets uit. Overigens hebben knappe speurders eens beweerd dat die betreffende meester in het midden van de 19de eeuw aan een Duitse universiteit studeerde en ook op andere plaatsen in Europa gesignaleerd werd. Hij was dan kennelijk in een of andere rijke familie geïncarneerd om in het westen studerend daar eens zijn licht op te kunnen steken. Nou ja, vraagtekens met vraagtekens, rare luitjes die meesters. Maar voor mij nu interessant; hij zou dan dus met het Marxisme in aanraking gekomen kunnen zijn. Ik moet dit heel netjes ‘erg speculatief’ noemen van mezelf natuurlijk. Toch meen ik iets te zien hier en zoals ik in het begin van dit stukje al zei, daar wil ik verslag van doen. Lees bijvoorbeeld eens wat deze Koet Hoemi in een brief in 1882 schreef:

“Onwetendheid deed goden ontstaan en maakte handig gebruik van de gelegenheid. Kijk naar India en kijk naar het Christendom en de Islam, het Judaïsme en het Fetisjisme. Door priesterlijk bedrog werden deze goden als schrikwekkend aan de mens voorgesteld; religie maakt van hem de zelfzuchtige dweper, de fanaticus die alle mensen buiten zijn eigen sekte haat zonder hem iets beters of moreel meer hoogstaands voor terug te geven. Het is het geloof in god en goden dat tweederde van de mensen tot slaven maakt van een handvol die hen bedriegen onder de valse pretenties ze te redden.”

Even verderop in die brief:

“Twee duizend jaar lang heeft India gezucht onder het gewicht van het kastenstelsel, brahmanen alleen gevoed met het goede der aarde en tegenwoordig snijden volgelingen van Christus en Mohammed elkaar de kelen af uit naam van en tot meerdere glorie van hun respectievelijke mythes”

Dan zegt hij dat menselijke ellende nooit zal verminderen totdat:

“het beter deel van de mensheid de valse geloven vernietigt in naam van waarheid, moraal en universele liefdadigheid”

Nou, dat zouden toch best eens woorden kunnen zijn van een Indiasche student die net een college Marxisme achter de rug heeft? Daarnaast valt op dat het een veel kritischere en strijdbare houding naar de religies en godsdiensten toe weergeeft dan we nu, meer dan 125 jaar later van de ‘nieuwe spirituelen’, die ik als de hedendaagse erfopvolgers van H.P.B. zie, kan constateren. Precies zoals de socialistische kleinkinderen van Marx in het huidige links politieke kamp daar tegenwoordig ook geen enkel spoor meer van tonen tegenover de huidige opkomende godsdienst, de Islam. Dat was vroeger tegenover het Christendom en Jodendom wel anders....

Het lijkt wel alsof zowel de nieuwe spirituelen als de socialisten allemaal een zekere lievige softheids-procedure hebben ondergaan. De heldere kritische oordelen van nog Marx nog Koet Hoemi zijn daar tegenwoordig terug te vinden. Of zou het niets met lievigheid en softheid te maken hebben maar zijn zij degene die aan Islamofobie lijden i.p.v. de Islamcritici?

Ik denk van wel.

Maar misschien gaat het veranderen en is er enige verandering op komst?