vrijdag 5 april 2013

De stanza’s van Dzyan

van H.P. Blavatsky nu uitgegeven als


De verzen van mystieke lering

over de wording van mens en kosmos


Ingeleid, en uitgegeven naar een idee van Ad Rek.

Uitgegeven bij Firstheaven ISBN 9789462280465 NUR 720


Het ligt in de spirtuele boekhandel á 15 € of u kunt het daar laten bestellen. Maar verwittig de winkel er dan van dit te doen via dit adres: http://directboek.net/


Ook te bestellen via email: rekaba@hotmail.com of telefonisch: 013 4560300


U maakt daarna 15 € ( = incl. verzendkosten) over op 53 42 71 464 t.n.v. A.B.A. Rek met vermelding ‘Verzen’ en u krijgt het boek zo snel mogelijk thuisgestuurd. Vermeld per telefoon of email dus wel uw adres.

(hou in de zomer rekening met wat vertraging i.v.m. afwezigheid)


Hieronder leest u het voorwoord en de inleiding.


Voorwoord

Als liefhebber van De Geheime Leer van Blavatsky was ik blij toen ik een uitgave ontdekte van de verzen waarop dat boek gefundeerd is. Ik doel hier op “Two books of the Stanzas of Dzyan” geschreven door iemand onder het pseudoniem Arya Asanga. Het deed me verlangen naar een Nederlandse vertaling. Die heb ik nergens kunnen vinden wat me heeft doen besluiten om er zelf voor te gaan zorgen.

Naar mijn mening kan het een bijdrage zijn voor zoekers naar mystieke en spirituele inspiratie wanneer deze verzen, niet onderbroken door allerlei Sanskriet termen gelezen en overdacht kunnen worden. Terwijl ook voor studenten van De Geheime Leer die daar wel mee bekend zijn het heerlijk moet zijn om op een rustig moment de kern van de geheime leer uit je binnenzak te kunnen halen ter overdenking en meditatie. Dit vormt dan ook mijn belangrijkste motivatie om deze verzen van mystieke lering en meditatie volledig in het Nederlands uit te laten brengen.

De Geheime Leer verscheen in 1888. Het is een boek van 1500 bladzijden dat wordt gezien als het basisboek van de moderne theosofie. Het lezen er van komt door de schrijfstijl van Blavatsky en de taal van 125 jaar geleden bijna neer op een pijniging van de hersenen. Het boek werkelijk gaan lezen is zo ’n intensieve onderneming dat zeer weinig mensen er toe komen. Het is erg jammer dat de schoonheid van de verzen waarop het boek gestoeld is dan samen met het boekwerk wordt weggelegd.

Je raakt gemakkelijk verstrikt of verdwaald in het bos van discussies, kritieken en verdedigingen die H.P.Blavatsky aangaat met de wetenschap en de dogmatische godsdienst van die tijd. Je ziet door de bomen het bos niet meer. Dit spreekwoord draaien we voor deze gelegenheid maar eens om: je ziet door het bos de bijzondere bomen niet meer. Dus, waarom de bijzondere bomen niet uit het bos gehaald. Dit laatste is wat we doen met het uitbrengen van deze ‘Verzen van mystieke lering’

De ‘Stanza’s van Dzyan’ zijn het geraamte waar omheen H.P.Blavatsky haar massieve werk ‘De Geheime Leer’ opbouwde. Ze beslaan op zichzelf slechts 19 bladzijden van het boek. De herkomst van deze stanza’s of verzen is moeilijk te traceren. Onderzoekers denken dat die herkomst te vinden is in de boeken van Lam Rim en Kiu-té uit het Tibetaanse Boeddhisme die zelf gedeeltelijk pré boeddhistische sporen in zich dragen. Maar anderen denken dat de bron gelegen is in de Sepher Dzeniouta en de Sepher Yetzirah, onderdelen uit de Zohar en de Joodse kaballa. H.P. Blavatsky (hierna aangeduid met H.P.B.) op haar beurt claimt dat zowel deze Tibetaanse als deze Joodse teksten beide eenzelfde mystieke bron hebben.

Het woord stanza is een relatief onbekend woord voor vers of een deel van een vers. Het woord shloka gebruikte H.P.B. voor een kleiner onderdeel van een vers. We kiezen er voor om het woord vers te gebruiken voor stanza en strofe waar zij het woord shloka gebruikte.

Het in de eerste alinea genoemde Two books of the Stanzas of Dzyan *1) is een zeer gewaardeerde uitgave. Echter het bevat voor het doel van deze uitgave toch nog te veel studie informatie. In deze uitgave brengen we dat tot een minimum terug.

Deze uitgave kan geen vertaling in de ware zin van het woord genoemd worden. Het is meer een herziening van wat ik in andere uitgaven heb gelezen. Ik maakte daarbij gebruik van de originele editie van The Secret Doctrine in het Engels, van de Nederlandse zogenaamde Fricke vertaling daarvan uit 1931 *2) en van de vertaling uitgegeven door het TUP Pasadena/Den Haag.*3)

Wie door deze uitgave geïnteresseerd is om meer te lezen over deze verzen en hun achtergrond maar zich nog niet wil wagen aan het bestuderen van De Geheime Leer, raden we de volgende kleine handzame boekjes aan.

‘Introductie tot De Geheime Leer’ *4) Het bevat de stanzas in een modernere vertaling plus hoofdstukken over de grondstellingen, de samenvatting en conclusies van H.P.B. met daarbij ook aanwijzingen voor meditatieve studie. Het sluit af met informatie over hoe het boek De Geheime Leer geschreven werd en een verklarende woordenlijst.

Een ander klein en handzaam boekje dat een goede inleiding tot verdere verdieping vormt is, Het Onmogelijke Zoeken *5) van H.J. Dubbink die aanbevelingen en inleidingen van H.P.B. vertaalde, in modernere taal omzette en becommentarieerde in deze uitgave. Het meeste dank is verschuldigd aan de eerder genoemde Arya Asanga wiens vertaling en voorbeeld ik het meest heb gevolgd. Natuurlijk is iedere vertaling en zeker een herziening ook een nieuwe interpretatie.



Inleiding

In deze uitgave hebben we het studie en discussie deel achterwege willen laten. Bovendien zijn alle, Sanskriet, Pali, Chinese, Tibetaanse en andere termen in het Nederlands omgezet. In de voorhanden zijnde Nederlandse vertalingen zien bijvoorbeeld de strofes 8 en 9 van vers 1 er namelijk toch nog altijd zo uit:

8 “Alleen de ene vorm van bestaan strekte zich grenzeloos, oneindig, oorzaakloos, in droomloze slaap uit en het leven polsklopte onbewust in de universele ruimte door de alomtegenwoordigheid heen, die wordt waargenomen door het geopend oog van de dangma.”

9 “Maar waar was de Dangma toen de Alaya van het universum in Paramartha was en het grote wiel Anupadaka was'.

Dat is nu geworden:


8 “Alleen de ene vorm van bestaan strekte zich grenzeloos, oneindig, oorzaakloos, in droomloze slaap uit en het leven polsklopte onbewust in de universele ruimte door de alomtegenwoordigheid heen, die wordt waargenomen door het geopend oog van de mysticus.”

9 “Maar waar was de mysticus toen de overziel van het heelal in absolute realiteit was en het grote wiel ongeschapen was?”.



Het oog van de Dangma en de pelgrimstocht van de ziel.

Ik zit met een baby van 7 weken op mijn schoot. Hij ligt met zijn hoofdje op mijn knieën en met zijn voetjes raakt hij mijn buik. Zijn armpjes gespreid bewegen spontaan en ongecoördineerd. Hij is een levendige rust, en in ontspanning en overgave. Maar deze laatste twee beschrijvingen kloppen eigenlijk niet. Want ik besef dat er eigenlijk geen sprake is van overgave en ontspanning, ik zie dat er niets is om te ontspannen of over te geven.

Ik kijk in zijn ogen. Wat een glans, wat een helderheid, wat een onbevangenheid, wat een heelheid en vanzelfsprekendheid. En wat is dat kostbaar en kwetsbaar. Het roept een diep gevoel op van respect. Een respect dat heel verwant is aan eerbied. En een eerbied die verwant is aan ontzag, het ontzag dat gevoeld wordt in diepe stilte en vrede.

