donderdag 26 december 2013

De moeder aller problemen

Overbevolking is de moeder aller problemen, wordt door sommigen gesteld.

Wat is dat voor een uitdrukking, de moeder aller xxx.

Ik herinner me ‘De moeder aller veldslagen’, van Sadam Hussein. Nicoline van der Sijs schreef er een etymologische bijdrage over. Ze noemt het een Arabisme. Het volgende vind ik interessant:

“In moderne Arabische woordenboeken wordt umm verklaard door: 'moeder, oorsprong, basis, essentie' en dergelijke, met als voorbeelden: de moeders der gebeurtenissen 'de belangrijkste gebeurtenissen', de moeders der kwesties 'de belangrijkste problemen', de moeders der deugden 'de hoofddeugden'.”

Basis, essentie en oorsprong worden in het Arabisch dus verbonden en zelfs gelijkgesteld aan ‘moeder’. In de Arabische cultuur lijkt dus nog iets bewaard te zijn van de idee dat het moederlijke als essentie en oorsprong vooraf gaat aan alles. Opmerkelijk in een verder zo mannelijk viriele en trotse cultuur met een mannelijke Mohammed en Allah aan het hoofd daarvan. Sadam Hussein had het bijvoorbeeld niet over ‘de koning aller veldslagen’. Maar voor dit stukje is dat een opmerking om verder links te laten liggen.

Oorsprong, basis, essentie van alles. Volgens de analyse van velen is dus overbevolking de moeder aller problemen. Lees meer daarover

hier en hier Ook op deze plaats en ook hier wordt daar mooi en verstandig over geschreven.

De huidige problemen van klimaatverandering, energietekorten, co2 enz. zijn terug te brengen op het feit van de overbevolking. Zeven miljard mensen die alles willen wat wij westerse mensen over het algemeen tot onze beschikking hebben. De komende 30 jaar zal dit uitgroeien naar negen miljard, zo schat men. Kan de aarde dat leveren, kan de aarde dat dragen en verwerken. Kunnen we zeven miljard of meer mensen voeden? Voorheen was er als het ware een zelfregulatie. Te veel mensen bij elkaar vochten elkaar de kiet uit. Daarop volgde een bevolkingsvermindering of een migratie die voorheen plaats kon vinden omdat er nog ruimte was. Dat doen we als mensheid (als geheel) niet meer, in ieder geval verhoudingsgewijs niet genoeg in vergelijking met vroeger om datzelfde uitdunningeffect te behouden. We zijn als mensheid nu relatief beschaafder wat dit punt betreft. Natuurlijk is er wel migratie maar niet naar lege gebieden. Er is juist migratie naar overvolle plaatsen.

De essentie van alle problemen zou volgens Boeddha zijn; begeerte en onwetendheid. Begeerte of gehechtheid is gebaseerd op onwetendheid over de ware aard van het bestaan. Gebaseerd op onwetendheid over de werkelijkheid kan je ook zeggen. Gehechtheid is de moeder aller problemen volgens Boeddha’s analyse. Kan je daar dan overbevolking van krijgen vraag ik dan?

Je kinderen zijn je kinderen niet. Zij zijn de zonen en dochters van 's levens hunkering naar zichzelf.

Bovenstaande subtitel komt uit het boekje De Profeet, van Kahlil Gibran.

Jaren geleden vond ik dit een wijze spirituele tekst. Ik was toen romantischer dan nu. Ik zag niet wat er eigenlijk stond. Nu zie ik dat ’des levens hunkering naar zichzelf’ hetzelfde is als de begeerte en gehechtheid van de Boeddha. Er komen dus eindeloos kinderen als we niet wijzer worden, als we niet de werkelijkheid gaan kennen zoals Boeddha dat bedoeld. Het leven is lijden zegt hij. Wijsheid, de werkelijkheid kennen is de weg uit het lijden. Dan is de weg uit het lijden dus tevens de weg uit het leven concluderen velen daaruit. Men interpreteert dit als een zich onttrekken uit het gewone aardse leven. Dat is niet mijn interpretatie. Ik vind dat een te gemakkelijke associatie en reactie. Maar de dood en onze sterfelijkheid is wel een onderwerp dat hier gezien en in het onderwerp betrokken moet worden.

Ik denk namelijk dat als je die begeerte en gehechtheid wat nader beschouwt het neerkomt op onze levensdrift, onze wil en drift tot bestaan, onze drift tot overleven en voortleven. Voortleven in nageslacht, desnoods in naam of in daden en producten die zo lang mogelijk herinnerd moeten blijven door onze nakomelingen. Zo bereiken we dan toch nog onsterfelijkheid. En nu ben ik aangeland bij wat mijn uiteindelijke interpretatie is van Boeddha’s lering over gehechtheid namelijk, onze drang naar onsterfelijkheid.

Het is nu kersttijd, zowel de koning als de paus preken tegen pijn, lijden, ziekte, armoede, oorlog en dood. Het is ‘not done’ maar eigenlijk vind ik dit soort preken de ‘moeder aller populismen’ want wie kan hier nou tegen zijn. Wat is er makkelijker. Ze preken niet óver ziekte, armoede en onrecht nee, ze preken er tegen. Ze preken eigenlijk tegen de dood. Iedereen knikt ja, voelt zich gesticht en strijkt over zijn hart. Iedereen wordt aangesproken op zijn overlevingsinstinct, wil massaal mensen redden en gelooft dat dit liefde is. Iedereen gaat levens redden, kinderlevens vooral ook. Dat kost maar een paar euro. De bevolking in woestijnachtige gebieden groeit terwijl daar niets te eten is, niets te beginnen is. Dus vind er migratie plaats naar gebieden die vruchtbaarder zijn waar het nu al overvol is. Onze liefdadigheid en ontwikkelingshulp doet de overbevolking extra groeien. De moeder aller problemen zwelt aan. Wat zal zij baren?

Natuurlijk, we zouden ons onmenselijk voelen als we niet hielpen. Toch mag ook wel eens gekeken worden naar een andere kant van deze hulpvaardigheid en naastenliefde. Die gehechtheid en begeerte volgens Boeddha. Deze gehechtheid aan het leven, die drang tot bestaan en overleving heeft volgens mij een verborgen achterkant, namelijk deze drang naar onsterfelijkheid.

Deze drang naar eeuwig leven wordt niet erkent, wordt ook niet herkent. Men houdt zich voor een rationeel mens te zijn en zegt; ‘Natuurlijk, iedereen gaat dood’ en ‘Dood gaan is menselijk, dood gaan hoort bij het leven’. Ondertussen wordt de doodsangst bezworen in technieken tot levensredding en levensverlenging. We zien niet dat we gestuurd worden door genoemde begeerte en gehechtheid en dat we onze ratio, wetenschap en techniek in dienst daarvan hebben gesteld. In dienst dus van die gehechtheid, en dus in dienst van die drang naar onsterfelijkheid

De moeder zwelt, wat zal zij baren.

Dit is een tijd van verstilling, overdenking, meditatie. Kunnen we ‘zijn’ met onze onwetendheid en onkunde. We hebben geen oplossing. Kunnen we leven met een probleem.

Ik moet denken aan een zin die ik ooit hoorde en waarschijnlijk uit een Indiaanse cultuur komt.

leef met de dood op armslengte, schuin links achter je.

zondag 15 december 2013

Terugblik sinterklaas en racisme (6)

Sinterklaas is geweest

echt waar, op 5 December was hij op de school tegenover mijn huis, ik ben gaan kijken. Andere jaren kijk ik alleen door het raam. Ik ging eerlijk gezegd om te checken, hoe zwart zwarte piet zou zijn, en hoe het er aan toe zou gaan. Het was heel sfeervol en ontroerend. Twee zwarte pieten op het dak. Misschien dat er later gekleurde pieten bij kwamen, dat weet ik niet want het werd wat koud en de Sinterklaasstorm kondigde zich al aan. Ik geloofde het wel en ging begeleidt door gezang weer naar huis.

De zin; 'hij is voor groot en klein, groot en klein, groot en klein' uit een van de liedjes bleef bij me hangen. In mijn gedachte kwam als vanzelf in mij naar boven: 'hij is er ook voor prem, ook voor prem, ook voor prem', maar ik heb dat niet hardop gezongen. Ik realiseerde me weer dat dit geen kinderfeest is maar een volksfeest, een feest waarop heel veel Nederlanders als vanzelf een rollenspel spelen. Een van de weinige feesten met een ritueel voor het hele volk. Prem speelt dat spel niet mee, hij ondermijnde het door op TV vóór kinderbedtijd te roepen dat sinterklaas niet bestaat. Hij moet in de zak naar Suriname. In Suriname is het sinterklaasfeest op de scholen vanaf dit jaar verboden. Echt een land voor prem dus.

Ik zag kleine sinterklaasjes van ongeveer een meter met een mijtertje over hun gebreide mutsjes heen. Ook zag ik Surinaamse en/of Antilliaanse moeders met kleine zwarte zwarte pietjes. Zelfs zag ik 'getinte ouders' met hun kindjes aan komen rennen om niets van het 'hij komt, hij komt' gevoel te missen.

