zondag 2 februari 2014

Met een probleem_ zitten

“Angst is de overtuiging dat wat Echt is ons kwaad zal doen. Het is het bange vermoeden, vaak zelfs de vaste overtuiging, dat het universum zich niet ontwikkelt zoals het hoort, dat God een fout gemaakt heeft of niet verstandig genoeg was om de zaken in orde te maken. Het is de neiging om zelf de touwtjes in handen te nemen, van het lot, van de toekomst: alsof dat kan. Ik weet dat dat niet kan, dus dan raak ik in paniek. Als God niet verstandig genoeg is en het universum loopt uit de hand en ik kan het niet in orde maken, dan zegt mijn denken dat het mij zeer waarschijnlijk kwaad zal doen. De angst zorgt ervoor dat ik blijf proberen God te zijn. De angst verzekert me van mijn falen. Er schuilt geen Waarheid in. Ik ben God niet. En Degene die dat wel is, maakt geen fouten.”

Bovenstaande quote staat op bladzijde 80 van het boek; De roep in de woestijn, de weg van Byron Katie. Het is geschreven door vriendin en ex non, Christin Lore Weber. Deze quote tekst kan daarom wellicht niet geheel aan Byron Katie worden toegeschreven maar in ieder geval gedeeltelijk aan Christin Weber.

Ik ga op dit stukje tekst in omdat ik in mijn stilte oefening angst voelde. Maar ook omdat ik stuitte op een tweedeling. Namelijk die van de spirituele en morele ‘haves and have nots’ verdeling. De haves zijn degenen die de liefde kennen, de verlichting, het geluk, die hun vijanden liefhebben die in vrede en vreugde vertoeven. Natuurlijk zijn er erg weinig van zulke mensen maar ze zijn er. Ze zijn ondanks hun overstelpende minderheid heel belangrijk omdat de overgrote meerderheid van de mensheid naar hun staat van zijn streeft. Deze haves zien en ervaren geen tweedeling tussen hen en ons gewone, zoekende stervelingen. Wij, van de overgrote meerderheid ervaren wel een verschil tussen hen en ons.

Die enkelingen kennen geen angst. Ze zeggen dat ze in een werkelijkheid (of echtheid, waarheid) leven die niet in woorden is uit te drukken. Maar ook voor hen geldt; waar het hart van vol is loopt de mond van over. Ze spreken en gebruiken taal. Taal is zo verwant aan denken dat het niet te scheiden is, het is een twee-eenheid. Deze mensen weten dat wel maar toch spreken ze want het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Ze moeten toch wat, dan zich maar bedienen van zo’n krakkemikkig vehikel als taal en denken.

Ik kan dit als ‘have not’ allemaal wel zien en begrijpen maar verder kom ik eigenlijk niet. Ik ben waar ik ben en dat is dat ik een denker ben. Ik ga dus als denker deze tekst te lijf. Meditatie en contemplatie komt dan later wel als ik er beter in zit…. Of, beter gezegd als ik dit voorbij ben. Eerst ga ik in dit opstel bovenstaande quote tekst uitpluizen, zo nodig regel voor regel. Ik nodig u als lezer uit hetzelfde te doen en als u het niet met mij eens bent daar de opmerkingsruimte voor te gebruiken. U leest wellicht heel wat anders in die woorden dan ik.

“Angst is de overtuiging dat wat Echt is ons kwaad zal doen.”

Hier wordt mij die tweedeling al meteen voor de voeten geworpen. Het Echte (met hoofdletter!) tegenover het onechte waar de angst overtuiging leeft. Wat is het Echte? Dat is het volmaakte, het ene, de liefde, het oneindige, het geluk, het goede enz. Dát is het echte goede volgens deze tekst. Ik ben bang dat ‘dat Goede’ mij kwaad zal doen volgens deze visie. Daarom zit ik fout met mijn angstige waarneming, en dat komt door mijn onwetendheid en gehechtheid volgens de Boeddhistische ‘haves’. Op zich wel een consequente redenering vind ik. Maar ja, ik ervaar dat echte en goede niet dus is het voor mij een risico om mijn denken en wikken en wegen los te laten uit angst inderdaad dat ik een verkeerde keuze maak. Goed, ik begrijp dus nu dat ik een angstdenker ben. Maar ik ga er toch nog maar lekker even mee door.

“Het is het bange vermoeden, vaak zelfs de vaste overtuiging, dat het universum zich niet ontwikkelt zoals het hoort, dat God een fout gemaakt heeft of niet verstandig genoeg was om de zaken in orde te maken.”

Wow, this is a bommer, zou mijn Amerikaanse vriend zeggen. Die knalt er in, zeggen mijn Brabantse vrienden. Ja, want wat hier staat herken ik in allerlei mythen en mysterieleringen, in godsdiensten en filosofieën. Er is iets mis, het leven is onvolmaakt ervaart de overgrote meerderheid van de mensheid. Alleen mensen als Erik van Ruysbeek, Krishnamurti, Eckhart Tolle en ook Byron Katie ervaren dat het leven in werkelijkheid wel volmaakt is. Wij gewone mensen ervaren dat er iets mis is en dat er ooit iets misgegaan moet zijn waardoor dat komt. Bijvoorbeeld bestaan er mythen over de godenwording, de theogenese, of in meer bekende woorden de schepping der goden waarin al het een en ander verkeerd ging. Lucifer bijvoorbeeld, de opstandige engel die niet meedeed aan het goddelijk plan. Een hoge god lijkt me want hij heeft nogal wat geschapen zou je kunnen zeggen. Een scheppende god dus die nu engel wordt genoemd in de politiek van de monotheïsten, de ‘er is maar een god’ leer. Als we het niet-godsdientig bekijken dan blijft over dat wij mensen een gevoel of vermoeden hebben dat er een ontwikkeling in het universum plaats vond die naar ons gevoel anders had moeten gaan. Een bepaalde hypothetische natuurkracht die anders ging dan die had moeten gaan, althans wat ons betreft. Was dat goed gegaan dan hadden we het nu beter gehad. We noemen het misschien wel ‘een schitterend ongeluk’ maar toch een ongeluk. Op zich een interessante filosofische en psychologische vraag trouwens. Hoe komen wij er bij dat het een ongeluk is? Waarom vinden we niet dat alles goed ging zoals het ging? Waarom ervaren we niet dat het goed is zoals het is?

“dat God een fout gemaakt heeft of niet verstandig genoeg was om de zaken in orde te maken.”

Hier lees ik: “het universum bevat een ontwikkeling of werking die niet harmonieus is. Het bevat niet die intrinsieke intelligentie die de orde zo instelt dat het ons als onderdeel van dat geheel welgevallig is, dat het mij goed doet.” Ja, dat is mijn vermoeden, inderdaad zelfs mijn conclusie. Ik kan vanuit mijn nuchtere verstand niet anders.

Ja, dat klopt wel, natuurlijk doe ik dat. Ik probeer dingen in orde te maken. In ieder geval doe ik dat op die gebieden waar ik dat ook kan. Ik vind ook dat ik dat moet doen, ik wil verantwoordelijkheid nemen voor mijn leven en ik doe daar ook mijn best voor. En dan staat er: “Alsof dat kan”. Het staat er alsof hier bedoeld wordt dat dat ‘natuurlijk niet kan’. Daar moet ik toch even over nadenken. We voeden en kleden ons, we bouwen huizen, we werken voor een inkomen, sluiten een verzekering af, we houden rechts in het verkeer enz., allemaal touwtjes die ik in handen neem. Maar laat ik er vanuit gaan dat dit hier niet bedoeld wordt, dat er iets diepers of hogers bedoeld wordt. Waar in mijn leven is het dan zo dat ik weet niet de touwtjes in handen te kunnen hebben, dat ik het lot en de toekomst niet kan bepalen en dat ik dat wetende, in paniek raak?

Dat is moeilijk te vinden nu ik zo zit te schrijven. Ik moet wel denken aan dat meditatie moment uit mijn vorige stukje. Ik werd me gewaar van een soort basis angst. Dat alles weg zou vallen, alles zonder doel of betekenis zou zijn, zonder zin. Zou die angst iets te maken kunnen hebben met wat hier bedoeld wordt? Ja, natuurlijk want doel, betekenis en zin zijn onderdeel van mijn denken en taal, van mijn ik-besef en van mijn levenszin. Paniek heb ik niet gevoeld maar misschien moet ik daarvoor nog wat meer stil zitten bij mezelf. Want mediteren mag ik dat niet noemen hadden we al gezien.

“Als God niet verstandig genoeg is en het universum loopt uit de hand en ik kan het niet in orde maken, dan zegt mijn denken dat het mij zeer waarschijnlijk kwaad zal doen.”

Omgezet in niet godsdienstige taal:

“Als het leven in de werkelijkheid niet genoeg wijsheid en harmonie in zich draagt en het loopt uit de hand en ik kan me er niet tegen beschermen, dan denk ik dat het mij zeer waarschijnlijk kwaad zal doen.”

Ik heb die uitsplitsing van “…dan zegt mijn denken dat het mij….” voor de gelegenheid veranderd. Er wordt hier een ‘mij’ naast of tegenover ‘mijn denken’ gezet. Op deze manier wordt er een gelaagd mensbeeld geïntroduceerd van; je bent niet je denken, je bent niet je ego, je bent niet je ik. Je bent 'het al' en jouw ik en denken is een vergissing, een onwetendheid waaruit je gehechtheid en je lijden ontstaat. Dat is zo ongeveer het mensbeeld dat al die ‘haves’ ons vertellen.

Maar in antwoord op die zin zeg ik; Als er straks een meteoor op ons afkomt, of een tsunami, of een aardbeving, een ramp of hongersnood dan zal ik er toch niet ver naast zitten als ik denk dat het me kwaad zal doen? Volgens 'mijn denken' klopt dat wel aardig, dus dat hou ik er nog maar even in.

“De angst zorgt ervoor dat ik blijf proberen God te zijn. De angst verzekert me van mijn falen. Er schuilt geen Waarheid in. Ik ben God niet. En Degene die dat wel is, maakt geen fouten.”

Nou, ik vind dit laatste deel van de quote wel minder interessant maar ik wil er op toch reageren. Ik denk in de eerste plaats dat je best vanuit een gezond verstand kunt proberen om bepaalde touwtjes in handen te nemen en te onderscheiden welke touwtjes je niet in handen kunt nemen. Ik denk ook dat het niet persé de angst is die er voor zorgt dat ik faal maar eerder ook onrealistische doelstellingen en idealen waar ik niet aan kan voldoen. Het zou wel kunnen voelen als falen als ik me met die ideaalbeelden heb vereenzelvigt. Er schuilt inderdaad geen waarheid in angst maar ook niet in ideaalbeelden en hoge doelstellingen. Als je die hebt leef je logischerwijze in angst want je voelt ergens aan dat je die niet haalt of waar kunt maken. Waarheid maakt nederig. Daardoor vind ik het maken van zgn. fouten steeds minder erg. Ik ben god niet en hoef dat ook niet te zijn, dus dit laatste stuk herken ik persoonlijk niet zo.

“En Degene die dat wel is, maakt geen fouten.”

Degene (hoofdletter!) maakt geen fouten. Anders gezegd, het universum, het leven maakt geen fouten. Laat ik dan van dat laatste eens uitgaan. Als ik me daar aan overgeef dan betekent dat toch dat ik constant de dood in de ogen kijk? Nee wordt hier gesuggereerd, misschien kijk je steeds de goedheid, de waarheid en de schoonheid in de ogen. Maar dan wel met de dood op een millimeter van me vandaan, op z’n hoogst zelfs zou ik zeggen. Ik denk zelfs dat de dood dan net zo in me zou zitten als het leven.

Dit doet me denken aan een uitspraak van Byron Katie dat ze in een neerstortend vliegtuig zou blijven genieten van de vlucht, waarom een moment van levensvreugde verliezen aan zoiets onnozels als doodsangst. “Enjoy your flight” zou ze dan zeggen. Ik herinner me het niet precies meer maar het waren woorden van deze strekking. Dit doet me ook denken aan krishnamurti die bij het zien van een wilde tijger vanuit een auto in vervoering zijn handen uitstrekte naar die ‘majesteit van de natuur’, zoals hij hem noemde. Hij raakte de tijger op het nippertje aan toen andere inzittenden hem snel naar binnen trokken. Zo redden zij zijn leven. Of misschien toch niet? Misschien zou er niets gebeurd zijn door zijn puurheid en onschuld zoals sommigen geloven. Krishnamurti kon het niets schelen, die heeft hier geen mening over. Voor hem zijn dood en leven hetzelfde.

Nabeschouwing

Ik ben een ‘have not’, dat is me wel duidelijk. Ik kan met mijn verstand een beetje volgen wat er bedoeld wordt maar ik ervaar het leven niet zo. Als ik me op die beleving en ervaring instel dan voel ik meteen weer angst opkomen. En daarmee ben ik weer terug bij de quote aan het begin van dit stukje. Ook al heb ik commentaar op de tekst, in de grond gaat het over mij en klopt het helemaal.

Waar ik verder nog aan moet denken bij het ingaan op deze tekst is dat mensen zoals Krishnamurti, Echart Tolle en Byron Katie hun transformatie, ontwaken of verlichting kregen zonder tussenkomst van een godsdienst, traditie of een mystieke scholing of training. Vooral bij Tolle en katie kan je zeggen dat het ze overkwam in omstandigheden waar geen duiding of verwijzing voor hun ervaring aanwezig was. Ze ondergingen hun transformatie tijdens een depressie en een diepe identiteitscrisis. In het reguliere circuit zou een psychiatrisch pathologische diagnose voorhanden zijn. Daarnaast bestaat er een alternatief circuit maar dat heeft hun niet kunnen helpen of begeleiden. Later werden ze er leraren. Krishnamurti werd wel in een cultuur geboren waar ik- of egoloosheid kon worden herkend en opgevangen maar hij wilde dat niet en wees dat af. Depressie en identiteitscrisis zijn welhaast kenmerken van onze moderne cultuur op dit moment. Opmerkelijk en interessant.