woensdag 2 mei 2012

Indisch cultureel erfgoed


en de boeken van H.A. van Hien

Zo halverwege de 60er jaren, voordat ik in militaire dienst ging ( lichting ’65 – 5) , daartijdens en ook daarna was ik behalve in yoga en India ook geïnteresseerd geraakt in theosofie. Via mijn toenmalige yoga lerares kwam ik in contact met een theosofe in Breda. Ze was al een oudere mevrouw, ik denk dat ze al ergens in haar tachtiger jaren was. Ze had in Indonesië gewoond waar ze in het onderwijs had gewerkt in een plaats die Grissee of Gresik heette, dat weet ik niet precies meer. Haar man was daar arts en zij stond voor de klas.

Ik ging bij haar in de tuin werken. Dat was heel erg nodig. De buren klaagden dat het er een oerwoud was. Je kon inderdaad vanaf hun tweede verdieping niet bij haar op de grond kijken. ‘Ze denkt zeker dat ze nog steeds in Indië woont’ zeiden ze hoofdschuddend als ik hun tussen het groen door kon ontwaren, net lang genoeg om de hoop en verwachting op hun gezicht te kunnen lezen. Ik snoeide van alles, maar wel op haar aanwijzingen want ze hield behoorlijk de controle. Ik mocht, jammer genoeg voor de buren 'niet té véél snoeien hoor!. Pech voor de buren. Ze kookte aan het eind van de dag voor mij een Indische maaltijd waarbij ze mij opvoedde in tafelmanieren. Thuis had ik die niet geleerd en de Indische familie waar ik ‘als thuis’ was waren zogenaamde ‘blote voeten Indo’s’. Dat betekende dat als ze jou wat langer kenden ze gewoon met de vingers aten met het bord op schoot. Dat probeerde ik dan na te doen. Heel interessant, maar tafelmanieren 'heb ik daarmee ook niet zodanig geleerd dat het haar goedkeuring kon wegdragen.

Indische totok's

Zij was van een duidelijk hogere komaf dan ik. Zij was nog van het slag Nederlanders in Indonesië dat niet slechts Maleis sprak maar ook Javaans. Op school hadden ze dan Latijs, grieks, en moderne talen gehad en in de Indonesische theosofische vereniging werd behoorlijk gestudeerd op godsdiensten, culturen, filosofie en spirituele en esoterische zaken. Hoe Indonesië na Animistisch, Hindoeïstisch en later Boeddhistisch was geweest en daarna Mohammedaans enz. Dat ik met mijn achtergrond en ambachtschool toch geïnteresseerd was in theosofie en andere spirituele zaken vond ze wel interessant. Ik snuffelde daar dus regelmatig, heel nieuwsgierig in haar omvangrijke boekenkasten. Het huis leek behalve een plantenkas ook wel een bibliotheek.

Ik vertelde haar dat ik bij mijn Indische vrienden vaak verhalen hoorde over guna guna. Daar wist zij als theosofe natuurlijk van alles van. Maar wat ze ook vertelde was dat ze ooit van iemand gehoord had die daar onderzoek naar had gedaan. Van Hien zei ze, hij staat hier wel ergens tussen, kijk maar eens. En ja, hij had ook iets gedaan wat de Javanen helemaal niet beviel. Namelijk, hij had de gelofte aan de Doekoens, waarvan hij alles geleerd en gehoord had geheimhouding beloofd. Die gelofte had hij verbroken door alles in boeken te beschrijven. Zelfs de Javaanse Geheime Leer stelde hij te boek. Het was sowieso al bijzonder natuurlijk dat een Hollander dit allemaal te horen en uitgelegd kreeg. Typische westerse leugenachtige onbetrouwbaarheid enz. enz. natuurlijk... Of het nu toeval was geweest of dat het de straf van de Doekoens was of van de Javaanse geesten zelf waarover hij schreef dat weten we niet. Feit was wel dat hij ‘verdween’. Zijn lijk is nooit gevonden, hij is nergens begraven. Zo was het verhaal.

Het staat me niet meer bij of hij lid was van de theosofische vereniging in Indië of slechts in die kringen verkeerde. Ik ben er haast zeker van dat hij van theosofische leringen op de hoogte was. Namelijk in het boek met de voor onze tijd ongelooflijke naam: “De Javaansche geestenwereld en de betrekking : die tusschen de geesten en de zinnelijke wereld bestaat, verduidelijkt door petangan's bij de Javanen en Soendaneezen in gebruik” gaat zijn tekst zonder dat aan te kondigen over in een stuk tekst uit De Geheime Leer van H.P. Blavatsky. Zijn werk kan volgens mij beslist gezien worden als belangrijk antropologisch onderzoek, echter dit leek mij met mijn ambachtschool verstand toch wel een foutje voor een wetenschapper. Misschien is het door dit akkefietje dat zijn werk zo onbekend bleef? Zo‘n fout en dan nog aanpappen met Theosofen ook?

Vele jaren later raakte ik opnieuw geïnteresseerd in van Hien’s werk. Dat was in de tijd dat ik nog enthousiast was over de multiculturele samenleving. Het was mijn ideaal dat allerlei culturen, etniciteiten en godsdiensten door elkaar heen zouden wonen en leven. Daardoor zou er een universele broederschap kunnen ontstaan die werkelijke wereldvrede mogelijk zou maken. Ik vond tegelijkertijd wel dat mensen van iedere cultuur toegang moesten kunnen hebben en houden met de wortels van hun cultuur. Verder redeneerde ik dat als je allerlei (culturele) kleuren gaat mengen zonder de originele kleuren te behouden, we tenslotte eindigen met een vreselijk grauwgrijs. Hieruit concludeerde ik dat Indische mensen in Nederland toegang zouden moeten kunnen hebben tot dit geestelijke erfgoed uit Indonesië. Dus tot ‘De Javaanse Geheime Leer'. Zo zou dan van Hien ook nog eens niet voor niets onbegraven gestorven zijn, vond ik.

Blote voeten Indo's

Ik wou er op een gegeven moment voor gaan zorgen dat Indische kinderen en kleinkinderen dit ergens zouden kunnen vinden. Aangezien ik niet helderziend was kon ik toen niet weten dat nu iedereen alles kan vinden op het internet. Zo ging ik dus op zoek naar van Hien’s boeken. Die bleken antiquarisch wel te vinden maar onbetaalbaar. 1200 tot 1500 gulden, een enorm bedrag zeker in die tijd.

Op een zeker moment herinnerde ik me die theosofische mevrouw. Ik heb een hele zoektocht ondernomen om een van haar kleinkinderen te vinden. Afspraken gemaakt om contact te hebben. Ik legde uit wat mijn bedoeling was, om dit verhaal niet te lang te maken; ze hadden besloten om die hele bibliotheek met ouwe boeken maar in containers af te voeren. Geschokt was ik. Toen ik uitlegde wat de waarde was, niet alleen inhoudelijk maar ook financieel werd er slechts verlegen geschokschouderd en kon ik weer huiswaarts keren en mijn zoektocht voortzetten.

Later kwam ik er achter dat de universiteitsbibliotheek van Nijmegen een exemplaar had. Via via ontdekte ik dat er een Indische man wetenschappelijk medewerker was op die universiteit. Met hem contact gemaakt en mijn zaak uitgelegd. Bleek dat hij de mogelijkheid had om copieën te maken voor wetenschappelijke studies. Die moesten echter ook betaald worden. Het bleek dat het pas een beetje betaalbaar werd als ik 5 exemplaren zou afnemen. Vijf maal 250 gulden. Een heel stuk voordeliger dan via het antiquariaat maar toch nog steeds veel te duur voor mij. Ik heb daarna drie Indo vrienden warm kunnen maken voor mijn plan. Die Indische werknemer bleek uiteindelijk zelf ook geïnteresseerd en zo hebben we met 5 afnemers 5 boeken over de Javaanse geestenwereld in de wereld gezet. Beschikbaar voor Indische kinderen, kleinkinderen en geïnteresseerden om toegang te behouden tot de eigen culturele en geestelijke wortels.

Een poos geleden realiseerde ik me dat ik eigenlijk niet veel meer met mijn boeken deed. Ook niet meer met deze. Ik besloot tot een opruiming. Verschillende boeken heb ik weggegeven, naar de tweedehands winkel gebracht en de rest inderdaad ook in de papiercontainer gekieperd. Niet de boeken van Van Hien natuurlijk.

Die zijn nu goed terechtgekomen bij de kinderen van de ‘blote voeten Indo familie’. En geloof het of niet, ze zijn daar op hun plek. Ze worden gelezen. Een familielid die regelmatig naar Indonesië gaat, daar een Doekoen leraar heeft en iemand is die nooit iets leest omdat alles via de ervaring geleerd moet worden, die leest nu wel in de werken van Van Hien. Ik begin zelfs te vermoeden dat er misschien wel Javanen blij zijn met Van Hiens zonde, van inmiddels honderd jaar geleden.


Nabeschouwing.


Ik zie hier hoe ik zelf dacht in het multiculturele motto ‘integreren met behoud van eigen cultuur’. Iets wat vooral nu door Mohammedanen vaak naar voren wordt gebracht. Ze geven een vereniging of stichting daarom bijvoorbeeld graag een naam als palet of mozaïek. Symbool van het behouden van eigen kleur in een veelkleurig geheel.

Hier speelt mijn fobie voor de Islam op. Ik ga daar hier niet verder op in. Maar met de Javaanse geestenwereld heb ik helemaal geen fobie. Ik was eerder Indofiel, Hindoefiel, en Boeddofiel en nog veel meer-ofiel..... het kan verkeren zo door de jaren. Wel kan ik dit zeggen; van integratiefobie of assimilatiefobie had ik in ieder geval geen last.





Geen opmerkingen: