maandag 20 oktober 2014

Kritische meditatie (5)

Nog drie alinea’s te lezen en te bespreken.

“Na het onderzoek houd je altijd minder over van je verhaal. Wie zou je zijn zonder je verhaal? Dat zul je nooit weten tot je onderzoek doet. Er is geen verhaal dat jij bent of dat naar jou leidt. Elk verhaal gaat bij jou vandaan. Jij bent wat bestaat vóór alle verhalen. Jij bent wat overblijft als het verhaal wordt begrepen."

Ze heeft het over ‘verhaal’. We houden verhalen over onszelf. We ontlenen onze identiteit en bestaan aan onze geschiedenis. Ken je zelf door je geschiedenis te kennen lijkt het motto in het gewone denken. Je moet weten wie je bent, begrijpen hoe dat in de geschiedenis gekomen is. Dat is de mening van onze psychologen, sociologen enz. enz. Beleid wordt er op afgestemd, men gelooft dat identiteit maakbaar is op school en via de media.

Als ik op Byron Katie’s gedachten serieus doordenk kom ik tot de uitkomst dat het slechts stuivertje wisselen is van het ene concept en verhaal met het andere. Schijnbaar nieuw maar telkens blijkt het weer oud te zijn want voortgekomen uit een oud verhaal of een reactie er op. Niet werkelijk anders, de zelfde menselijke toestanden als 5000 jaar geleden alleen in een ander jasje, anders georganiseerd. Dit geldt in het groot voor een hele cultuur en in het klein voor ieders persoonlijke geschiedenis en verhaal waar je aan gehecht bent en ‘ik’ noemt. Door die identificatie en gehechtheid ben je niets zonder je verhaal. Althans dat is onze instinctieve angst, een ego angst, een doodsangst. Of die angst gegrond is kan je alleen weten als je onderzoek doet, wat kennelijk inhoudt dat je dan voorbij je verhaal gaat, want ze zegt:“Jij bent wat bestaat vóór alle verhalen. Jij bent wat overblijft als het verhaal wordt begrepen.”

Er is achter of voorbij 'onszelf als verhaal' een hemel, een hemel op aarde. Je leeft dan in een staat van dankbaarheid en genade. Wat een verlokking.

“Het leven aan de andere kant van het onderzoek is onvoorstelbaar eenvoudig en vanzelfsprekend. Alles wat je ziet is volmaakt, gewoon zoals het is. Hoop en vertrouwen heb je hier niet nodig. De aarde bleek de hemel te zijn waarnaar ik verlangde. Er is zoveel overvloed, hier, nu, altijd. Er is een tafel. Er is een vloer. Er is een kleed op de vloer. Er is een raam. Er is een hemel. Een hemel! Ik zou eindeloos kunnen doorgaan met het eren van de wereld waarin ik leef. Er is een mensenleven voor nodig om dit moment te beschrijven, dit hier en nu dat niet eens bestaat, behalve als mijn verhaal. En is het niet mooi? Het mooie van weten wie je bent is dat je altijd in een staat van genade verkeert, een staat van denkbaarheid voor de overvloed van de schijnbare wereld. Ik stroom over van de pracht, de vrijgevigheid van alles. En het enige wat ik heb gedaan was het op te merken.”

Is dit wel kost voor gewone mensen? Want ja, er is een hemel, een tafel, en een vloerkleed enz. maar er wordt ook een hals doorgesneden en er sterven mensen aan ebola en andere ziektes, en er storten vliegtuigen neer.

De lakmoesproef zou wat mij betreft te vinden zijn in haar houding tegenover pijn en dood. Ik ga daar nu niet op in want ieder kan zelf lezen in boeken en zien op you tube filmpjes dat zij consequent is ook in het zicht van ziekte, pijn en dood. Ik herinner me woorden van haar in de strekking van: “waarom een moment van levensvreugde verliezen aan zoiets onnozels als doodsangst” tijdens het neerstorten van een vliegtuig. “Enjoy your flight”zou ze dan zeggen. Zij geeft een andere lakmoesproef aan. Namelijk een constante staat van dankbaarheid, van compassie en liefde die door dood en pijn niet wordt ondermijnt.

“De lakmoesproef voor zelfrealisatie is de constante staat van dankbaarheid. Deze dankbaarheid is niet iets wat je kunt zoeken of vinden. Het komt van een andere kant en neemt volledig bezit van je. Het is zo groots dat het niet kan worden afgezwakt of ergens mee kan worden bedekt. De korte versie zou zijn: het denken dat verliefd is op zichzelf. Het is de totale acceptatie en absorptie van zichzelf, op hetzelfde moment weerspiegeld in dat middelpunt dat als een samensmelting is. Als je je leven leidt vanuit die staat van dankbaarheid, ben je thuisgekomen.”

Vorige keer in Kritische meditatie 4 zagen we dat denkvermogen meer in kan houden dan optellen, aftrekken, deduceren, herinneren, ordenen enz. Dat onderwerp komt in dit laatste deel niet aan de orde. Moet later een keer.

Punt blijft hoe stop ik mezelf. Byron Katie geeft een handreiking, een soort van methode met haar vier vragen aanpak voor onderzoek, voor werken aan jezelf om aan die andere kant te komen. Mijns inziens is dat dan werken op onderdelen. Je hebt een stress situatie of een probleem of onderwerp en gaat daar dan met die 4 vragen aan werken. Het is inderdaad werken met de projector maar eigenlijk op onderdelen van de projector. Ze zegt ook; na je onderzoek hou je altijd minder over van je verhaal. Dus hier is tijd en langzame stap voor stap vooruitgang een onderdeel. En dus tijd, en dus denken.

Krishnamurti geeft niks, geen methode, geen meditatie helemaal niks. Want dat zou hij in Katies taal gesproken alweer een nieuw verhaal vinden. Toch heb ik het gevoel dat hij (alweer in de taal van Katie) de gehele projector als onderwerp neemt.

Volgende keer verder met Krishnamurti misschien.

Geen opmerkingen: