woensdag 2 maart 2016

Eenheid en Tawhid, Mohammed een godlasteraar. (1)

Kan kritiek vanuit mystiek en esoterische filosofie helpen de orthodoxe en dogmatische islam te openen.

Aan het Ene dat alles te boven gaat kan geen eigenschappen toegekend worden.

Ieder beeld dat van het beeldloze gemaakt wordt haalt dat beeldloze naar beneden.

Het aanbidden van een beeld (van god) is godslastering of afgoderij.

Ik ga een poging wagen om een ideologisch en politiek maar een ‘in de kern spiritueel systeem’ juist op datzelfde spirituele gebied tegemoet te treden.

Wat is de kern van de Islam? Volgens mij is dat ‘Eenheid’. Iedere spirituele traditie of mystieke school stelt een oerbeginsel voorop als grond, begin en eindpunt van alles. Er wordt door menigeen als vanzelfsprekend aangenomen dat iedere godsdienst zo’n spirituele kern of ‘mystiek hart’, in zich draagt en dat verwachten we ook van de Islam. Dat is de reden voor mij om dit preciezer te onderzoeken.

Die vooronderstelling, dat beginsel wordt beschreven als grenzeloos, tijdloos, eeuwig en oneindig. Het wordt ook beschreven als onkenbaar, ondenkbaar en onvoorstelbaar, omdat het geen beeld of vorm heeft. Het is onnoembaar en ondenkbaar enz. enz. Het kan niet positief of positivistisch beschreven worden. Hiervoor wordt vaak de ontkennende negatieve manier van beschrijven gebruikt: on-eindig, tijd-loos, grenzenloos enz.

Gelukkig is ons verstand in staat te vatten dat dit niet te vatten is. Een verstandig mens weet dat je met het denken niet een antwoord moet verwachten over, of vanuit het ondenkbare. De vraag is, wat doet een mens op dit punt waar op de ons bekende manier niets te kennen en niets te zeggen valt. Degenen die intuïtief of op mystieke wijze toch op een of andere manier dit niets ‘kennen’ nemen hun toevlucht tot het schrijven van het woordje Niets met een hoofdletter. Men spreekt over de grote leegte, over ruimte of over de ongrond die vooraf gaat aan de grond van het bestaan. Naast de negatieve of ontkennende manier van beschrijven wordt soms de analogische of symbolische manier gebruikt. Bijvoorbeeld; het licht symboliseert het ene dat het niets is waaruit de kleuren (de dingen die bestaan) van de regenboog uit voortkomen. Een derde manier is het gebruik maken van de overtreffende trap; bovenwezenlijk, alles overtreffend zoals in India het Para-Brahman, boven-goddelijk.

Niets

Dit niets met een hoofdletter, dit mysterieuze oerbeginsel wordt ook wel de al-geest genoemd of de grote geest. De kwestie of deze geest een menselijke projectie is omdat de mens het niets niet aan zou kunnen laten we hier maar even rusten. Het woord spiritus heeft de betekenis van universele geest. Het huidige begrip ‘spiritualiteit’ vindt hierin zijn oorsprong en diepste betekenis. Van dit Niets wordt gezegd dat het de oorzaakloze oorzaak (want zelf niet veroorzaakt) van al het bestaande is. Het wordt het ene genoemd. Het is belangrijk om op te merken dat hier een woord dat een getal aanduidt (een, het ene) wordt gebruikt voor nul, voor geen-getal. Daarnaast moeten we opmerken dat we spreken over ‘het ene’ en niet over ‘de ene’. De uitspraak de ene, zou een getalsbetekenis kunnen hebben, de eerste in een reeks, of de enigste in zijn soort waarvan er maar een is. Maar zou desalniettemin in de categorie ‘getal’ vallen. Niets, soms als ‘het ene’ benoemd valt daar buiten. Logischer wijze kan dit ook weer niet maar we zagen al dat we hier met denken en taal aan onze grens zitten. Dit qua logica en filosofie verder uitwerken valt buiten mijn kunnen en (daarom) ook het bestek van dit opstel. We gaan verder met het geconstateerde verschil tussen de voorzetsels ‘het’ en ‘de’ voor het woord ‘ene’. Het gaat om de betekenis van nul, van niets. Het is de nul die voorwaarde is voor het getal een, evenals de reeksen die daar uit volgen. ‘Het ene’ verwijst naar nul of niets. ‘De ene’ verwijst naar een, de enige of de eerste. Een is een getal, voortkomende uit geen getal. Iets, voortkomende uit niets. Een wonder eigenlijk, wat verbluffend toch dat er iets is en niet niets.

Het goddelijke en god

Een is dus de eerste in getal, in hiërarchie. Nul is geen getal, geen hiërarchie en is de onvoorwaardelijke voorwaarde voor een en alle getallen, voor reeksen en hiërarchieën, voor alle dingen en bestaansvormen. De gelijkwaardigheid van alles, van de verscheidenheid van mensen en dingen kan alleen in de nul gevonden worden. Niet één maar nul staat voor de onvoorwaardelijke gelijkwaardigheid van alles. Spinoza erkende bijvoorbeeld één absolute substantie als (oer)grondbeginsel van al het bestaande. De gelijkwaardigheid van alle mensen leidde hij daaruit af alsmede vrijheid en democratie. Dus tegenovergesteld aan wat de mono-theïsten er uit afleidden. Dit uitgaan van een beginsel van eenheid noemt men monisme in tegenstelling tot dat van dualisme tussen geest en materie of, het dualisme tussen god en niets.

Monisme

Het monistische standpunt zegt dat er een (eventueel goddelijk te noemen) eenheidsbeginsel is waar alles uit voortkomt, zonder een scheppende god die er a.h.w. naast (be)staat. In dat dualisme is god de schepper (theos) de eerste, de ene of de enige. Dit laatste is de mono-theïstische visie, daarnaast hebben we de visie dat er meerdere goddelijke krachten aan het werk zijn. Worden die veroorzakende, scheppende krachten als goden gezien dan hebben we te maken met polytheïsme. Hieruit blijkt dat atheïsten dus best monisten (maar geen mono theïsten) kunnen zijn. Voorbeelden zijn het Taoïsme en Boeddhisme. Ze zijn monistisch waar ze van een eenheidsbeginsel uitgaan. Ze zijn niet-theïstisch waar ze geen scheppende god erkennen. Taoïsme en Boeddhisme een godsdienst noemen is feitelijk onjuist. We kunnen ze voorbeelden van spiritueel humanisme noemen in tegenstelling tot het in het westen overheersende materialistisch humanisme.

Vaak verkeert dat humanisme en atheïsme nog in een reactieve houding naar het monotheïsme. Een beetje ingewikkeld? Misschien, maar het is de moeite waard om het verband tussen spirituele stromingen en culturele ontwikkelingen te zien.

Uit nul en een komt het vele voort, uit niets en iets komt alles voort. Het oneindige beginsel geeft alles van zichzelf en verliest niets, het blijft eeuwig volledig, zichzelf. Het is en blijft een en heel. Gezien vanuit ons, vanuit onze eindigheid is het, ‘het totaal andere’. Tegelijk is dat andere in alle dingen. Het oneindige beginsel kan niet ergens niet zijn. Alle dingen zijn in dat en dat is in alle dingen. Het is het al in alles. Alles is een en een geheel.

Dit is het eerste van de drie delen van dit artikel. Het is in zijn geheel als essay verschenen op het opinie en debatblog Veren of Lood (klik hier) en er zijn daar ook wat meer reacties te lezen dan op dit blog.

