dinsdag 28 januari 2014

De moeder aller oplossingen

Wat zou dat kunnen zijn, die moeder aller oplossingen. Het moet iets zijn dat overal voor helpt, voor alles gebruikt kan worden. Een panacee maar dan niet voor ziektes maar voor alles.

Om bij Gautama’s (de Boeddha) analyse uit het vorige opstel te beginnen zou verlichting dat panacee voor alles kunnen zijn. Ook de moderne westerse cultuur komt met verlichting op de proppen als een oplossing voor alles. Maar bij nadere beschouwing wordt hier twee keer hetzelfde woord voor een tegengesteld onderwerp gebruikt. Gautama’s verlichting ontstaat voorbij de ratio. De westerse verlichting bedoeld juist de ratio.

Dit panacee moet de oorlog uit de wereld helpen, ziekte, pijn en ongeluk uit het mensenleven verwijderen en toch geen overbevolking tot gevolg hebben. Of misschien nog beter gezegd, het moet de mensen in vrede en harmonie doen leven zelfs ook als er overbevolking heerst met alle gevolgen van dien, bijvoorbeeld bij hongersnood, rampen of epidemieën.

De ene cultuur noemt dat verlichting, wijsheid en mededogen, de andere barmhartigheid en gerechtigheid, bij weer een andere is dat de liefde. Van deze laatste horen we in onze westerse cultuur het meest. Onze cultuur is een kind van o.a. het christendom, vandaar.

Liefde

Laten we de liefde als panacee voor alles eens onder de loep nemen. Misschien ligt ons dat beter dan die boeddhistische verlichting. Wellicht kunnen we daar meer mee doordat we er al bijna 2000 jaar mee bezig zijn?

In de bijbel wordt de liefde wel als een panacee beschreven? of toch niet – misschien meer als een elixer, als de essentie van alles? of ook dat niet? Het heet wel de kern van de christelijke kleer te zijn.

Er bestaat een ‘Liefde is…’ reeks. Daar vind je bijvoorbeeld; “Liefde is: niet waar, maar met wie je vakantie viert” of “Liefde is: Altijd in elkaars gedachten zijn” en meer van dat soort leuks. Maar daar lossen we de wereldproblemen natuurlijk niet mee op. Dus die liefde is niet de panacee die we zoeken. Wikipedia is al wat interessanter. Zie hier. Daar lezen we bijvoorbeeld dat

“Vanuit de christelijke traditie geldt dat het enerzijds - als uiterste - een zichzelf opofferende en een ander weldaden schenkende houding is (agape).”

Hier wordt overigens ook ‘metta’ genoemd, de liefdevolle vriendelijkheid van het Boeddhisme.

Dat agape ligt voor mij heel dicht bij altruïsme, het tegenovergestelde van egoïsme. Ik heb daar moeite mee. Ik begrijp wel dat dat door mijn ego komt en door mijn ratio maar daarmee gaat mijn moeite niet weg. Ik moet dan altijd denken aan het helpen van mijn rechter buurman bij het wieden van zijn tuin, terwijl mijn linker buurman dat bij mij doet. Mijn rechterbuurman doet dat dan bij zijn rechterbuurman. Dan aan het eind van de straat de hoek om en zo is ons hele blok dan bezig met altruïstische agape in de praktijk. Volgens mij lost dit geen problemen op. Ik denk dat ons hele blok ontevreden zal zijn. Maar dat ligt dan natuurlijk weer aan ons aller ego en ratio.

Maar nu alle gekheid op een stokje. Het komt me voor dat de panacee, de moeder aller oplossingen boven onze pet gaat. Dat het een zo hoogstaand principe is dat de gewone mens daar zeer zelden bij kan. Het blijkt iets transcendents te zijn net als die verlichting. Natuurlijk hou ik van mijn vrouw en van mijn kinderen, van mijn familie, vrienden en van vele dingen en zaken. Er zijn vele smaken en soorten van liefde. Maar is dat een oplossing, een panacee. Zijn dat niet de liefdes die we als mens al lang kennen en beleven. En wat heeft dat tot effect gehad? Kijk om je heen, er lijkt me de laatste 5000 jaar niet veel verandert in feite. Dus de liefde die als panacee kan gelden moet toch iets anders zijn dan wat ik ken. Daarom concludeer ik dat ik niet weet wat liefde is.

Korintiërs 1:13 wordt vaak als een belangrijke bron aangegeven van deze panacee van het christendom. Ik neem hieronder enkele zinnen daar uit op, het geheel leest u hier:

4 De liefde is lankmoedig, zij is goedertieren; de liefde is niet afgunstig; de liefde handelt niet lichtvaardiglijk, zij is niet opgeblazen;
5 Zij handelt niet ongeschiktelijk, zij zoekt zichzelve niet, zij wordt niet verbitterd, zij denkt geen kwaad;
6 Zij verblijdt zich niet in de ongerechtigheid, maar zij verblijdt zich in de waarheid;
7 Zij bedekt alle dingen, zij gelooft alle dingen, zij hoopt alle dingen, zij verdraagt alle dingen.

Liefde lijkt hier inderdaad de panacee te zijn. Zonder dat zijn we niets, hebben we niets en is alles vergeefs. In die tekst blijkt dat het gaat om het volmaakte, om dat wat alles volmaakt maakt. Het houdt een erkenning van onze beperking in. Dat is iets wat ik herken. Want inderdaad wat die echte volmaakte liefde is, daar weet ik niks van. Die ken ik niet. Met de liefde die ik ken, die wij allemaal kennen hebben we de wereld die we hebben en die is zeer onvolmaakt. Hoe diep we die soms ook mogen beleven, het is diep gevoelde genegenheid die kan gaan tot opoffering van het eigen leven. Maar dat heeft slechts martelaarschap tot gevolg waarna de sterkere partij of de meer egoïstische partij overblijft. Diep gevoelde eenheid met de ander, diepe liefde voor zelfs je vijand heeft hetzelfde tot gevolg. Zie het leven van Jezus van Nazareth.

Het valt me op dat in deze tekst van Paulus aan de Korintiërs voornamelijk verteld wordt over wat die liefde niet is en wat ze niet doet. Relatief maar weinig wat ze wel is. In de aangehaalde regels hierboven staat dat ze goedertieren en lankmoedig is en dat ze zich verblijdt in de waarheid. Daaruit leidt ik af dat goedheid, geduld en waarheid, (dus eerlijkheid) hetgene is dat tot de oplossing aller problemen zou moeten leiden. Er staat nog iets meer over liefde dat ze wel is en wel doet. Namelijk dat de liefde alles bedekt, gelooft, hoopt en verdraagt. Nou daar heb ik toch zo mijn twijfels bij, kennen we niet allemaal dat ‘alles met de mantel der liefde bedekken’? Hoe ‘zich verblijdend in de waarheid’ is dat eigenlijk? Hoe verhoudt die bedekkende liefde en dat ‘zich verblijden in de waarheid’ zich dan tot elkaar? En dat geloven, hopen en verdragen is dat niet iets waardoor velen zich in lijdzaamheid rondwentelen in dit leven? Maar dit is natuurlijk weer mijn ego en ratio en niet de liefde.

Dit wordt dan toch een onmogelijke onderneming? Had ik de liefde dan zou ik het begrijpen, maar nu ik die niet heb hoe moet ik het dan begrijpen? Dit betekent dus een scheiding tussen hen die deze liefde hebben en zij die deze niet hebben. Een spirituele of ethisch morele ‘haves and have nots’ situatie dus.

Het antwoord van de haves op de vraag wat nu te doen is bekend; open je hart, vertrouw, geloof, laat los - laat god. Stop je denken. Geef je ego op, laat je identiteit los, offer je zelfbesef op, enz. enz. Niet dat ik dat kan maar deze opoffering staat me qua ratio minder tegen dat altruïstische gedoe in ons woonblok waar ik eerder in dit stuk over sprak. Het komt volgens mij neer op innerlijke zelfopheffing. Het is radicaler en geeft me gevoelsmatig en persoonlijk meer moeite maar het is wel logischer.

Meditatie

Mezelf opheffen. Nederland wordt al opgeheven, ook europa heft zichzelf op en moet ik er nou ook aan geloven? O jee, hier begin ik een klaagsmoes, daar moet ik niet op ingaan. Meditatie of zelfopheffing gaat niet over culturele of psychologische veranderingen, die zijn er al 5000 jaar en daar is altijd verzet tegen. Culturen zijn vaak veranderd en veranderen steeds maar brengen toch niet die panacee voort, het is slechts het bewegen op het vlak van de ‘have nots’ zou je kunnen zeggen. De zelfopheffing die tot werkelijke verandering, tot die moeder aller oplossingen leidt moet een andere zijn. Het gaat immers om ‘het totaal andere’ zoals we eerder zagen.

Vandaag heb ik zitten mediteren. Althans zo noem ik dat stil zitten met mijn ogen dicht. Van binnen stil worden en daarbij helder blijven is het doel. Een onmogelijk iets. Als ik een doel heb ben ik al niet meer stil. De ware meditatie begint zo heb ik vroeger geleerd, nadat alle bewegingen van het denken opgehouden zijn. Met andere woorden als ‘ik’ er niet meer ben, of als mijn ik er niet meer is, dan pas begint de meditatie. Ik heb dus nog nooit echt gemediteerd. Mijn pogingen hebben me echter best veel opgeleverd maar de meditatie is in bovenstaande zin nooit geslaagd geweest. Dus ook nooit die mystieke belevingen van eenheid, liefde, verrukking, vreugde, gelukzaligheid waar ik soms over lees. Wel wat glimpsen soms maar geen van deze kwaliteiten heeft zich in mij werkelijk gevestigd.

In verband met het onderwerp van dit opstel moet ik nu aan mijn stil zitten denken. Ik werd me daarin namelijk gewaar dat ik bang ben om zonder doel te zijn, zonder betekenis, zonder zin. De mogelijkheid open laten dat het universum er zomaar ‘om niet’ is. Er zomaar ‘te zijn’ en verder niets. Dan valt alles weg. Ik besefte een soort van innerlijke of psychologische doodsangst in me te hebben. Die heb ik een beetje geproefd, beseft.

Ik hou het er nu maar op dat na deze doodsangst en sterven dat andere leven zou kunnen verschijnen. Daar zou dan die liefde zijn, die panacee.

Deze moeder aller oplossingen is dus niet populair, dat is me wel duidelijk. Die andere liefde is populair, die liefde die kiest voor leven en overleven, die tegen de dood is, die ziekte en lijden wil overwinnen. Logisch, begrijpelijk en menselijk. Die liefde die eigenlijk een mooier woord is voor begeerte en gehechtheid naar leven, voor ‘s Levens hunkering naar zichzelf’ zoals Kahlil Gibran dat zo prachtig uitdrukte. In het vorige opstel zagen we dat dit de moeder aller problemen is. Die moeder aller problemen en deze moeder aller oplossingen zijn twee zusters die elkaar niet naderen. Misschien stuiten we hier op een vrouwelijk oerbeeld van de januskop met twee gezichten?

Die moeder aller oplossingen is een probleem om echt eens mee te gaan zitten.