Dat was leuk, ik dacht dat het voorbij zou zijn met sinterklaas maar hier was daar vooralsnog niets van te merken. Het feest bleef op deze school gevrijwaard van ons gestrij.

Terugblik en ergernis

Van mijn voornemen op 21 Oktober om me niet meer met deze discussie te bemoeien is niets terecht gekomen. Het was een mengeling van passie, betrokkenheid, ergernis en verontwaardiging die ongeveer een maand lang heeft aangehouden. Op dit moment is de discussie zo absurd en belachelijk geworden dat ik het opgeef. Er zijn nu namelijk ook protesten over het racisme van de kerstman. Er is discussie over witte chocolade Kerstmannetjes en men stoort zich ook al aan bruine chocolade Kerstmannetjes. Dat wordt allemaal op zijn racistische merites beoordeeld. Mandela de hoofdpiet noemen is ook al racistisch. Voor mij is dat net zo racistisch als dat ‘hé lekker ding’ seksistisch zou zijn. Ik leg me er bij neer. Ik ben naast Islamofobisch dus ook racistisch en seksistisch. Helemaal goed.

Teruglezend in mijn vorige opstellen over dit onderwerp en in enkele van de vele artikelen die er verschenen voeren een paar ergernissen bij mij de boventoon. Dat is de rol van de VN en de aantijgingen over vermeend racisme. Die VN laat ik maar zitten dat is zo'n ongelooflijk flatergezelschap, daar kan je niet aan beginnen. Daarom nu dus de racistische aantijging ten laatste.

Discussie en communicatie

5 December de dag dat ik sinterklaas zag stierf Mandela. Er valt veel over hem en zijn betekenis te zeggen. Dat gebeurd uitgebreid dus ik blijf bij mijn onderwerp.

Ik vraag me namelijk af of de racisme roepers zich realiseren dat die zogenaamde racistische sinterklaasvierders Mandela zo ongeveer als een heilige vereren? Ze geloven in die zwarte Mandela serieuzer dan in die witte sinterklaas. Hoe zit dat nou met dat racistische Nederland? Slecht zegt een van hen want er was een blanke Nederlander die Mandela de hoofdpiet genoemd heeft.

Op 7 December zegt Raymann in een TV programma:

De mensen die door onwetendheid en gebrek aan empathie bepaalde uitspraken doen kan je niet persé racisten noemen maar je moet ze proberen uit te leggen waarom hetgeen ze doen jou kwetst. Ik denk dat Mandela dat heel goed gedaan heeft zijn hele leven en dat hij daar ook voor stond.

Of Raymann het zo bedoelde weet ik niet maar in begrijp hieruit dat Mandela ten voorbeeld gesteld wordt aan de ‘racisme roepers’ uit het anti zwarte pieten kamp. Misschien kunnen we daar wat mee in de sinterklaas discussie van volgend jaar?

In ieder geval blijkt Raymann meer begrepen te hebben van communicatie dan Gario en consorten. Deze laatsten communiceren aldus:

Jij viert sinterklaas met zwarte piet en dat kwetst mij. Het is racistisch en het impliceert een goedkeuring van slavernij. Het is vernederend en pijnlijk voor ons om zwart gemaakte mensen als een voetknecht te zien naast een witte man die hoog te paard zit. Daarom moet je er mee ophouden. Ik klaag jullie aan bij de VN.

Quinsy Gario leek in Oktober in eerste instantie in de zelfde geest te spreken als Raymann in het aangehaalde voorbeeld. Gario zei toen: Het gaat me niet om de intentie van de mensen, het gaat over de impact. Dus het gaat hem over hoe hij het beleeft, hoe hij het ervaart, wat hij voelt. Bij Raymann wordt de racistische intentie van de Nederlanders kennelijk teniet gedaan door hun empatisch gebrek en hun onwetendheid. Volgens Raymann moet je die onwetenden geen racisten noemen maar ze gaan uitleggen waarom het je kwetst. Dat is een ander standpunt dan dat van Gario. Die zegt wel dat het hem om de impact gaat maar in tweede instantie klaagt hij Nederland aan bij de VN. We moeten er volgens hem mee ophouden want anders:“Mensen die pertinent weigeren dat op te brengen horen daarvoor gestraft te worden”.Dus zijn gekwetstheid is hier leidend, dat bepaald wat er moet gebeuren. En dat is een verschil met de woorden van Raymann in dat programma. Raymann legt uit, Gario dreigt en onderneemt actie.

Gario en zijn aanklagers beweren eigenlijk beter te weten wat de Nederlandse sinterklaasvierders bezield dan die Nederlanders zelf. De Nederlanders beantwoorden de aantijgingen met; ik bedoel het niet racistisch, ik ben niet racistisch, ik ben tegen slavernij, ik heb nooit rasverschil bedoeld of begrepen in het sint en piet spel. Ik voel me vals en onterecht beschuldigt, ik voel me diep gekwetst doordat je een zo’n intrinsiek eigen Nederlands feest zo negatief wegzet. De aanklagers reageren met; Jawel, je bent diep van binnen nog steeds racistisch maar je wilt het niet erkennen. Ik voel het, je kwetst mij diep in mijn ziel, in mijn identiteit. Je moet er mee ophouden, ik klaag je aan als racist bij de VN.

Mijn standpunt is dat de aanklagers niet luisteren, ze luisteren alleen naar hun eigen gevoelens. Dat doen de Nederlanders ook zult u zeggen. Ja, dat klopt maar de NLers zijn hier aan het woord, die vieren hun feestje. De aanklagers reageren en komen klagen en beschuldigen. De Nederlanders leggen uit wat ze doen en bedoelen en de aanklagers zeggen vervolgens gewoon beter te weten wat de Nederlanders voelen en bedoelen dan die NLers zelf. Ze luisteren niet naar wat die zelf te vertellen hebben.

De Nederlanders luisteren ook niet hoor ik u zeggen? Nee natuurlijk niet. Ze worden vals beschuldigd van iets wat ze vreselijk vinden, ze worden beledigd, ze worden gekwetst in een geliefde culturele uiting. Ze worden gedreigd met een proces. Er wordt geëist er mee te stoppen. Zo gaat het natuurlijk niet werken. Bovendien, als ze wel goed zouden luisteren dan veranderd daardoor nog niet de intentie en bedoeling van de Nederlandse sinterklaasvierders. Met goed luisteren verandert de inhoudelijke feitelijkheid van het feest niet in een racistisch feest.

Openheid en vrijheid als basis

Stel dat de valse beschuldigingen en vernederingen aan het adres van de Nederlanders bijvoorbeeld volgend jaar niet meer gebruikt zouden worden. Wat dan. Als er op een goede manier gecommuniceerd zou worden betekent dat, dat er veranderingen op basis van vrijheid kunnen en zullen plaats vinden.

Het verwerken van racisme en slavernij en van overgeërfd slachtofferschap is een zaak. Het vieren van sinterklaas is een andere zaak.

Mijn standpunt is dat het best mogelijk is om bijvoorbeeld geen negroïde elementen meer te gebruiken bij de opmaak en aankleding van zwarte piet, om nieuwe Nederlanders die met bovengenoemde onderwerpen worstelen tegemoet te komen. Als zwarte piet maar zwart blijft. Zwart en wit vormen een twee-eenheid, ze horen bij elkaar. Het vormt de kern van het feestje. Iedereen van elke cultuur en kleur kan er aan meedoen. Er kan best aangepast worden, ten slotte was er ook een tijd dat er geen negroïde elementen gebruikt werden bij de zwarte pool van de twee-eenheid van sint en piet. Dat wil echter niet zeggen dat ik weer een zwart duivelfiguur terug zou willen. Wat het precies zal worden zullen we dan in de toekomst zien.

Luisteren

Luisteren is een belangrijk onderdeel van het sinterklaasfeest. Je moest als kind goed luisteren of goed leren luisteren om cadeautjes te krijgen in plaats van de roe. Maar dat was luisteren in de betekenis van gehoorzamen, goed luisteren en begrijpen wat er aan goeds van je verlangt werd en dat dan doen. Luisteren stond gelijk aan gehoorzamen. Ik heb stellig de indruk dat de anti-zwarte pieters deze laatste vorm van luisteren op het oog hebben. Robert Vuysje bijvoorbeeld is zo’n goede luisteraar in deze zin. We moeten beter naar onze gekleurde en gekwetste medemens luisteren betoogd hij. Gehoorzamen aan hun verlangens, dus weg met zwarte piet.

Geen Nederlander heeft daar natuurlijk zin in als daarmee automatisch toegegeven wordt dat hij tot nu toe een racistisch feest vierde en een racist was en nu (pas) tot inkeer komt. Daarover moet eerst nog gediscussieerd worden en tot overeenstemming gekomen worden.

Vogend jaar verder.