Eenheid en Tawhid, Mohammed een godlasteraar. (2)

Tawhid en Allah

Tawhid is eenheid. Eenheid en ondeelbaarheid van Allah. Er wil mee gezegd worden dat God – Allah volstrekt ondefinieerbaar is, uniek en ondeelbaar. Tawhid betekent ook, de enigheid van Allah. Allah kan met niets vergeleken worden, en er is ook niets dat met Allah vergeleken kan worden. Het gaat hier dus om ‘het totaal andere’ wat we van meerdere mystici horen uit alle tijden en culturen. Denk bijvoorbeeld aan ‘Ain Soph’ uit de Joodse mystiek, het Para Brahma (boven goddelijk) uit de Hindoesche mystiek, het Tao bij de Taoïsten of ‘het Ene’ van Plotinus. Het gaat dan m.i. om een dimensie die eigenlijk geen dimensie meer is. Die buiten tijd en buiten vorm is. Daarmee ook buiten taal en denken, dus onkenbaar en ondenkbaar inderdaad ondefinieerbaar, zoals we al eerder zagen. Deze laag of dimensie van het ongeschapene, het oneindige, het oorzaakloze en onveroorzaakte (verwekte niet, noch werd verwekt, soera 112:4) kunnen we nul noemen (0). Wanneer het mysterieuze wonder geschiedt dat niets (0) iets wordt kunnen we een eerste oorzaak aannemen. Je kan dat ook creatie of schepping noemen. Dit kunnen we één noemen (1). Nul wordt hier een. Niet bestaan wordt bestaan. Getal wordt geboren uit geen-getal Die eerste oorzaak werkt door en veroorzaakt meerdere dimensies, tijd, fasen en vormen. Wij mensen staan (natuurlijk) graag stil bij het moment dat de mens veroorzaakt wordt, dat hij geschapen wordt. De mens benoemd die veroorzaking vn zichzelf dan als; “God of Allah schiep de mens naar zijn beeld en gelijkenis”. Dit kunnen we twee noemen (2).

De fouten van de monotheïsten

In feite hebben we nu drie dimensies, 0, 1 en 2 die alle drie Allah of God genoemd worden. Misschien gaat het ons toch allemaal wat ver boven de pet? Voor Jan met de pet mag dat maar een dergelijke laat maar waaien houding is geestelijke leiders zeer kwalijk te nemen. Niet in het minst de heer Mohammed, de profeet, stichter van een wereldgodsdienst. Maar we waren er nog niet want we moeten het verschijnsel in ogenschouw nemen dat de mens zich geleid of geïnspireerd voelt en ook die inspiratie als een entiteit beleefd en die ook weer Allah of god noemt. We hebben nu tenminste al vier betekenissen die met hetzelfde woord, God of Allah worden aangeduid. Dit is de makke van ieder monotheïsme. Het ‘er is maar één god’ dogma is nodig in de strijd tegen het polytheïsme en eist hier zijn tol.

Waar ‘De ene’ aanbeden wordt en er geen plaats is, of zelfs niet mag zijn voor ‘het ene’. Waar geen plaats mag zijn voor meerdere dimensies, lagen en betekenissen, daar weet je dat je op je hoede moet zijn. Hier is onwijsheid, gebrek aan kennis en filosofie aan het werk. Of misschien meer waarschijnlijk is hier politiek en machtswellust aan het werk. Culturele- en volksinspiratie, zelfs het stamgod bewustzijn gaat onder de term Allah of God vallen.... omdat er maar een god mag zijn, allemaal ‘de ene’. Dit is m.i. de verkrachting, de verpolitisering en corrumpering van de geestelijke, spirituele kern die in de Koran te vinden is maar daar tegelijk ook verkracht wordt. Macht wordt verkregen door de lagere dimensies of godsideeën te bekleden met de absoluutheid van het oerbeginsel waar we mee begonnen. In meerdere scholen wordt die ‘oorzaakloze oorzaak’ inderdaad ‘het absolute’ genoemd.

Godslasteringen door Mohammed

Blijkbaar wilde men (men = Allah, Gabriël en Mohammed) in die tijd de Arabische mens onderwijzen over het allergrootste ene. Middels het medium Mohammed werd een poging gedaan om –ter bevordering van vrede en eenheid- het concept van de allerhoogste dimensie binnen hun denk- en leefwereld te brengen. In de taal en cultuur van groot, groter, grootst, allergrootst moest de dimensie, die geen dimensie meer is, de 0 (nul) dimensie als ‘buiten’ allergrootst worden binnengebracht. Het moest gaan over dat wat buiten ‘getal’ staat, buiten één of eerste. Het mystieke ‘ene’, tijdloos en vormloos waar alles uit voortkomt en weer in opgaat.

Onder Allah Akbar (= Allah is groter), zou volgens mij begrepen moeten worden dat Allah buiten de categorieën van groot en klein, van eerste en laatste en van vorm valt. Net zoals, Para Brahman en Ain Soph. Gezien de verwording van deze betekenisvolle woorden tot een ordinaire superioriteitskreet, hebben weinig volgelingen van Mohammed dit zo begrepen en hij zelf vatte het blijkbaar ook niet op die manier op. Allah wordt opgevat als nummer een. En hier staat de muur tussen de innerlijke mystieke opvatting en de uiterlijke orthodox dogmatische opvatting. Bijna op iedere bladzijde in de Koran is Allah een volksleider die begiftigd wordt met de dimensies van 2, 1 en zelfs 0, wat hem maakt tot een absolutistische,verschrikkelijk willekeurige en machtige God. De Koran doet op die manier erg zijn best om te zondigen tegen haar eigen gebod dat van Allah geen beeld gemaakt mag (en kan) worden. Ieder beeld dat gegeven wordt van dat wat beeldloos is haalt dat beeldloze naar beneden. Het is nota bene Mohammed zelf die zegt dat Allah - het Ene geen eigenschappen toegekend mag en kan worden. Hij doet het echter zelf voortdurend. Dit heet godslastering. We kunnen toch slecht aannemen dat ‘geen beelden maken’ alleen betrekking heeft op steen, klei, hout of getekende en geschilderde beelden en niet op innerlijke beelden. Mohammed en/of Allah voedt de oemma van gelovigen in de Koran constant met beelden. En vaak nog van die vreselijke ook.

Tawhid en Oemma

De Eenheid van Tawhid moet worden uitgedrukt in de eenheid van de gemeenschap van gelovigen.

Die eenheid van gelovigen krijgen we vaak gedemonstreerd, bijvoorbeeld wanneer Marrokaanse, Pakistaanse of Turkse gelovigen zich één voelen met Palestijnse gelovigen. Het onrecht aan Palestijnse gelovigen aangedaan treft ook andere gelovigen in hun ziel. Ze zijn bereid om de strijd voor ‘hun’ rechtvaardigheid aan te gaan. De oemma blijkt een wereldgemeenschap. Moslim zijn is een identiteitsanker dat kennelijk sterker is en dieper ligt dan de betekenis van een Marrokaans of Turks paspoort, laat staan dat van een Europees tweede paspoort.

Er zijn ook andere kleinere voorbeelden van te geven. Zo is het verkondigen van de alomtegenwoordigheid van god in tegenspraak met de plicht om ‘overal in de richting van Mekka’ te bidden. Die alomtegenwoordigheid zou toch betekenen dat je in iedere richting kunt bidden? Ik kan dit alleen maar verklaren door hier een politieke bedoeling in te zien. Eenheid maakt macht.

Eenheid en Tawhid, Mohammed een godlasteraar. (3)

De allerhoogste eenheid van Allah wordt heel onmiddellijk en direct vertaald en toegepast op de aardse en sociaal maatschappelijke realiteit. Een kenmerk van de Islamitische exoterie. Dit is het politiseren van het goddelijke onkenbare. Dit is godslastering of blasfemie want het onkenbare waaraan geen eigenschappen kunnen worden toegekend wordt verlaagd, er worden constant eigenschappen toegekend. Maar de Islamitische god mag dat kennelijk doen, hij mag met zichzelf in tegenspraak zijn. Want, wie zijn wij? Allah weet het beter.........

Zo wordt er bijvoorbeeld gezegd; ‘Hij’ is onafhankelijk, uit zichzelf bestaand (=ongeschapen en onsterfelijk) zichzelf genoeg, eeuwig. Hij verwekte niet, nog werd hij verwekt. Het gebruik van het woordje ‘hij’ is een voorbeeld van hoe het ‘heilige hele ene’ dat buiten tijd en vorm is, wordt beperkt en vermenselijkt, zelfs vermannelijkt. ‘Hij is de Ene’! Dit gebeurd in een en dezelfde zin. Hadden die Gabriël en Allah niet een beter filosofisch onderlegde boodschapper kunnen vinden?

Dit werkt verder door in het Mohammedaanse denken. Zo kun je daar horen; 'hoe kan ik onverschillig blijven bij het zien van iets dat Allah haat'. Dit is al godslastering. Allah wordt hier de eigenschap van haat toegeschreven. Dat het in dit geval de eigenschap van haat is doet er eigenlijk niet zoveel toe. Een eigenschap toeschrijven aan dat waar je geen eigenschappen aan toe kunt schrijven een godslastering noemen en daarna over de haat van Allah spreken…. dat moet toch wel tot kortsluitingen leiden?

Het ‘ondefinieerbare’ wordt hier vereenzelvigt met een god die de mens schiep naar zijn beeld en gelijkenis. Hier niet meer te ontwarren van, de mens die god schiep naar zijn eigen beeld en gelijkenis. In een moeite door wordt die hoogste betekenis van Allah vereenzelvigt met de god van een volk die wanneer het hem zint de voorkeur geeft aan een ander volk. Over toeschrijven van eigenschappen gesproken, dus over godlastering gesproken....

Had de Koran de bedoeling om het godsbeeld van ‘de mensen van het boek’, d.w.z. de Joden, Christenen en Zoroastriërs, naar een hoger en mystieker plan te verheffen dan lijkt mij dit een slechte poging geweest te zijn. Maar wellicht was er niet zo’n mystieke – spirituele bedoeling maar meer een politieke bedoeling. Misschien was de bedoeling meer exoterisch dan esoterisch. De leer van tawhid wordt inderdaad volledig in de praktijk gezet en vastgelegd middels de oemma en de sharia. Deze drie plus de 5 zuilen van de Islam maken de eenheid van de Islam zo hard en ongenaakbaar. Juist omdat het allerhoogste, transcendente onmiddellijk en totaal in het uiterlijke aardse is omgezet.

Verband tussen godsbeeld en mensbeeld

Transcendente, absolute almacht ongefaseerd omgezet in samenlevingsvormen. Dit is een van de belangrijke verschillen met een meer esoterische leer. Het toeschrijven van bovenmenselijke dimensies aan een anderszins vermenselijkt godsbeeld kan niet zonder gevolgen blijven. Er is namelijk een grote samenhang van het godsbeeld en het mens- en zelfbeeld dat mensen hebben. Absolute grenzeloze wil en dito vrijheid en willekeur (want immers ondefinieerbaar en onkenbaar) toeschrijven aan een mensvormige god waar mensen zich aan onderwerpen, aan gehoorzamen en zich in feite dus mee identificeren moet wel gevolgen hebben voor de psychologie en de cultuur van de gelovigen. Een onderworpene aan Allah mag en zal nooit inbuigen naar iets anders dan Allah.... Hoe (geestelijk) soepel leef je dan in een wereld vol diversiteit, en vooral, hoe leef je dan in een niet-Islamitisch land?

Natuurlijk zijn er grote voordelen aan te wijzen in de ontwikkeling naar een monotheïstisch en mensvormig godsbeeld. Er zijn echter ook nadelen. Daarom moeten er borgingen zijn in een religieuze totaliteitscultuur zoals de islamitische. Borgingen in de zin van wegen en mogelijkheden om het exoterische, letterlijke uiterlijke geloof te balanceren met esoterie, verdieping, meerzinnigheid, differentiatie en nuancering. Er moet openheid en persoonlijke vrijheid zijn om innerlijke ervaring en onderzoek een rol te laten spelen.

De Soefi en andere esoterische tradities hadden die borgingsfunctie kunnen krijgen. Maar esoterie en mystiek hebben door de strakke dogmatische grip van de islam op het zielenleven van de gelovigen niet lang kunnen overleven. Na Ibn Arabi en Suhrawardi hoor je vanaf de 14de eeuw er eigenlijk niets meer over. De oorzaak daarvan is m.i. in de Koran zelf te vinden. Esoterie, gelaagdheid van betekenissen, persoonlijke vrijheid voor interpretatie en innerlijke ervaring worden in de Koran zelf ontmoedigt en geblokkeerd.

Soera 3:7 zegt, hier weergegeven in een eigen samenstelling van vertalingen:

“Hij is het die u de schrift (het boek) heeft nedergezonden; er zijn verzen in die fundamenteel en onoverdrachtelijk zijn in hun betekenis, zij vormen de grondslag van het boek (wettelijke verplichtingen en strafwetten), anderen zijn zinnebeeldig (allegorisch) en overdrachtelijk. Maar degenen in wier hart dwaling (twijfel) is gaan na wat er meerzinnig (symbolisch – allegorisch) van is in begeerte naar verzoeking en in begeerte naar uitlegging ervan. Maar niemand kent de juiste uitleg dan Allah – en degenen die vast gegrondvest (stevigstaand) zijn in kennis, die zeggen: “Wij geloven er in; het geheel is (het is alles) vanwege onze heer”, en niemand trekt er lering uit, dan zij, die begrip hebben (dan de verstandigen)”.

Dus hoewel hier toegegeven wordt dat er verzen zijn met een diepere betekenis gaat het toch vooral om de fundamentele, onoverdrachtelijke verzen. De uiterlijke, exoterische verzen. Mocht je geïnteresseerd zijn in diepere zaken en dimensies dan ben je kennelijk in twijfel of dwaling en begerig naar verzoeking en uitlegging. Het lijkt niet erg halal te zijn om daaraan te beginnen. Je moet dan kennelijk te rade gaan bij de stevigstaanden en verstandigen in kennis. En wat wordt hier gezegd over die verstandigen? Zij “geloven er in”, staat er en zij verzekeren ons ervan dat de totale leer een gehele eenheid is. Wat een grip op het zieleleven en wat een gesloten systeem wordt hier gecreëerd. Wat betekent dit voor mensen met een open, nieuwsgierige en creatieve geest? Wat een wantrouwen van Mohammed en Allah spreekt hieruit naar hun gelovige volgelingen. Wat een strak, streng en totalitair bewind.

Was deze aanpak van het drietal (Allah, Gabriël en Mohammed) misschien nodig voor de Arabieren van toen? Is die aanpak nu nog nodig voor de moslims in deze tijd? Is dit de aanpak die nodig is voor naar het westen geëmigreerde moslims? Wat denken de hier ingevoerde Imams hiervan? Komen ze hier eenkennigheid, xenofobie, assimilatie-angst, behoud van de ware leer verspreiden of zijn ze progressief?

Bovengenoemde Islamitische manier van opereren creëert geen geestelijken, mystici of heiligen maar eerder priester-politici. De in het begin nog aanwezige esoterie in de islamitische gebieden, die leunde op geïslamiseerde Joodse en Christelijke gnostici en neo-platonici (werd Soefi) heeft dan ook niet erg kunnen bloeien. De exoterische machtsgrip van de Koran had zijn uitwerking op de Islamitische culturen en de mystiek. De spiritualiteit en de esoterie zat na zo’n 5 á 600 jaar islam definitief op slot.

Gaan de poorten van de Itjihad (interpretatie en uitleg/vernieuwing) ooit weer open? Zal er door de botsing met het westen een celdeling gaan ontstaan in plaats van een verdere verstening van de eenheid?