Dit beleefde ik in fracties van secondes. De beleving werd onderbroken door een besef van mijn eigen denken dat ik deze heelheid waarnam. Doordat ik dat besefte was ik er uit. Dit zie ik achteraf. Op dat moment was ik onder de indruk en wisselde de beleving van het moment en me dat realiseren en denken erover elkaar af.

Nu zie ik ook in dat de baby niet keek met zijn ogen zoals ik kijk met mijn ogen. Ik ben met mijn ik, mijn zelfbesef, in mijn kijken en in mijn ogen aanwezig. De openheid in de ogen van de baby geven mij het gevoel dat daar bij hem geen sprake van is. Dat is wat zo raakt en confronteert in de blik van de baby. Er is geen gerichte focus in de babyblik. Eigenlijk kijkt hij met zijn hele lichaam, zijn hele wezen. Het hoopje mens dat hij nog is neemt waar maar er is geen ik besef en ook geen besef van de ander. Hij ziet mij niet zoals ik mezelf zie. Hij is een geheel van waarneming zonder zelfbesef. Hij weet ook niet dat hij zijn ogen open heeft en kijkt, geen enkel benul. De baby kijkt dus niet met zijn ogen, hij kijkt met zijn hele wezen, zijn hele gevoelende aanwezigheid. Met andere woorden, het oog van de baby is de hele baby. Een geheel van aanwezigheid en gewaarwording, het oog van een zuivere ziel.

Natuurlijk, hij heeft ogen in zijn hoofd en hij zal daar straks mee gaan kijken. Alle functies zullen hun plaats innemen, hij zal een ego worden net als ik en wij allemaal. De heelheid, de aanwezigheid van bewustzijn zal een georganiseerde eenheid worden, ook hij zal een ik - ander bewustzijn ontwikkelen om te leven en te overleven. Dit te beseffen geeft een gevoel van spijt en jammer, een zacht gevoel als je dat in je laat bestaan en je niet laat meenemen door sentiment, drama of er een nuchtere zogenaamde realiteitszin tegenover zet.

Waarom moet het zo gaan met ons mensen. Waarom moeten we dat verliezen. Kunnen we zorgen dat dit niet gebeurd met onze kinderen, zou het dan met ons mensen en onze cultuur beter gaan. Kunnen we het terugvinden. Kunnen we het ons herinneren, ons er weer opnieuw mee verbinden en het opnieuw in ons zelfbewustzijn verankeren. Dit zijn de vragen en de motivaties die leiden tot religie, spiritualiteit, mystiek en vormen van persoonlijke groei en ontwikkeling.

De esoterische filosofie heeft daar een visie op. Die stelt dat het bewustzijn moet individualiseren om tot zelfbewustheid te komen en tot bewustzijn van die kwaliteiten als heelheid, vrede, stilte, liefde, waarheid, schoonheid, creativiteit enz. enz. waar de baby nog een mee is. De baby heeft geen bewuste kennis van die kwaliteiten als zijnde zijn zelf, heeft geen zelfbewustzijn in die zin. De esoterische filosofie stelt dat er een wezenlijk verschil is tussen het oog van de baby en het oog van de wijze. Maar wij argeloze mensen zien dat verschil meestal niet en verlangen daarom eigenlijk weer baby te worden. Van wijzen en verlichten hebben we onze buik vol. Ten eerst komen we zelden zo iemand in levende lijve tegen. Ten tweede kennen we de verhalen van bedrog, van cultussen en sekten, van godsdienstig geweld en religieuze politiek. Nee, dan liever de puurheid van de baby.

De esoterie stelt daar de mogelijkheid, zelfs de opgave van de mens tegenover om door de dualiteit en afgescheidenheid heen te gaan met het doel om tot een zelfbewuste mede scheppende kracht in het geheel van het bestaan te worden. Dit is dat wezenlijke verschil tussen het oog van de wijze en het oog van de baby. De wijze, de mysticus is door het proces heengegaan van individuatie waarin hij vrijheid, keuze, verantwoordelijkheid en creatieve vermogens heeft verworven om als een bewust onderdeel van het geheel mee te werken. Hij heeft de pelgrimstocht voltooid, zijn ogen zijn nieuw. Voor hem geldt opnieuw wat over het oog van de baby ook gezegd werd nl, hij kijkt niet met zijn ogen, hij kijkt neemt waar met zijn gehele wezen, het zgn. oog van de wijze is de hele wijze, de hele mens. Het ware zelf is in hem verwerkelijkt. Dit is het oog van een gezuiverde ziel.


Mystici

Er is veel nagedacht om het woord mysticus te kiezen als vertaling voor dangma.

Dangma wordt gewoonlijk vertaald met ‘gezuiverde ziel of een jivanmukta’. Wat is een jivanmukta? Dat is iemand die in een staat van jivanmukti leeft, dat is een staat van innerlijke bevrijding die bereikt wordt tijdens het aardse leven. H.P.B. noemt zo iemand o.a. een hoogste adept of een mahatma.

Waar denken wij moderne westerlingen aan als we spreken van een mysticus? Bijvoorbeeld aan Plotinus, aan Pseudo Dyonisius, Meister Eckhart, of Swedenborg. Misschien denken we aan modernere mystici als Krishnamurti, Erik van Ruysbeek of Rudolf Steiner misschien. Voor mensen uit de holistische new age beweging komen o.a. A.H. Almaas, Eckhart Tolle of Byron Katie in aanmerking.

Mystici zien we vaak als mensen die een godsbeleving ervaren en als gevolg daarvan in een staat van liefde, waarheid, vrede en gelukzaligheid leven. We zien ze als lieden die ons oproepen tot liefde en onzelfzuchtigheid, tot een hoogstaand moreel en geestelijk leven. Er zijn mystici die in hun lering enkel en alleen gericht zijn op het transcendente, dat wat het denkvermogen te boven gaat. Hun toespraken en bijeenkomsten gaan altijd over de beperktheid van het menselijke verstand en over hoe we als het ware tot een mutatie van de menselijke geest kunnen komen. Ze zijn wars van psychologie, concepten en van het geconditioneerde rationele denken. Ze zijn ook wars van enige mystieke lering zoals in deze verzen gegeven wordt. Neem bijvoorbeeld boeddhistische zenmeesters en de vedantijnen met hun non dualisme.

Het meest in het oog springend op dit onderwerp is Krishnamurti. Zijn verhouding tot de theosofische leringen demonstreert het meest duidelijk de ogenschijnlijk onoverbrugbare tegenstelling tussen deze twee facetten van mystiek.*6) De meeste andere hierboven genoemde mystici geven naast hun transcendente praktijk, de een wat meer de ander wat minder, informatie over wat zij voorbij de grenzen van het bekende geconditioneerde denken ervaren en waarnemen. Allen leggen de nadruk op het individuele persoonlijke naar binnen keren om die grens over te steken. Allemaal vertellen ze dat er over de ware werkelijkheid die zij ervaren in woorden niets gezegd kan worden omdat taal en denken te kort schiet. Echter, de meesten kunnen het niet laten om er toch iets over te zeggen als er naar gevraagd wordt. Puur verstandelijk ingestelde mensen concluderen na enig aanhoren dat ze beter hun mond hadden kunnen houden. Jammer genoeg is dit vaak het enige punt waarover ze het met elkaar eens zijn.

In deze verzen krijgen we een beeld van mystieke leraren die een visie en een leer hebben over de aard en de wording van de kosmos, van ons zonnestelsel, de aarde en de mensheid. Een leer die een ‘wetenschap over alles’ claimt zou je kunnen zeggen. Zij zelf stellen echter dat het niet gaat over een theorie of een wetenschap maar over ‘ware kennis’, over een mystieke alwetendheid. Een kennis die zich aan ‘het oog van de mysticus’ toont en daardoor een ander beeld oplevert dan onze materialistische wetenschap met haar oog van telescoop, microscoop en wetenschappelijke bewijsvoering.*7) Een serieuze studie naar overeenkomsten en verschillen zou heel interessant kunnen zijn. Deze leer geeft niet een voor de fysieke praktijk geschikte theorie. Zij kan wel een inspirerende rol vervullen voor wie zich daar voor openstelt. De taal die in deze verzen gebruikt wordt is archaïsch, mythisch en allegorisch. Het gaat bij het lezen er van om je beleving. Je leert om allegorisch en symbolisch te denken en meerdere betekenislagen te ontdekken. Je leert dat het belangrijk is je beleving, je innerlijke beelden, je gevoel en het ‘buiten je comfortzone denken’ serieus te nemen als evenwaardige partners naast je rationele, kritische en lineaire denken.

De verzen verhalen over innerlijke ervaringen van de werkelijkheid. De mysticus van deze verzen komt over als een leraar die zijn leerling aan de ene kant onderwijst over kosmos, aarde en de geestelijke ontwikkeling van de mens, en aan de andere kant oproept steeds naar binnen te keren om het ene als zichzelf te herinneren en te ervaren. Dit wordt heel mooi weergegeven in de laatste strofe van vers 7 in kosmogenesis op blz. 16 waar onderwezen wordt over de voortgaande materialisering van leven. Over de geboorte van de mens, over zijn goddelijke aard en de pelgrimstocht van de ziel door de geopenbaarde werelden waarvan hij zelf deel uitmaakt.

“Dit is uw huidig wiel – sprak de vlam tot de vonk. Gij zijt ikzelf, mijn beeld en mijn schaduw. Ik heb mijzelf in u gekleed en gij zijt mijn voertuig tot de dag ‘Zij met Ons’, waarop gij weer ikzelf en anderen, uzelf en ik worden zult. Daarop dalen de bouwers, die hun eerste omkleedsel hebben omgeslagen neer op de stralende aarde en heersen over de mensen die zijzelve zijn”


Tot slot

U vindt in deze uitgave de verzen twee keer. De eerste keer puur de tekst zodat u ze poëtisch, mythisch, mijmerend, dromend en meditatief kunt lezen zonder gestoord te worden door mentale en rationele verleidingen. De tweede keer vanaf bladzijde 30 vindt u de tekst nagenoeg hetzelfde maar nu met korte uitleg zodat de rationele nieuwsgierigheid toch nog een beetje gevoed kan worden.

De eerste 7 verzen gaan over het ontstaan van ons universum en zonnestelsel en eindigt bij de schepping van de aarde en het ontstaan van de mensheid daarop en heet Kosmogenesis. Het tweede gedeelte bevat 12 verzen waarin 49 strofes en heet Antropogenesis. Het verhaalt over het verdere ontstaan van de mensheid. De menswording mislukt in deze verzen een aantal keren. De natuur evolueert al tastende en zoekende volgens deze mystieke leer. Het blijft spannend tot in onze huidige tijd toe, hetgeen bijna ieder modern mens zal kunnen beamen.


*1) Two books of the Stanzas of Dzyan, ISBN 81-7059-006-x, Arya Asanga, The Theosophical Publishing House.

*2) Nadruk van deze uitgave van De Geheime Leer door Couvreur Den Haag, 1968.

*3) Uitgave door TUP Pasadena/Den Haag, ISBN 9789070328214, 1988

*4) TUP Pasadena/Den Haag, Paperback ISBN 978-90-70328-66-5.

*5) Uitgave door UTV, ISBN 9789061750529.

*6) Vergelijk, Het innerlijk leven van Krishnamurti, ISBN 9061750857 met

Ontwakende Intelligentie ISBN 9020248634

*7) Helderziende atoomwaarneming? Artikelen van W. D. Margadant in Theosfia, Augustus 1984 en Oktober 1985.



Ad Rek.

P.S. Opmerkingen, kritieken, commentaren, suggesties enz. graag in de reactie ruimte.

Antwoord aan Martha Nussbaum

Naar aanleiding van berichten over haar nieuwste boek;

De nieuwe religieuze intolerantie

een uitweg uit de politiek van de angst


(Het schuingedrukte geeft aan dat niet Nussbaum maar de schrijver/blogger aan het woord is.)


In het blad van de Internationale School Voor Wijsbegeerte wordt aangekondigd dat Martha Nussbaum op 23 Juni zal spreken over ‘De nieuwe religieuze intolerantie’. In haar nieuwe boek met die naam analyseert zij, ik citeer:

“…een groot aantal voorbeelden van intolerantie ten opzichte van religieuze minderheden – en dan met name ten opzichte van moslims. Ze gaat in op de vraag of sharia-rechtbanken toelaatbaar zijn. Verder bespreekt ze de moslimangst van Breivik, het voorstel voor een boerkaverbod van Rita Verdonk, het Franse model van de laïcité en het minarettenverbod in Zwitserland. (…) Zij concludeert dat steeds meer Europese landen en Amerikaanse staten zich laten leiden door angst voor het onbekende, en angst is zelden een goede raadgever. Teruggrijpend op Sokrates, Aristoteles en de literaire traditie pleit ze zoor een kritische tolerantie en een herstel van de religieuze vrijheden.”

Ik begrijp dat het eigenlijk gaat over intolerantie tegen godsdienst en meer speciaal tegen de Islam. Wel een interessante vergissing om dit religieuze intolerantie te noemen daar de Islam zelf een intolerante religie is. Het gaat dus eigenlijk over intolerantie tegenover een intolerante religie en cultuur. In deze moderne tijd van internationalisering valt het belang van een 'religieuze minderheid' te zijn weg. Haar intrinsieke intollerantie en geweld-dadigheid is niet afhankelijk van een bepaalde groepsgroote in een bepaald land. Het concept van oemma broederschap werkt over alle grenzen heen, dat laten de laatste decennia duidelijk zien.  

Bij Bol.com lees ik in de samenvatting het volgende:

Hoe komt het dat sommige kranten de moord op 77 Noren toeschreven aan islamitische extremisten, totdat duidelijk werd dat een rechtse terrorist de dader was? Waarom werden in Zwitserland, een land van vier minaretten, middels een referendum deze bouwwerken verboden? Hoe kan het dat het plan voor een cultureel centrum voor moslims op Manhattan leidde tot een verhit politiek debat in de Verenigde Staten?

Daar is een eenvoudig antwoord op; de Islam heeft het westen (en vooral ook de moslims natuurlijk) een lesje geleerd en laten kennismaken met hun inhoud van het begrip respect dat m.i. niets anders is dan ontzag, ingeboezemd door macht, dreiging en geweld. Wat grover uitgedrukt: terreur.

In haar nieuwe boek analyseert Martha Nussbaum een groot aantal voorbeelden van intolerantie ten opzichte van religieuze minderheden – en dan met name ten opzichte van moslims.

Zou ze ook ingaan op het feit dat men intolerant is naar alle andere godsdiensten behalve de Islam?

Ze laat zien dat in al deze gevallen angst voor het andere en onbekende een belangrijke drijfveer is.

Fout. Angst voor het onbekende kent iedereen, zeker ook moslims die een van de meest xenofobische culturen hebben die er bestaan. Men is nu juist bang voor de gestelde voorbeelden die de Islam de laatste decennia presenteert.

Geïnspireerd door de filosofie, geschiedenis en literatuur formuleert zij een uitweg uit de greep van de angst. Respect voor andermans gewetensvrijheid is daarbij van cruciaal belang, en de bereidheid anderen te gunnen wat we voor onszelf verlangen.

Gewetensvrijheid is inderdaad cruciaal. Het is de kern van de problematiek die het westen heeft met de Islam. We zien dat de Islam individuele gewetensvrijheid volledig fnuikt. Iedereen gunt moslims hun vrijheid, echter we voelen op onze klompen aan dat die aan de ongelovigen (en dat zijn wij), niet gegund wordt. Hoe staat het met de wederkerigheid? Gunt de Islam anderen wat zij voor zichzelf verlangt? Verlangt zij individuele gewetensvrijheid dan? Nee ze legt haar religieuze imperium aan iedereen op. Ongelovigen hebben een speciale (tweederangs) plaats in het Islamitische wereldbeeld en in hun rechtspraak. Daar ben ik inderdaad bang voor en met mij velen, al laten weinigen dat merken. Hoewel, bang? Nee, ik bedank er voor en wil een ontwikkeling in die richting voorkomen. Hier is misschien de bovenstaande term van Nussbaum bruikbaar; kritische tolerantie. Hoe kritisch tolerant wil Nussbaum zijn tegenover de religieuze intolerantie van de Islam. Dat zullen we op 23 Juni van haar horen.  Hopelijk.