woensdag 2 maart 2016

Eenheid en Tawhid, Mohammed een godlasteraar. (2)

Tawhid en Allah

Tawhid is eenheid. Eenheid en ondeelbaarheid van Allah. Er wil mee gezegd worden dat God – Allah volstrekt ondefinieerbaar is, uniek en ondeelbaar. Tawhid betekent ook, de enigheid van Allah. Allah kan met niets vergeleken worden, en er is ook niets dat met Allah vergeleken kan worden. Het gaat hier dus om ‘het totaal andere’ wat we van meerdere mystici horen uit alle tijden en culturen. Denk bijvoorbeeld aan ‘Ain Soph’ uit de Joodse mystiek, het Para Brahma (boven goddelijk) uit de Hindoesche mystiek, het Tao bij de Taoïsten of ‘het Ene’ van Plotinus. Het gaat dan m.i. om een dimensie die eigenlijk geen dimensie meer is. Die buiten tijd en buiten vorm is. Daarmee ook buiten taal en denken, dus onkenbaar en ondenkbaar inderdaad ondefinieerbaar, zoals we al eerder zagen. Deze laag of dimensie van het ongeschapene, het oneindige, het oorzaakloze en onveroorzaakte (verwekte niet, noch werd verwekt, soera 112:4) kunnen we nul noemen (0). Wanneer het mysterieuze wonder geschiedt dat niets (0) iets wordt kunnen we een eerste oorzaak aannemen. Je kan dat ook creatie of schepping noemen. Dit kunnen we één noemen (1). Nul wordt hier een. Niet bestaan wordt bestaan. Getal wordt geboren uit geen-getal Die eerste oorzaak werkt door en veroorzaakt meerdere dimensies, tijd, fasen en vormen. Wij mensen staan (natuurlijk) graag stil bij het moment dat de mens veroorzaakt wordt, dat hij geschapen wordt. De mens benoemd die veroorzaking vn zichzelf dan als; “God of Allah schiep de mens naar zijn beeld en gelijkenis”. Dit kunnen we twee noemen (2).

De fouten van de monotheïsten

In feite hebben we nu drie dimensies, 0, 1 en 2 die alle drie Allah of God genoemd worden. Misschien gaat het ons toch allemaal wat ver boven de pet? Voor Jan met de pet mag dat maar een dergelijke laat maar waaien houding is geestelijke leiders zeer kwalijk te nemen. Niet in het minst de heer Mohammed, de profeet, stichter van een wereldgodsdienst. Maar we waren er nog niet want we moeten het verschijnsel in ogenschouw nemen dat de mens zich geleid of geïnspireerd voelt en ook die inspiratie als een entiteit beleefd en die ook weer Allah of god noemt. We hebben nu tenminste al vier betekenissen die met hetzelfde woord, God of Allah worden aangeduid. Dit is de makke van ieder monotheïsme. Het ‘er is maar één god’ dogma is nodig in de strijd tegen het polytheïsme en eist hier zijn tol.

Waar ‘De ene’ aanbeden wordt en er geen plaats is, of zelfs niet mag zijn voor ‘het ene’. Waar geen plaats mag zijn voor meerdere dimensies, lagen en betekenissen, daar weet je dat je op je hoede moet zijn. Hier is onwijsheid, gebrek aan kennis en filosofie aan het werk. Of misschien meer waarschijnlijk is hier politiek en machtswellust aan het werk. Culturele- en volksinspiratie, zelfs het stamgod bewustzijn gaat onder de term Allah of God vallen.... omdat er maar een god mag zijn, allemaal ‘de ene’. Dit is m.i. de verkrachting, de verpolitisering en corrumpering van de geestelijke, spirituele kern die in de Koran te vinden is maar daar tegelijk ook verkracht wordt. Macht wordt verkregen door de lagere dimensies of godsideeën te bekleden met de absoluutheid van het oerbeginsel waar we mee begonnen. In meerdere scholen wordt die ‘oorzaakloze oorzaak’ inderdaad ‘het absolute’ genoemd.

Godslasteringen door Mohammed

Blijkbaar wilde men (men = Allah, Gabriël en Mohammed) in die tijd de Arabische mens onderwijzen over het allergrootste ene. Middels het medium Mohammed werd een poging gedaan om –ter bevordering van vrede en eenheid- het concept van de allerhoogste dimensie binnen hun denk- en leefwereld te brengen. In de taal en cultuur van groot, groter, grootst, allergrootst moest de dimensie, die geen dimensie meer is, de 0 (nul) dimensie als ‘buiten’ allergrootst worden binnengebracht. Het moest gaan over dat wat buiten ‘getal’ staat, buiten één of eerste. Het mystieke ‘ene’, tijdloos en vormloos waar alles uit voortkomt en weer in opgaat.

Onder Allah Akbar (= Allah is groter), zou volgens mij begrepen moeten worden dat Allah buiten de categorieën van groot en klein, van eerste en laatste en van vorm valt. Net zoals, Para Brahman en Ain Soph. Gezien de verwording van deze betekenisvolle woorden tot een ordinaire superioriteitskreet, hebben weinig volgelingen van Mohammed dit zo begrepen en hij zelf vatte het blijkbaar ook niet op die manier op. Allah wordt opgevat als nummer een. En hier staat de muur tussen de innerlijke mystieke opvatting en de uiterlijke orthodox dogmatische opvatting. Bijna op iedere bladzijde in de Koran is Allah een volksleider die begiftigd wordt met de dimensies van 2, 1 en zelfs 0, wat hem maakt tot een absolutistische,verschrikkelijk willekeurige en machtige God. De Koran doet op die manier erg zijn best om te zondigen tegen haar eigen gebod dat van Allah geen beeld gemaakt mag (en kan) worden. Ieder beeld dat gegeven wordt van dat wat beeldloos is haalt dat beeldloze naar beneden. Het is nota bene Mohammed zelf die zegt dat Allah - het Ene geen eigenschappen toegekend mag en kan worden. Hij doet het echter zelf voortdurend. Dit heet (volgens hemzelf)godslastering. We kunnen toch slecht aannemen dat ‘geen beelden maken’ alleen betrekking heeft op steen, klei, hout of getekende en geschilderde beelden en niet op innerlijke beelden. Mohammed en/of Allah voedt de oemma van gelovigen in de Koran constant met beelden. En vaak nog van die vreselijke ook.

Tawhid en Oemma

De Eenheid van Tawhid moet worden uitgedrukt in de eenheid van de gemeenschap van gelovigen.

Die eenheid van gelovigen krijgen we vaak gedemonstreerd, bijvoorbeeld wanneer Marrokaanse, Pakistaanse of Turkse gelovigen zich één voelen met Palestijnse gelovigen. Het onrecht aan Palestijnse gelovigen aangedaan treft ook andere gelovigen in hun ziel. Ze zijn bereid om de strijd voor ‘hun’ rechtvaardigheid aan te gaan. De oemma blijkt een wereldgemeenschap. Moslim zijn is een identiteitsanker dat kennelijk sterker is en dieper ligt dan de betekenis van een Marrokaans of Turks paspoort, laat staan dat van een Europees tweede paspoort.

Er zijn ook andere kleinere voorbeelden van te geven. Zo is het verkondigen van de alomtegenwoordigheid van god in tegenspraak met de plicht om ‘overal in de richting van Mekka’ te bidden. Die alomtegenwoordigheid zou toch betekenen dat je in iedere richting kunt bidden? Ik kan dit alleen maar verklaren door hier een politieke bedoeling in te zien. Eenheid maakt macht.

Geen opmerkingen: