donderdag 26 december 2013

De moeder aller problemen

Overbevolking is de moeder aller problemen, wordt door sommigen gesteld.

Wat is dat voor een uitdrukking, de moeder aller xxx.

Ik herinner me ‘De moeder aller veldslagen’, van Sadam Hussein. Nicoline van der Sijs schreef er een etymologische bijdrage over. Ze noemt het een Arabisme. Het volgende vind ik interessant:

“In moderne Arabische woordenboeken wordt umm verklaard door: 'moeder, oorsprong, basis, essentie' en dergelijke, met als voorbeelden: de moeders der gebeurtenissen 'de belangrijkste gebeurtenissen', de moeders der kwesties 'de belangrijkste problemen', de moeders der deugden 'de hoofddeugden'.”

Basis, essentie en oorsprong worden in het Arabisch dus verbonden en zelfs gelijkgesteld aan ‘moeder’. In de Arabische cultuur lijkt dus nog iets bewaard te zijn van de idee dat het moederlijke als essentie en oorsprong vooraf gaat aan alles. Opmerkelijk in een verder zo mannelijk viriele en trotse cultuur met een mannelijke Mohammed en Allah aan het hoofd daarvan. Sadam Hussein had het bijvoorbeeld niet over ‘de koning aller veldslagen’. Maar voor dit stukje is dat een opmerking om verder links te laten liggen.

Oorsprong, basis, essentie van alles. Volgens de analyse van velen is dus overbevolking de moeder aller problemen. Lees meer daarover

hier en hier Ook op deze plaats en ook hier wordt daar mooi en verstandig over geschreven.

De huidige problemen van klimaatverandering, energietekorten, co2 enz. zijn terug te brengen op het feit van de overbevolking. Zeven miljard mensen die alles willen wat wij westerse mensen over het algemeen tot onze beschikking hebben. De komende 30 jaar zal dit uitgroeien naar negen miljard, zo schat men. Kan de aarde dat leveren, kan de aarde dat dragen en verwerken. Kunnen we zeven miljard of meer mensen voeden? Voorheen was er als het ware een zelfregulatie. Te veel mensen bij elkaar vochten elkaar de kiet uit. Daarop volgde een bevolkingsvermindering of een migratie die voorheen plaats kon vinden omdat er nog ruimte was. Dat doen we als mensheid (als geheel) niet meer, in ieder geval verhoudingsgewijs niet genoeg in vergelijking met vroeger om datzelfde uitdunningeffect te behouden. We zijn als mensheid nu relatief beschaafder wat dit punt betreft. Natuurlijk is er wel migratie maar niet naar lege gebieden. Er is juist migratie naar overvolle plaatsen.

De essentie van alle problemen zou volgens Boeddha zijn; begeerte en onwetendheid. Begeerte of gehechtheid is gebaseerd op onwetendheid over de ware aard van het bestaan. Gebaseerd op onwetendheid over de werkelijkheid kan je ook zeggen. Gehechtheid is de moeder aller problemen volgens Boeddha’s analyse. Kan je daar dan overbevolking van krijgen vraag ik dan?

Je kinderen zijn je kinderen niet. Zij zijn de zonen en dochters van 's levens hunkering naar zichzelf.

Bovenstaande subtitel komt uit het boekje De Profeet, van Kahlil Gibran.

Jaren geleden vond ik dit een wijze spirituele tekst. Ik was toen romantischer dan nu. Ik zag niet wat er eigenlijk stond. Nu zie ik dat ’des levens hunkering naar zichzelf’ hetzelfde is als de begeerte en gehechtheid van de Boeddha. Er komen dus eindeloos kinderen als we niet wijzer worden, als we niet de werkelijkheid gaan kennen zoals Boeddha dat bedoeld. Het leven is lijden zegt hij. Wijsheid, de werkelijkheid kennen is de weg uit het lijden. Dan is de weg uit het lijden dus tevens de weg uit het leven concluderen velen daaruit. Men interpreteert dit als een zich onttrekken uit het gewone aardse leven. Dat is niet mijn interpretatie. Ik vind dat een te gemakkelijke associatie en reactie. Maar de dood en onze sterfelijkheid is wel een onderwerp dat hier gezien en in het onderwerp betrokken moet worden.

Ik denk namelijk dat als je die begeerte en gehechtheid wat nader beschouwt het neerkomt op onze levensdrift, onze wil en drift tot bestaan, onze drift tot overleven en voortleven. Voortleven in nageslacht, desnoods in naam of in daden en producten die zo lang mogelijk herinnerd moeten blijven door onze nakomelingen. Zo bereiken we dan toch nog onsterfelijkheid. En nu ben ik aangeland bij wat mijn uiteindelijke interpretatie is van Boeddha’s lering over gehechtheid namelijk, onze drang naar onsterfelijkheid.

Het is nu kersttijd, zowel de koning als de paus preken tegen pijn, lijden, ziekte, armoede, oorlog en dood. Het is ‘not done’ maar eigenlijk vind ik dit soort preken de ‘moeder aller populismen’ want wie kan hier nou tegen zijn. Wat is er makkelijker. Ze preken niet óver ziekte, armoede en onrecht nee, ze preken er tegen. Ze preken eigenlijk tegen de dood. Iedereen knikt ja, voelt zich gesticht en strijkt over zijn hart. Iedereen wordt aangesproken op zijn overlevingsinstinct, wil massaal mensen redden en gelooft dat dit liefde is. Iedereen gaat levens redden, kinderlevens vooral ook. Dat kost maar een paar euro. De bevolking in woestijnachtige gebieden groeit terwijl daar niets te eten is, niets te beginnen is. Dus vind er migratie plaats naar gebieden die vruchtbaarder zijn waar het nu al overvol is. Onze liefdadigheid en ontwikkelingshulp doet de overbevolking extra groeien. De moeder aller problemen zwelt aan. Wat zal zij baren?

Natuurlijk, we zouden ons onmenselijk voelen als we niet hielpen. Toch mag ook wel eens gekeken worden naar een andere kant van deze hulpvaardigheid en naastenliefde. Die gehechtheid en begeerte volgens Boeddha. Deze gehechtheid aan het leven, die drang tot bestaan en overleving heeft volgens mij een verborgen achterkant, namelijk deze drang naar onsterfelijkheid.

Deze drang naar eeuwig leven wordt niet erkent, wordt ook niet herkent. Men houdt zich voor een rationeel mens te zijn en zegt; ‘Natuurlijk, iedereen gaat dood’ en ‘Dood gaan is menselijk, dood gaan hoort bij het leven’. Ondertussen wordt de doodsangst bezworen in technieken tot levensredding en levensverlenging. We zien niet dat we gestuurd worden door genoemde begeerte en gehechtheid en dat we onze ratio, wetenschap en techniek in dienst daarvan hebben gesteld. In dienst dus van die gehechtheid, en dus in dienst van die drang naar onsterfelijkheid

De moeder zwelt, wat zal zij baren.

Dit is een tijd van verstilling, overdenking, meditatie. Kunnen we ‘zijn’ met onze onwetendheid en onkunde. We hebben geen oplossing. Kunnen we leven met een probleem.

Ik moet denken aan een zin die ik ooit hoorde en waarschijnlijk uit een Indiaanse cultuur komt.

leef met de dood op armslengte, schuin links achter je.

zondag 15 december 2013

Terugblik sinterklaas en racisme (6)

Sinterklaas is geweest

echt waar, op 5 December was hij op de school tegenover mijn huis, ik ben gaan kijken. Andere jaren kijk ik alleen door het raam. Ik ging eerlijk gezegd om te checken, hoe zwart zwarte piet zou zijn, en hoe het er aan toe zou gaan. Het was heel sfeervol en ontroerend. Twee zwarte pieten op het dak. Misschien dat er later gekleurde pieten bij kwamen, dat weet ik niet want het werd wat koud en de Sinterklaasstorm kondigde zich al aan. Ik geloofde het wel en ging begeleidt door gezang weer naar huis.

De zin; 'hij is voor groot en klein, groot en klein, groot en klein' uit een van de liedjes bleef bij me hangen. In mijn gedachte kwam als vanzelf in mij naar boven: 'hij is er ook voor prem, ook voor prem, ook voor prem', maar ik heb dat niet hardop gezongen. Ik realiseerde me weer dat dit geen kinderfeest is maar een volksfeest, een feest waarop heel veel Nederlanders als vanzelf een rollenspel spelen. Een van de weinige feesten met een ritueel voor het hele volk. Prem speelt dat spel niet mee, hij ondermijnde het door op TV vóór kinderbedtijd te roepen dat sinterklaas niet bestaat. Hij moet in de zak naar Suriname. In Suriname is het sinterklaasfeest op de scholen vanaf dit jaar verboden. Echt een land voor prem dus.

Ik zag kleine sinterklaasjes van ongeveer een meter met een mijtertje over hun gebreide mutsjes heen. Ook zag ik Surinaamse en/of Antilliaanse moeders met kleine zwarte zwarte pietjes. Zelfs zag ik 'getinte ouders' met hun kindjes aan komen rennen om niets van het 'hij komt, hij komt' gevoel te missen.

Dat was leuk, ik dacht dat het voorbij zou zijn met sinterklaas maar hier was daar vooralsnog niets van te merken. Het feest bleef op deze school gevrijwaard van ons gestrij.

Terugblik en ergernis

Van mijn voornemen op 21 Oktober om me niet meer met deze discussie te bemoeien is niets terecht gekomen. Het was een mengeling van passie, betrokkenheid, ergernis en verontwaardiging die ongeveer een maand lang heeft aangehouden. Op dit moment is de discussie zo absurd en belachelijk geworden dat ik het opgeef. Er zijn nu namelijk ook protesten over het racisme van de kerstman. Er is discussie over witte chocolade Kerstmannetjes en men stoort zich ook al aan bruine chocolade Kerstmannetjes. Dat wordt allemaal op zijn racistische merites beoordeeld. Mandela de hoofdpiet noemen is ook al racistisch. Voor mij is dat net zo racistisch als dat ‘hé lekker ding’ seksistisch zou zijn. Ik leg me er bij neer. Ik ben naast Islamofobisch dus ook racistisch en seksistisch. Helemaal goed.

Teruglezend in mijn vorige opstellen over dit onderwerp en in enkele van de vele artikelen die er verschenen voeren een paar ergernissen bij mij de boventoon. Dat is de rol van de VN en de aantijgingen over vermeend racisme. Die VN laat ik maar zitten dat is zo'n ongelooflijk flatergezelschap, daar kan je niet aan beginnen. Daarom nu dus de racistische aantijging ten laatste.

Discussie en communicatie

5 December de dag dat ik sinterklaas zag stierf Mandela. Er valt veel over hem en zijn betekenis te zeggen. Dat gebeurd uitgebreid dus ik blijf bij mijn onderwerp.

Ik vraag me namelijk af of de racisme roepers zich realiseren dat die zogenaamde racistische sinterklaasvierders Mandela zo ongeveer als een heilige vereren? Ze geloven in die zwarte Mandela serieuzer dan in die witte sinterklaas. Hoe zit dat nou met dat racistische Nederland? Slecht zegt een van hen want er was een blanke Nederlander die Mandela de hoofdpiet genoemd heeft.

Op 7 December zegt Raymann in een TV programma:

De mensen die door onwetendheid en gebrek aan empathie bepaalde uitspraken doen kan je niet persé racisten noemen maar je moet ze proberen uit te leggen waarom hetgeen ze doen jou kwetst. Ik denk dat Mandela dat heel goed gedaan heeft zijn hele leven en dat hij daar ook voor stond.

Of Raymann het zo bedoelde weet ik niet maar in begrijp hieruit dat Mandela ten voorbeeld gesteld wordt aan de ‘racisme roepers’ uit het anti zwarte pieten kamp. Misschien kunnen we daar wat mee in de sinterklaas discussie van volgend jaar?

In ieder geval blijkt Raymann meer begrepen te hebben van communicatie dan Gario en consorten. Deze laatsten communiceren aldus:

Jij viert sinterklaas met zwarte piet en dat kwetst mij. Het is racistisch en het impliceert een goedkeuring van slavernij. Het is vernederend en pijnlijk voor ons om zwart gemaakte mensen als een voetknecht te zien naast een witte man die hoog te paard zit. Daarom moet je er mee ophouden. Ik klaag jullie aan bij de VN.

Quinsy Gario leek in Oktober in eerste instantie in de zelfde geest te spreken als Raymann in het aangehaalde voorbeeld. Gario zei toen: Het gaat me niet om de intentie van de mensen, het gaat over de impact. Dus het gaat hem over hoe hij het beleeft, hoe hij het ervaart, wat hij voelt. Bij Raymann wordt de racistische intentie van de Nederlanders kennelijk teniet gedaan door hun empatisch gebrek en hun onwetendheid. Volgens Raymann moet je die onwetenden geen racisten noemen maar ze gaan uitleggen waarom het je kwetst. Dat is een ander standpunt dan dat van Gario. Die zegt wel dat het hem om de impact gaat maar in tweede instantie klaagt hij Nederland aan bij de VN. We moeten er volgens hem mee ophouden want anders:“Mensen die pertinent weigeren dat op te brengen horen daarvoor gestraft te worden”.Dus zijn gekwetstheid is hier leidend, dat bepaald wat er moet gebeuren. En dat is een verschil met de woorden van Raymann in dat programma. Raymann legt uit, Gario dreigt en onderneemt actie.

Gario en zijn aanklagers beweren eigenlijk beter te weten wat de Nederlandse sinterklaasvierders bezield dan die Nederlanders zelf. De Nederlanders beantwoorden de aantijgingen met; ik bedoel het niet racistisch, ik ben niet racistisch, ik ben tegen slavernij, ik heb nooit rasverschil bedoeld of begrepen in het sint en piet spel. Ik voel me vals en onterecht beschuldigt, ik voel me diep gekwetst doordat je een zo’n intrinsiek eigen Nederlands feest zo negatief wegzet. De aanklagers reageren met; Jawel, je bent diep van binnen nog steeds racistisch maar je wilt het niet erkennen. Ik voel het, je kwetst mij diep in mijn ziel, in mijn identiteit. Je moet er mee ophouden, ik klaag je aan als racist bij de VN.

Mijn standpunt is dat de aanklagers niet luisteren, ze luisteren alleen naar hun eigen gevoelens. Dat doen de Nederlanders ook zult u zeggen. Ja, dat klopt maar de NLers zijn hier aan het woord, die vieren hun feestje. De aanklagers reageren en komen klagen en beschuldigen. De Nederlanders leggen uit wat ze doen en bedoelen en de aanklagers zeggen vervolgens gewoon beter te weten wat de Nederlanders voelen en bedoelen dan die NLers zelf. Ze luisteren niet naar wat die zelf te vertellen hebben.

De Nederlanders luisteren ook niet hoor ik u zeggen? Nee natuurlijk niet. Ze worden vals beschuldigd van iets wat ze vreselijk vinden, ze worden beledigd, ze worden gekwetst in een geliefde culturele uiting. Ze worden gedreigd met een proces. Er wordt geëist er mee te stoppen. Zo gaat het natuurlijk niet werken. Bovendien, als ze wel goed zouden luisteren dan veranderd daardoor nog niet de intentie en bedoeling van de Nederlandse sinterklaasvierders. Met goed luisteren verandert de inhoudelijke feitelijkheid van het feest niet in een racistisch feest.

Openheid en vrijheid als basis

Stel dat de valse beschuldigingen en vernederingen aan het adres van de Nederlanders bijvoorbeeld volgend jaar niet meer gebruikt zouden worden. Wat dan. Als er op een goede manier gecommuniceerd zou worden betekent dat, dat er veranderingen op basis van vrijheid kunnen en zullen plaats vinden.

Het verwerken van racisme en slavernij en van overgeërfd slachtofferschap is een zaak. Het vieren van sinterklaas is een andere zaak.

Mijn standpunt is dat het best mogelijk is om bijvoorbeeld geen negroïde elementen meer te gebruiken bij de opmaak en aankleding van zwarte piet, om nieuwe Nederlanders die met bovengenoemde onderwerpen worstelen tegemoet te komen. Als zwarte piet maar zwart blijft. Zwart en wit vormen een twee-eenheid, ze horen bij elkaar. Het vormt de kern van het feestje. Iedereen van elke cultuur en kleur kan er aan meedoen. Er kan best aangepast worden, ten slotte was er ook een tijd dat er geen negroïde elementen gebruikt werden bij de zwarte pool van de twee-eenheid van sint en piet. Dat wil echter niet zeggen dat ik weer een zwart duivelfiguur terug zou willen. Wat het precies zal worden zullen we dan in de toekomst zien.

Luisteren

Luisteren is een belangrijk onderdeel van het sinterklaasfeest. Je moest als kind goed luisteren of goed leren luisteren om cadeautjes te krijgen in plaats van de roe. Maar dat was luisteren in de betekenis van gehoorzamen, goed luisteren en begrijpen wat er aan goeds van je verlangt werd en dat dan doen. Luisteren stond gelijk aan gehoorzamen. Ik heb stellig de indruk dat de anti-zwarte pieters deze laatste vorm van luisteren op het oog hebben. Robert Vuysje bijvoorbeeld is zo’n goede luisteraar in deze zin. We moeten beter naar onze gekleurde en gekwetste medemens luisteren betoogd hij. Gehoorzamen aan hun verlangens, dus weg met zwarte piet.

Geen Nederlander heeft daar natuurlijk zin in als daarmee automatisch toegegeven wordt dat hij tot nu toe een racistisch feest vierde en een racist was en nu (pas) tot inkeer komt. Daarover moet eerst nog gediscussieerd worden en tot overeenstemming gekomen worden.

Vogend jaar verder.

maandag 21 oktober 2013

Zwart (5)

Voordat ik op de diepte van zwart in ga eerst nog een opmerking over het verloop van deze (ondertussen nationale, zelfs internationale) discussie.

Mijn opmerking is dat de ‘anti zwarte pieters’ voornamelijk nieuwe gekleurde Nederlanders zijn gesteund door solidaire blanke autochtonen. Zij opereren met discussies, gebruiken ratio en geschiedenis en ten slotte juridificeert men dit sociaal culturele gebeuren. Men zou natuurlijk kunnen zeggen dat het ons autochtonen leert om ons hart te openen en ‘gevoel te tonen’. Maar dan valt op dat dit vooral in hun richting moet gebeuren. Hoe dit ook zij, ik bedoel dat een stukje irrationele westerse cultuur wordt beëindigd met de wapenen van het westerse denken zelf. De Nederlandse wet zelf wordt gebruikt om de Nederlandse cultuur (in hun ogen) op te schonen. Kijk daarover ook hier, onder het kopje 'Twee denkwijzen'.

Men zou misschien zelfs kunnen verdedigen dat zij zich aan onze Nederlandse en westerse cultuur aan het aanpassen zijn. En met succes want tegenover die vier VN rapporteurs lijkt me zwarte piet geen enkele overlevingskans te hebben. Een van hen is Hongaars, de anderen zijn leden van niet westerse culturen. Alle vier voorzien van titels van universitaire scholing in rationeel en wetenschappelijk denken. Vooral in mensenrechten met specialismen in de rechten van minderheden. Hier zien we hoe op universeel of globaal niveau hetzelfde gebeurd. Het rationele, moderne verlichtingsdenken verslaat het mythische, symbolische en gevoelsmatige denken. Zie hiervoor mijn vorige opstellen.

Bij mij wint nu meer en meer de gedachte dat die nieuwe Nederlanders hier zijn om van onze westerse cultuur te leren. Zij incorporeren nu die westerse manier van denken en doen. Wij offeren daarvoor een traditie waar we met pijn, miskenning, gekwetst en beledigd zijn afscheid van nemen. 'Net goed, voelen die blanke koude kikkers ook eens hoe dat is'.... Ondertussen worden die niet-westerse culturen steeds moderner en verlichter in de rationele westerse betekenis van het woord.

Du Dunkelheit aus wir ich stamme

Zwart is een kleur die veel oproept bij mensen. In feite doet iedere kleur dat. Iedere kleur betekent iets voor mensen. Bijvoorbeeld rood is de kleur van passie en van leven, wit staat voor licht en reinheid. Zwart is de kleur die voor negativiteiten staat als haat en vijandschap, woede en verdriet. Het staat ook voor rouw. Zwart kan ook voor donkerte of duisternis staan, voor nacht maar ook voor macht. Een kosmisch zwart gat slorpt alle leven op, inclusief het licht.

Interessant is dat niet alleen wit maar ook zwart als kleur voor religieuze kleding voorkomt. We kennen broeders, paters, nonnen en priesters in het zwart. Zwart is de kleur die helpt bij jezelf te blijven en je af te zonderen van bepaalde maatschappelijke en sociale activiteiten. Bij de mohammedanen zijn het de burgervrouwen die in het zwart gekleed gaan, het zondert ze af en zet ze apart. Hun uitleg is echter dat het gaat om het bewaren van zuiverheid en maagdelijkheid. Een argument dat de geestelijke en religieuze stand ook gebruikt. Alleen zijn het bij de mohammedanen gewoon burgervrouwen. Geestelijk en religieus leven is daar niet apart georganiseerd.

Voor mij is zwart een deur naar donkerte en duisternis. Duisternis als het onbekende, als een niets. Het viel me bij ontspanningsoefeningen met gesloten ogen op dat ik dan nooit ‘niets ‘ zag. Ik zie met gesloten ogen altijd wel wat, bepaalde vage kleuren en vormen die donker en duister blijven. Met gesloten ogen niets zien is meer een wijze van uitdrukken waarmee je aangeeft niets te zien van wat je met geopende ogen wel kan zien. Doe ik een oogontspanningsoefening door mijn handpalmen over mijn ogen te brengen dan zijn er momenten dat ik diep zwart zie. Pikzwart of gitzwart zijn dan de termen die ik daar voor gebruik. Na een korte tijd verschijnen er dan weer allerlei kleuren en vormen. Hoewel dat kleurenspel ook interessant en mooi is vind ik dat verdwijnen van dat pure zwart toch altijd een beetje jammer. Ik hou van dat zwart. Het geeft een sensatie van diepte, stilte en van een aanwezigheid die de beleving van ontzag meebrengt.

Ooit zag ik het zwarte vierkant van Malevich, weliswaar op een kaart maar toch. Verder inzoomend op zwart maakte het op mij een diepe indruk. Het gaf mij toegang tot een kwaliteit van absoluutheid, van diepte en van volheid, van de ontzagwekkendheid van een oer iets. Soms beleefde ik er een mengeling in van vrede en macht tegelijk. Lees meer over zwart hier black latifa.

Zwarte piet en de zwarte latifa

Het is nota bene een niet westerse cultuur die ons deze diepere betekenis van kleuren en van dit onderhavige zwart op weg helpt. In de soefi bewegingen binnen de islamitische cultuur kent men het werken met de lataïf. Lataïf is het meervoud van Latifa. Het is vaak een meisjesnaam, soms ook een jongensnaam. Het betekent dan aardig en lieflijk. In huidige scholen van persoonlijke en geestelijke ontwikkeling die zich laten inspireren door deze oude leer van de soefies betekent het een subtiele, milde en verfijnde substantie. Het beleven ervan wordt gezien als het begin van het bewust worden van essentie. De lataïfkleuren staan tot essentie zoals de geur van een bloem tot de bloem zelf. Wat is dan de bloem, de essentie waar zwart ons toe kan leiden? Die essentiële kwaliteit is die van absolute zijnheid, stilte en vrede.

Voordat je aan het beleven van die diepe stilte en pure zijnheid bent toegekomen valt er werk te doen. Wanneer je onderzoek doet naar je eigen belevingen van zwart kom je waarschijnlijk eerst allerlei negatieve en angstige ervaringen en betekenissen tegen. De waarde van het behoud van zwart is er in gelegen dat je hier doorheengaande komt bij een oerbeginsel en last but not least bij het oplossen van de tegenstelling van zwart en wit. Je moet dan natuurlijk niet bij de buitenkant blijven.

Het gaat uiteindelijk om een ontmaskering van de dualitieit van zwart tegeover wit. Zwart staat symbool voor duisternis, het is de latifa van duisternis de oerbron van alles, zelfs van licht. Dit is wat mij het meest aanspreekt; dat duisternis de moeder van licht is.Lees meer over 'Duisternis, moeder van licht', HIER

Bijzonder jammer dat zwart(e piet) verdwijnt uit onze cultuur omdat daarmee de maatschappelijk culturele vertegenwoordiging van deze dualiteit en de opdracht/uitdaging daar doorheen te gaan wordt weggesneden. Men blijft steken bij de angstige en negatieve aanklevingen er van, het kind wordt met het badwater weggegooid. Liever is men politiek correct bezig en wuift argumenten als deze weg met de gemakkelijke toevoegingen van wollig en esoterisch, zo althans is mijn inschatting

En nu neem ik me serieus voor om me niet meer met deze discussie te bemoeien.

zaterdag 19 oktober 2013

Zwarte piet verdedigd (4)

Op 15 Oktober stond het onderwerp zwarte piet op het programma van DWDD omdat enkele dagen later een hoorzitting zou plaatsvinden te Amsterdam. Een en twintig mensen hadden bezwaar aangetekend tegen de intocht van sinterklaas omdat het een heel volksdeel van Amsterdam zou beledigen. Interessant want Amsterdam is de hoofdstad van Nederland, zeker ook de culturele hoofdstad van Nederland. Wat zal de stad doen? Het progressieve voorbeeld zijn en een voortrekkersrol vervullen bij deze Nederlandse cultuurverandering, en zo ja, hoe? Spannend en interessant vind ik dat.

Mathijs van Nieuwkerk had Prem Radhakishun als gast uitgenodigd. Voor hem staat 100 procent vast dat het een kolonialistisch feest is. Hij vind het kwetsend en beledigend en vindt ook dat kinderen op deze manier misleid worden en een racistische conditionering meekrijgen. Daar heeft hij en zijn kinderen en andere huidskleurgenoten last van. Dat die kinderen racistisch beïnvloed werden bewees hij ook met een zwarte piet regel uit een liedje; ….’want al ben ik zwart als roet ik meen het toch goed’…. Zie je wel: ‘al ben ik zwart als roet’, dat je het dan toch nog goed kan bedoelen, dat zegt toch alles al! Ja, als je door de bril van je overgeërfd slavenslachtofferschap kijkt kom je natuurlijk tot die conclusie. Zeker als je die zin ook nog in de context van een racistische strijd plaatst.

Ik heb die zin nooit op die manier begrepen. Zwarte piet heb ik ook nooit als een slaaf of als een neger gezien met sinterklaas als een blanke baas over het zwarte ras. Eigenlijk vind ik dit zware, beledigende, kwetsende en vooral ook misleidende uitspraken van Prem, Gario en kornuiten. Er zit naar mijn gevoel zelfs een positieve betekenis in die genoemde zin. Het verwijst namelijk naar een goede inborst in een anderzijds zo schrikwekkend en angst inboezemende zwarte piet. Zwarte piet is een andere en jongere aankleding van het archetype zwart dan voorheen toen het een duivel (krampus) was. Nu zie je meer een soort van yang-yin polariteit verschijnen waar het goede witte in het hart (yin) van het zwarte (yang) naar voren gebracht wordt. Een visie die in een discussie met Prem natuurlijk geen enkele kans maakt, als die überhaupt al in zijn bijzijn ten gehore gebracht zou kunnen worden.

Over de vergelijkingen met Black face die ik in mijn vorige opstel van 15 Oktober noemde wil ik nog iets meer zeggen. Ik denk dat het inderdaad zo is dat in de 19de en 20ste eeuw zwarte piet een letterlijke fysieke aankleding kreeg die geïnspireerd was op afrikanen. Maar ook kreeg hij psychologisch een andere structuur. Wat betreft gedrag kan ik namelijk moeilijk een gelijkenis vinden tussen dat van negerslaven en zwarte piet. Zwarte piet toont alles behalve een slaafs gedrag. Zwarte piet wordt wel net als black face op vergelijkbare wijze naar afrikanen gemodelleerd. Maar net zoals met die zin in dat liedje, ik zie er eerder een positieve ontwikkeling in dan een negatieve zoals het belachelijk maken in Amerika van negers met black face optredens. Maar wat ik beleef en voel of vind is niet belangrijk volgens de racisme roepers en mensen zoals Vuysje volgens wie ik me eerst moet inleven in hun gevoelens, beleving en mening. Daarna moet ik dan mijn cultuur en traditie gaan hervormen naar de luimen van hun geconditioneerde waarneming. Mijn eerlijke echte gevoel is nu ondertussen; jullie kunnen het dak op.

Transformaties in zwart

Ik denk dat de transformatie van krampus, schrikgeest of duivel in een Afrikaans figuur samenhangt met de romantische ‘terug naar de natuur’ reactie in europa op de rationalisering van de verlichting. De eigen natuur, het onbesuisde, levendige, ongedisciplineerde, vitale en krachtige en vooral ook het stoute werd enerzijds door religieuze geboden onderdrukt, anderzijds nu ook door de ratio, het naar bewijzen en verklaring zoekende verstand. Dat wat onderdrukt wordt komt altijd elders weer op. In dit geval in de vorm van een positieve projectie naar niet rationele, niet westerse culturen. Er ontstond een hang naar het oosten, een idealisering van de indiaan. Zwarte piet werd in Afrikaanse verschijning het vehikel van de onderdrukte oerkracht in de westerse mens. Levendig, vitaal, vrolijk, primair, ondeugend enz. Het negatieve angstige en schrikwekkende is steeds meer verdwenen.

Op zich is dit opmerkelijk. De polariteit is hiermee namelijk ook aan het verdwijnen. De elementen van de initiatierite, ontgroening, het testen van moed en angst zijn aan het verdwijnen. Het spannende angstige is zelden nog terug te vinden. Ook het sinterklaasfeest lijkt aan de algemene feminiseringsgolf in de Europese cultuur onderhevig.

Wat ik een positieve verrassing vond in bevengenoemd programma was het optreden van zijn opponent in de discussie. Een broer van Piet Römer, welke laatste altijd de hoofdpiet-rol speelde bij de nationale sinterklaas intocht. Deze broer was daar vanwege zijn rol in de organisatie van het sinterklaasfeest. Hij begreep aan de ene kant de moeilijkheden van het Nederlandse zwarte bevolkingsdeel maar wou aan de praktijk toch niets veranderen. Geen correctief water in de wijn. Hij nodigde Radhakrishun uit om eens een kijkje te komen nemen bij de voorbereidingen, het schminken en aankleden enz. van het feest, om de goede sfeer daar eens te komen proeven. Dat zou inderdaad een goede realiteits-check kunnen zijn. Angstige fantasieën over witte kinderen die ruzie maken wie zich wel of niet zwart mag maken ‘Om die zwarte mensen nou eens lekker laag, slaafs en minderwaardig neer te zetten voor de gehele natie, zodat we weer voor een jaar weten hoe het zit met blanken en zwarten in dit land’ kunnen dan naar het land der fantasieën gestuurd worden.

Zelf ben ik in mijn lagere schooltijd ooit slechts betrokken geweest bij het vervaardigen van zwarte pieten pakken. Als pasjongen. Ik heb het nooit tot zwarte piet geschopt. Er werden enkele jongens gevraagd om beschikbaar te zijn bij het naaien van de pakken om ze te passen. Dat gebeurde bij de ouders van de enige zwarte jongen op school vóór er indische jongens kwamen. Het was een Antilliaanse jongen die geadopteerd was door blanke ouders. Deze adoptie moeder naaide samen met vriendinnen de zwartepieten pakken. Ergens moet ik nog een foto hebben van enkele ongeschminkte witte en een zwarte jongen in die pakken die nu klaar waren voor gebruik. Tussendoor speelden we in dat huis en de tuin en werd er flink boe geroepen en schrik aangejaagd. Volgens het gedachtegoed van de racismeroepers zal mijn toenmalige klasgenootje wel heel wat therapie nodig hebben om deze racistische conditioneringen te verwerken.

Later op die avond keek ik naar Pauw en Witteman. Daar was Robert Vuysje samen met zijn voormalige lagere schoolvriendje, een behoorlijk donkere Surinamer die beslist heel wat zwarte piet geroep naar zich toe gehad moet hebben denk ik zo. Hij vond dat de Nederlandse kinderen in de klas sinterklaas hadden om zich mee te identificeren maar hij zelf had slechts zwarte piet om zich mee te identificeren. Dat de Nederlandse kinderen zich voornamelijk met zwarte piet identificeren is hem kennelijk nooit opgevallen. Ze maken bijna ruzie om in aanmerking te komen voor de populaire zwarte pieten rol. Vuysje denkt er een slag anders over dan Radhakrishun. De laatste gaat in op de essentie die hij fout vindt. Vuysje vind dat Nederlanders niet van zichzelf uit moeten gaan bij het vieren van sinterklaas maar moeten denken aan hoe de zwarten het beleven. Meeleven met en aanpassen aan de ander. Geven en nemen van beide kanten is het motto in multiculti en policor Nederland. Wit Nederland geeft zwarte piet op en gaat over op kleurenpieten. Zwart Nederland geeft haar kritiek op. Dat is zo ongeveer de deal dan begrijp ik.

Zwarte piet of niet

Nee dan de Nederlandse overheid. Misschien dat die dit immateriële cultuurgoed wil beschermen? Dat had u gedacht. Het blijkt dat Nederland aan de UNESCO heeft laten weten het sinterklaasfeest helemaal niet op een immateriële cultuurgoed lijst te willen. Een groep van vier VN rapporteurs (over mensenrechten, culturele rechten, minderhedenrechten en racisme) heeft op 17 Januari jl. aan de Nederlandse regering laten weten:

“dat ze informatie hadden gekregen dat de traditie van sinterklaas in de kern racistisch is en dat het beeld van afrikanen als tweederangs burgers wordt bevestigd door de “domkop en knecht” zwarte piet.”

Eind November bespreken deze vier of ze het feest in de kern racistisch vinden of niet. Mijn eerdere gevoel van ’spannend en interessant’ veranderd nu in sombere voorgevoelens.

Het feest heeft hét niet meer als zwarte piet wordt vervangen door een stelletje leukerds zoals bijvoorbeeld een muziekpiet, danspiet, keukenpiet enz. enz. Allerlei pieten worden ten tonele gevoerd als er maar geen zwarte piet bij zit. Yin zonder yang, dat wordt niks.

Zonder zwarte piet geen sinterklaas.

De vorm mag van mij veranderen, dat gaat heus gebeuren en gebeurd al. Ik heb ook aangetoond dat die veranderingen op organische manier door de tijd heen plaats vinden. Men moet zijn handen af houden van dit proces, zeker de VN die culturele rechten zegt te willen beschermen.

In ieder geval: Zwart moet blijven.

Hierna wil ik nog een opstel schrijven over de diepere en positieve betekenis van de kleur zwart.

dinsdag 15 oktober 2013

Zwarte piet (3)

Niet alleen voor zwarte piet maar voor de hele traditie van het ‘sinterklaas en zwarte piet spelen’ geldt dat het een symbolisch, gevoelsmatig en niet-rationeel gebeuren is. Misschien te vergelijken met carnaval, hoewel dat nooit in heel Nederland is doorgedrongen. Met carnaval wordt de sleutel van de stad door de burgemeester aan prins carnaval overgedragen die nu voor 3 dagen er voor mag zorgen dat het leven niet zo gecontroleerd rigide, zo zakelijk en rationeel hoeft te zijn. Zo ver heeft het sinterklaasfeest het nooit gebracht. Misschien is sinterklaas van een hogere orde en heeft hij geen sleutel van de burgemeester nodig?

Het sinterklaasfeest is van deze twee het feest dat misschien het meeste ‘het in beelden schouwende denken’ aanspreekt. Waarschijnlijk is het mede daarom een kinderfeest. Volwassenen kunnen daarbij dan, min of meer stiekem emotioneel en kinderlijk meegenieten. Het appelleert aan een geest die voeling heeft met zinnebeelden die vaak teruggaan op oude mythen, symbolen en archetypen.

Twee denkwijzen

We kunnen twee soorten van denken onderscheiden. Een, het logische-rationele denken met zijn abstracte begrippen, logica, formules, wetmatigheden, kort gezegd het moderne wetenschappelijk georiënteerde denken. Twee, het mythologische aanschouwelijke denken, de oerbeelden, archetypen, die worden niet door de individuen bedacht maar komen voort uit het oeroude bezit van een volk, een volksgroep of van de hele mensheid. Het sinterklaasfeest schaar ik onder deze laatste manier van denken.

In het proces van confrontatie en integratie van verschillende culturen in Nederland vind ik het opmerkelijk dat nieuwe- en oud Nederlandse racisme roepers zich beroepen op het moderne logisch-rationele denken, terwijl in deze humanistisch progressieve kringen altijd beweert wordt dat we van die nieuwe culturen zo veel kunnen leren. Als je dan vraagt, ‘wat dan bijvoorbeeld?‘ is het antwoord bijna altijd dat zij ons helpen bij het leren los komen van ons rationele, verstandelijke en wetenschappelijk bewijsvoerende westerse denken. Daarin zijn wij blanke Nederlanders doorgeschoten en van hen kunnen wij leren datgene weer terug te vinden wat we kwijt zijn geraakt in onze eenzijdige geestelijke denkontwikkeling. Namelijk het gevoel, het niet-rationele, het symbolische beelddenken, intuïtie, het hart enz.

Wat we nu zien is dat deze racisme roepers zich daar zelf helemaal niet aan houden. Ze doen precies het tegenovergestelde. In dienst van reactieve emoties en onverwerkt verleden worden rationele en historische redenen gebruikt om een van de laatste stukjes niet-rationaliteit uit de Nederlandse cultuur af te schaffen. Die intentie voel ik tenminste aan in een uiting van activist Gario:

“Mensen die pertinent weigeren dat op te brengen horen daarvoor gestraft te worden”.
Hier wordt een maatschappelijke discussie in de sfeer van weigeren en straffen geplaatst. Of zijn we hier getuige van een ongewilde, naïeve en onbedoelde leergang over; hoe schep je wit racisme?

Waarom geen regenboog pieten

Je zou sinterklaas als het witte licht kunnen zien dat in een spectrum van zeven kleuren uiteenvalt. Sinterklaas met zeven pieten bijvoorbeeld, blauwe piet, rode piet, groene piet enz. Of pieten, die ieder gekleed gaan in alle of enkele regenboog kleuren. Een kleurrijk bedenksel maar een bedenksel. Wat ik vooral zal missen is zwart. De polariteit van wit en zwart. Zwart moet blijven want zwart is een projectiescherm voor negativiteit en vooral ook voor angsten. De vroegste uitgaves van angstprojecties zijn de moeras geesten die nikken of nixen genoemd werden. Later werd de grote tegenstander of de duivel als zwart gevoeld en gezien. Negatieve gevoelens, ervaringen en angsten worden in zwarte of duistere figuren verbeeld. Positieve gevoelens en ervaringen werden en worden in wit of licht verbeeld.

Dit is een probleem, een algemeen probleem voor alle mensen van alle kleuren. Witte mensen die voor het eerst zwarte mensen zagen schrokken en noemden hen nikken, nixen (misschien vandaar later het woord nikker?) vanuit hun eigen conditionering. Gekleurde en zwarte mensen die voor het eerst blanke mensen zagen hielden hen voor goede geesten of engelen uit de hemel. De zwarten zijn dus de pisang is de voor de hand liggende conclusie. Hier komen we nooit uit tenzij we ophouden ons met onze huidskleur te identificeren. Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Dat zijn processen die levens lang duren. Hier op verder ingaan zou een hele nieuwe reeks aan artikelen vergen. Dat past hier nu niet.

De regenboogpiet is een rationeel oplossingsgericht bedenksel, het is reactief, het komt totaal niet voort “uit het oer oude bezit van een volk, of volksgroep” zoals hierboven beschreven. Het heeft geen enkele doorleefde inhoud. Men geloofd dat het sinterklaas feest door iemand bedacht is en gaat nu zelf iets nieuws bedenken. Men gaat quasi wetenschappelijk en –historisch discussiëren over een boek van Schenkman uit 1850 om te bewijzen dat zwarte piet eigenlijk gebaseerd is op een zwarte slaaf van een witte baas, en sinterklaas dus als slavenmeester kan worden beschouwd. Het Surinaams/Antilliaanse smaldeel van de racisme roepers blijkt zich zo zeer te identificeren met hun Amerikaanse huidskleurgenoten dat ze zwarte piet vergelijken met de black face figuur uit de minstrel shows. Dit speelde in ongeveer dezelfde tijd dat Schenkmans boek verscheen. Dat de daarin daadwerkelijk gepraktiseerde spotternij met negerslaven niet te vergelijken valt met de rol van de Nederlandse piet bij sinterklaas lijken ze niet op te merken. Men identificeert zich graag met topland nr. 1 van de wereld en dan met het betere deel, het zwarte deel daarvan. Hoef je ook niet te kijken naar je eventuele Nederlandse slavenhouders bloed. Daarover zo direct. Van half November tot 6 December voelen zij zichzelf als de zwarte slaaf/knecht, zoals grootouders of overgrootouders en voelen zich gekwetst.

Ik heb hier nog een opmerking over de wijze van discussiëren. Er wordt namelijk door hen die zich gediscrimineerd voelen gepoogd om te bepalen wat de sinterklaas vierende Nederlanders zouden voelen en bedoelen. Zij beweren beter te weten wat er bedoeld wordt dan de sinterklaas vierders zelf. Uitleggen wat je dan wel beleefd en bedoeld wordt verworpen. Ja, maar ik bedoel dit, zegt de blanke. Ja, maar ik voel dat, zegt de kleurling en daarom moet je er mee ophouden. Het beeld van de witte Nederlander die eigenlijk een racist is wordt vastgehouden, wat er ook uitgelegd wordt. Hun gekwetste gevoelens moeten bepalend zijn, niet de gevoelens en bedoelingen van de sinterklaasvierders.

Slavernij en afkomst

Dat sinterklaas een rol is die net zo goed door een zwarte Nederlander kan worden gespeeld door zich wit te schminken is blijkbaar helemaal ‘uit den boze’. Wie weet heeft dat te maken met het Nederlandse slavenhoudersbloed in de aderen van menige gekleurde Nederlander. Men identificeert zich liever met de Afrikaanse bloedlijn dan met de Nederlandse bloedlijn.

Hier ligt inderdaad een groot probleem voor iedereen die van gemengd bloed is. Ik ben bruin, ik ben een zwarte, ik heb ongewild slavenmeester bloed in mij. Daar wil ik me niet mee identificeren, ik ben erf-slachtoffer van misbruik, verkrachting, vernedering, slavernij en racisme. Ik distantieer me van ‘dat’ blanke bloed in mij. Dit is heel begrijpelijk. Hier staat men tegenover een groot werkveld aan verwerking en tot verhouding komen met het eigen blank en zwart verleden. Het is ook begrijpelijk en logisch dat dubbel- en gemengdbloedigen ‘het beste uit twee culturen’ in zich willen verenigen, integreren en uitdragen. Alleen wat gebeurd er dan met het slechte uit die twee culturen, vraag ik me dan af. Met andere woorden, wat gebeurd er met zwart? Als dat wordt verworpen, veroordeeld of ontkent zal het met die vereniging, met die integratie van die culturen niet lukken. Verwerping, onderdrukking, ontkenning enz. liggen ten grondslag aan projectie. Het is begrijpelijk dat projecties worden gericht op de blanke, vanwege zijn verleden als slavenhaler en slavenhouder. De zelfidentificatie is dan met de onschuldige Afrikaan die slachtoffer is. Dan wordt van de weeromstuit blank slecht en zwart goed.

We weten echter dat slaven roven en slavenhandel niet een specifieke blanke uitvinding is. Het is een fout van westerlingen en de westerse cultuur geweest om er een aantal eeuwen aan mee te doen. Zelf waren ze de stadia van lijfeigenschap, horigheid en knechtschap aan het ontgroeien. Er begon verlichting te dagen. Vanwege hun technische voorsprong en mogelijkheden kon slavenhandel tot ongekende grootheid uitgroeien. Hoewel aan de andere kant de grootte van de islamitische en Afrikaanse slavenhandel onderbelicht blijft. Een technische voorsprong roept op tot meer verantwoordelijkheid. Het zijn dan ook de westerse culturen geweest die slavernij bij wet afschaften en het tot een universele mensenrechtenschending maakten. Afrikaanse, aziatische en islamitische culturen doen daar tot op de dag van vandaag slechts ambivalent aan mee. Waar het om gaat is dat ook zwarte mensen hun intrinsieke neiging tot het slechte (naast neiging tot het goede) in casu tot racisme en slavenhandel moeten erkennen. Ieder persoonlijk voor zich, anders komen we hier nooit uit. Er bestaat geen onschuldige bloedlijn naast een schuldige bloedlijn. Dat zou een vorm van racisme zijn. Een ieder kan in deze val trappen, tot welke kleur, ras of cultuur men ook behoort.

Zwarte piet en blanke slavernij

Laat ik nog een knuppel in het racisme discussie hok gooien. In het sinterklaas en zijn knecht verhaal kan je lijnen zien van een hoofdpiet. Als je echt zo stout bent geweest dat sinterklaas er ook niks meer aan kan doen, dwz. als vergeving niet meer helpt, dan ga je de zak in. Je wordt dan meegenomen naar Spanje. Vreselijk angstig, god weet wat er met je gaat gebeuren. Welke angst zou aan deze verbeelding ten grondslag kunnen liggen? Wellicht de angst meegenomen te worden als slaaf. Ik vermoed dat deze hoofdpiet staat voor een moor, (Lees ook Chris Develing hierover.) een Berber of Arabier als baas van zwarte negerslaven. Iets wat west Europeanen op hun kruistochten hadden meegemaakt. Niet alleen dat. Noord-Afrikaanse mohammedanen die Spanje bezet hadden stonden ook bekend om het roven van liefst blanke vrouwen en kinderen voor de slavenhandel. Oost, en zuid oost europa noemen we de Slavische landen. Waarom? Dat waren de oogstvelden voor slavenhalers. Wie haalden daar slaven, de west europeanen? Nee, daar waren het toen de turken. In beide gevallen waren het mensen uit noord Afrika en het midden oosten die het slavendom in hun cultuur hadden. Later waarden de verhalen door Europa over de janitsaren. Dat waren elite troepen bestaande uit soldaten die als jonge jongens uit christengezinnen als bloedbelasting moesten worden afgestaan aan de turken.

Zwarte piet getuigd op deze manier dus niet van racisme en slavernij door de blanke. Het verteld eerder het verhaal van de angst van blanken om tot slaaf gemaakt te worden door de (zwart)moor als slavenhouder, net als het lot van de zwarte negerslaven uit dieper Afrika.

vrijdag 11 oktober 2013

Sinterklaas (2)

De sint als kwetsing

Niet alleen zwarte piet maar ook sinterklaas kan kwetsend gevonden worden. Sinterklaas kan zelfs ook als racistisch beleefd worden.

Mohammedanen voelen zich gekwetst door het moeten aanzien van een kruis op de mijter van de sint. Ouders stellen hun kind daaraan bloot door ze naar een niet islamitische school te sturen waar sinterklaas gevierd wordt. Hetzelfde ondervinden ze als er kruisen aan de muur hangen, dit is afgoderij en haram, verboden voor ze. Omdat hier vrijheid van godsdienst heerst eisen ze gevrijwaard te blijven van voor hun verboden uitzichten. Weer andere mohammedanen zijn gekwetst omdat ze bij het zien van een kruis herinnert worden aan de vernedering van de kruistochten van ongeveer 8 eeuwen geleden. Dat dit een militaire les was die de christenen geleerd hadden van hun eigen heilige oorlog tactieken (jihad) mag bij hen natuurlijk geen enkele rol spelen.

Overigens interessant dat sinterklaas een kruis op zijn mijter heeft. Geen enkele bisschop heeft een kruis op zijn mijter, ook de paus niet. Waarom hij dan wel? Misschien om de sint te kerstenen, te christianiseren. Zo’n kruisstempel op zijn hoofd moest misschien elke gedachte van zijn heidense wodan oorsprong wegnemen? Wodan reed op zijn paard door de hemel. Mohammed op een zeker moment trouwens ook, maar die werd niet gekerstend. Wodan wel. Hij werd door de christenen celibatair gekleed op een ruin, een gecastreerd paard gezet. Dat zou mohammed zich natuurlijk nooit laten overkomen, en gelijk heeft hij. Wodans twee zwarte raven die bij rookgaten en later op schoorstenen zaten te luisteren wat zich binnen afspeelde werden niet in de sinterklaas mythe opgenomen. Dit thema komt wel weer terug bij de activiteiten van zwarte piet.

Hoe evolueren mythes, legendes en sprookjes? Hoe werkt het collectieve onbewuste door in verhalen. Gezien de vele vaak tegenstrijdige theorieën over de betekenissen en de ontwikkelingen van deze verhalen moet het zich mijns inziens grotendeels op onbewust gebied afspelen. Voor mij is het sinterklaas verhaal een niet-fysiek cultuurbezit. Interessant om te zien hoe het nu veranderen gaat. Waar ik me tegen verzet is dat er van buitenaf dwang tot verandering wordt uitgeoefend, zoals verschillende groepen nieuwe Nederlanders dat willen. Daarnaast lijkt het bestaan van mythen, legendes en sprookjes af te kalven door de nieuwe communicatiemiddelen. Wie verteld er nog een verhaal, wie luistert nog graag naar vertellingen? Maar om nou in het zicht van dit wellicht definitieve einde van sprookjes, verhalen en volksfeesten die dwingelanden met hun scheve theorieën maar hun zin te geven ‘omdat het toch ten einde loopt’, dat gaat mij te ver. Aan alles komt een eind, en alles verandert maar ik ben wel voor een natuurlijk levenseinde. Niet in het minst voor het gezonde ontstaan en groei van het nieuwe.

Sinterklaas als uiting van racisme

Bovendien lijkt het me heel slecht voor een volk en cultuur om die haar onbewuste wortels te ontnemen. Daar hebben we in het verleden vreselijke gevolgen van ondervonden, het is een van de sterkste voorwaarden voor het doen ontstaan van echt racisme. Natuurlijk mogen mensen vinden en beweren dat de Nederlandse volksziel intrinsiek racistisch is (zie je wel BEWIJS!! , kijk maar naar sinterklaas en zwarte piet) want het hoort bij diezelfde volksziel dat je dat mag vinden en zeggen.

Maar als na een hoorzitting de gemeente Amsterdam gaat beslissen om sinterklaas zonder zwarte piet te laten verwelkomen gaat mij dat te ver. Waarom? Omdat het gebeurd op verkeerde gronden. Zwarte piet is essentieel tegenover en naast sinterklaas. Dat dit essentiële deel er uit gehaald zou worden op grond van vermeend Nederlands racisme is hetgeen wat ik vrees. De gekwetsten en de weinig begrijpende nieuwe Nederlanders hebben dan gewonnen. Ze hopen dat de autochtone Nederlanders in de toekomst over zichzelf en hun verleden zullen spreken in de trant van: ‘vroeger, toen we nog dat racistische sinterklaas vierden’ weet je wel, ha ha ha'.

Ik verdedig hier niet dat Nederlanders geen racisme kennen, of niet hebben meegedaan aan racisme en slavernij. Mijn punt is dat het sint en piet verhaal en traditie in de kern niet racistisch is. Het is een mythe en een volksverhaal en een volkstraditie. Ze zijn symbolen. Symbolen van goed en slecht van god en duivel.

Alle volkeren van alle culturen en huidskleuren hebben altijd wit met goed en hoger geassocieerd. Dat lijkt mij zo basaal dat het welhaast bio-psychologisch in onze genen moet vastliggen. Een universeel gegeven dus. Zo wordt, zonder onderscheid van ras, kleur en cultuur door ieder mens van nature zwart geassocieerd met slecht en met lager. Als je daar tegen bent moet je gaan protesteren bij de heer der schepping dan wel bij (de evolutie van) het leven, al naar gelang je geloof of wereldbeschouwing. Dat zal niets uithalen. Bovendien was dit ook al zo toen er nog geen blanke mensen waren. Die zijn er relatief nog maar kort, de andere kleuren bestaan al veel langer. Er zijn naïevelingen die werkelijk geloven dat het ontstaan van het blanke ras de oorzaak en de reden van racisme is. Dat het verdwijnen van het blanke ras hier een oplossing zou bieden. Maar misschien mogen we wel aannemen dat dit probleem pregnanter naar voren gekomen is sinds er blanke mensen bestaan.

Duidelijk is dat alleen verder kijken dan de huid dik is hier een oplossing biedt. Eigenlijk gelooft iedereen dit ook wel, het lukt alleen niet. Daarom is het goed het probleem nader te bekijken.

Sinterklaas als racist

Sinterklaas is wit, een goed en een heilig man, een heilig mens. Hij is goedaardig, alwetend, is wijs, barmhartig en vergevingsgezind. Hij is een symbool voor het beste in de mens, in ieder mens, alweer ongeacht kleur en afkomst. Hij is een soort positieve tegenhanger van ons opgelegd geweten, ons super-ego, onze innerlijke criticus. Deze innerlijke instantie had natuurlijk ook in een andere gedaante kunnen bestaan. Maar dat is niet zo omdat wat hij aan heeft, al zijn attributen een geschiedenis vertellen van de psychologische ontwikkeling van een volk, van een cultuur rondom die positieve goede instantie in de mens. Die attributen zijn, zijn paard om in de hemel te rijden, Christelijk celibataire kleding en het berijden van een gecastreerde hengst. Hij heeft een kruis op zijn mijter. Hij bezit het boek der boeken, hij heeft een staf enz. en hij heeft een zwarte knecht, het lagere, het slechte, onder zijn beheer. Hij regeert het lagere en stelt het in zijn dienst en gebruikt het ten goede. Hij beheert het met een natuurlijk gemak, zonder autoritair gedrag, dreiging of geweld. Wat hem ook typeert is zijn voorliefde voor gedichten en liedjes. Hij lijkt (of leek?) daar een ambassadeur voor te zijn.

Dat is sinterklaas. Hij is een kinderlijke en volkse uitgave van een positief godsbeeld. Sinterklaas een racist? Hij is bij uitstek degene die je beoordeelt op je daden, je gedrag en je morele en geestelijke houding zonder onderscheid van ras, kleur, milieu, cultuur, geslacht, seksuele geaardheid enz. enz.

Natuurlijk is dit de moderne sinterklaas, de sinterklaas van nu. Honderd jaar geleden zal hij weer anders aangekleed geweest zijn. Met ‘aangekleed’ bedoel ik nu niet alleen zijn stoffelijke kleding maar meer zijn psychologische, geestelijke en morele optuiging. Ik schat in dat hij toen strenger, oordelender en gezaghebbender geweest zal zijn. Ook de geestelijke aankleding veranderd met de tijd, met de cultuur mee. Het geraamte van goed en kwaad waarop het gebaseerd is gaat veel langer mee, dat is als het ware een stukje eeuwiger. De sinterklaas traditie is niet een uitdrukking van intrinsiek Nederlands racisme maar van een omgaan met de levensvragen van goed en kwaad. En dat tegenwoordig op een kinderlijke, spannende en vrolijke manier.

Op oudere afbeeldingen zien we hoe sinterklaas met een zwarte duivel als knecht werd afgebeeld, samen symbool voor goed en kwaad. In de 19de eeuw kreeg hij een andere aankleding die gebaseerd was op het beeld van de moor. Als ik me vroeger vies gemaakt had bij het spelen werd ik een zwartmoortje genoemd. Het had altijd de toon van stout maar goed, het was bestraffend maar men was ook trots op je omdat je zo’n ‘duveltje’ was. Want zo werd je ook wel eens genoemd.

Maar nu zijn we aangeland bij zwarte piet, daarover een volgend stukje. Dit stukje wilde ik beperken tot sinterklaas.

dinsdag 8 oktober 2013

Sinterklaas en zwarte piet (1)

Op 7 Oktober was kunstenaar en zwarte piet activist Quincy Gario te gast bij Pauw en Witteman.

De laatste jaren was ik steeds te laat met het schrijven van een stukje over sint en piet. Vorig jaar nam ik me voor om het dit jaar eens op tijd, dus vóór December te doen. Daar heeft zijn optreden me prima bij geholpen. Vandaar dat hij voor mij een ‘zwarte piet activist’ is. Ik ben nu ruimschoots op tijd.

Hij zei in dat programma o.a. dit:

"Voor mij staat Zwarte Piet voor een koloniale oprisping. Het lijkt alsof we terug willen keren naar de slavernij. Het gaat me niet om de intentie van de mensen, het gaat over de impact. Er zijn zoveel verschillende mensen die gekwetst worden."

Ja, er zijn mensen die zich gekwetst voelen. Ze zeggen dan begrijpelijkerwijs dat ze ‘gekwetst wórden’. Maar is dat zo vraag ik me af. Hij lijkt te denken dat de witte mens met zijn racistische cultuuraspecten daar verantwoordelijk voor is. Het zijn over het algemeen zwarte mensen die zich gekwetst voelen omdat ze sinterklaas en zwarte piet niet los kunnen zien (vaak ook niet willen zien) van het slavernijverleden van hun voorouders. Dat kan zijn maar om die moeilijkheid daarmee dan te onderdrukken en racisme en slavernij te projecteren op witte ouders die hun kindertjes racistisch indoctrineren gaat mij te ver. Daarbij ook nog de Nederlandse cultuur als intrinsiek en essentieel als racistisch te bestempelen al helemaal. Ik denk dat hij (en de zijnen) toch iets anders moet(en) ondernemen om hun identiteit te vinden.

Toch zullen vele witte mensen het wel met zijn redenering eens zijn, getuige een van de reacties die ik zag op nieuws.nl:

“Ik snap al die heftige reacties niet. Zwarte Piet is uiteraard geen racisme, maar het is wel een stereotype "negertje" parodie die anno 2013 gewoon niet meer correct is. Het zal de kinderen speculaas zijn of Piet wit, zwart, blauw of groen is. Waarom houden de volwassenen dan zo krampachtig vast aan dit beeld dat voor veel mensen kwetsend is? Om vooral maar geen afbreuk te doen aan de traditie? We hebben de traditie van het palingtrekken ook (tegen de zin van het volk) afgeschaft zo'n 150 jaar geleden. We slachten geen lammetjes meer met Pasen. Wie ontsteekt er nog een vuur met St. Maarten? Tradities zijn niet zo heilig als Nicolaas zelf. Je mag daar best wat aan veranderen van tijd tot tijd.”

Hier zitten een aantal goede punten in zoals dat tradities best mogen veranderen van tijd tot tijd. Verschillende tradities hebben inderdaad het loodje gelegd, echter sommigen blijven steeds de kop op steken. Maakbaarheid lijkt niet gemakkelijk toe te passen op tradities of het afschaffen daarvan. Waar ik het niet mee eens ben in deze reactie is de veronderstelling dat het voor kindertjes niet zou uitmaken als we een groene, witte of blauwe piet zouden invoeren naast sinterklaas. Waarom houden de volwassenen zo vast aan zwart zo vraagt de reageerder zich af. “Om vooral maar geen afbreuk te doen aan de traditie?”. Ja, klinkt allemaal lekker logisch en verstandig. Ik denk dat zwart toch meer te betekenen heeft dan vasthouden aan een traditie, en iets specifieks betekend wat een groene of blauwe piet niet zou hebben. Zelfs geldt dat m.i. voor zwarte kinderen. Het heeft nl. niets met een zwarte huidskleur te maken. Maar daarover een andere keer.

Intentie en impact

Terug naar die opmerking van Gario. Hij zegt:

“Het gaat me niet om de intentie van de mensen, het gaat over de impact.”

We moeten van hem dus een traditie veranderen vanwege de impact, de kwetsing van een aantal zwarte mensen. Hoe groot is dat aantal? Er zijn toch ook zwarte mensen die sinterklaas vieren waarbij de een zich al of niet wit schminkt en de ander zwart? Die kijken niet door een slavernijbril naar deze traditie, ze doen er aan mee. Maar Gario wil afschaffing of minstens een verandering. Zo niet dan vind hij dit:

"Mensen die pertinent weigeren dat op te brengen horen daarvoor gestraft te worden".

Hij zegt in die zin ook dat het hem niet gaat om de intentie van mensen. Ik betwijfel of het hem niet gaat om de intentie van mensen. En bovendien, wat is zijn intentie? Zijn visie en actie heeft voor mij duidelijk de lading van het beschuldigen van racisme en van koloniaal en slavernij bewustzijn vergoelijken of in stand houden. Sinterklaas is dan de witte slavenhandelaar en zwarte piet de zwarte slaaf, niet slechts de slaaf maar het gaat om de zwarte slaaf. De zwarte slaaf van de witte man. Dit is wat de witte Nederlanders op hun bordje gelegd krijgen. Op zich al een discriminerend uitgangspunt. Want racisme, slavenhandel en slaven houden wordt impliciet als een eigenschap van het witte ras naar voren gebracht. De slavenhandel en slavenhouderij van Afrikanen en de volkeren van het Midden-Oosten wordt volledig genegeerd. De aanname van ‘het witte ras is een racistisch ras, de anderen zijn het onschuldige slachtoffer’ wordt hier gecontinueerd. Alsof er geen zwarte slavenhandelaars en slavenhouders waren, en zelfs nog steeds zijn.

We zijn in principe allemaal even goed en even slecht. Alle mensen zonder onderscheid van ras, kaste, kleur, geloof enz. hebben sporen van racisme en discriminatie in zich of nog beter gezegd, hebben zaden voor racisme en discriminatie in zich.

Hij wil op een totaal verkeerde manier een traditie veranderen. Het gaat mij om zowel de intentie als de impact van zijn denken en handelen. Ik denk dat zijn intentie komt van het zwart wit denken over slavernij. De witte mens is innerlijk zwart(= minder of slecht, want slavenmeester) en de zwarte mens is innerlijk wit (= onschuldig, goed dus eigenlijk beter). Een soort van analyse die het bij veel mensen best wel goed zal doen.

Wat mij betreft moet ieder mens onafhankelijk van zijn huidskleur kijken naar de eigen sporen van racisme, discriminatie enz.

Ik zal hierna nog stukjes wijden aan zowel sinterklaas als aan zwarte piet.

maandag 7 oktober 2013

Linkse Hobby’s.

Ik stuurde laatst een artikel door aan een aantal vrienden. Zie hier. Het is een artikel van Peter Louter. Het begint met serieuze rechtse kritiek op links (of simpelweg van bèta’s op alfa’s ?) maar gaat dan over in satire en wordt bijna absurdistisch. Zie bijvoorbeeld deze quote over zijn voorstel om staatsouderenhuizen op te richten:
“Zo’n staatsouderenhuis wordt geheel zelfvoorzienend. Bejaarden kunnen nog allemaal aardappels schillen, bonen afhalen en koken. De blinde helpt de lamme. Schoonmaken is ook geen punt. Achter de ene rolstoel hang je een natte dweil en daarachter volgt een rolstoel die een droge dweil voorttrekt. Voor de lichamelijke hygiëne wordt een wasstraat ingericht. Gewoon sproeien en droog blazen. Wie echt niet meer tot iets in staat is kan nog altijd wel zingen en zo de arbeidsvitaminen voor anderen verzorgen. Ouderen zullen ons dankbaar zijn, want eindelijk hoeven ze zich niet meer te vervelen of te wachten op bezoek dat zelden komt. Medische zorg dient niet noodzakelijk levensverlengend te zijn. Op een gegeven moment willen de meeste bejaarden gewoon dood. Natuurlijk worden ze gecremeerd, de as is uitstekende kunstmest. Ouderen houden er nu eenmaal van om tot en met het einde nuttig te zijn.”
Dat was even lekker lachen. Ik kreeg van een vriend een mailtje terug met deze zinsnede;
“‘t is me wat met die linkse hobby’s, heb overigens nooit het gevoel gehad uit die ruif te hebben meegegeten/-gegraaid. Jij toch zeker niet lijkt mij.” Groeten xxxxx
Die laatste zin blijft toch wel bij me hangen. Eten uit de linkse ruif, heb ik daar aan meegedaan? Mijn vriend vindt; ‘zeker niet’. Ik ben er zelf niet zo zeker van. Eerder in het artikel zegt Peter Louter over de jeugd, (hij bedoelt de baby boomers waar ik ook bij hoor) dat die:
“….dankzij de inspanningen van hun ouders op universitair en HBO-niveau linkse wetenschappen konden studeren wat hen kwalificeerde voor goedbetaalde stafbaantjes bij de overheid en gesubsidieerde instellingen. Door hun gezamenlijke inspanningen, lobbywerk en de hulp van linkse partijen slaagden die jongens en meisjes erin om de natuurlijke zorg voor hun ouders aan de overheid over te dragen, de rekening bij de belastingbetaler neer te leggen en zo hun schuldgevoel af te kopen.”

Mijn ouders hebben zich na de oorlog zeer ingespannen maar niemand in ons gezin heeft gestudeerd. Toch ben ik in een baan terecht gekomen waar je een HBO opleiding voor gehad moest hebben. Ik ken dus uit ervaring waar Louter op doelt. Inderdaad, verschillende van mijn toenmalige collega’s gingen rond of zelfs voor hun 55ste met pensioen via voor mij onnavolgbare regelingen. Verschillende van hen kochten een huis in Frankrijk en onderhouden nu een huis met zwembad terwijl ze in die tijd antikapitalisten waren en op de CPN, PPR, SP of de PvdA stemden. De vrouwen waren allemaal ‘rode vrouwen’.

Via subsidies die toen al (1979 tot 1987) voor een groot deel uit Europa kwamen werden er allerlei programma’s ontwikkelt en uitgevoerd tot verheffing van het volk. Ook al had ik mijn eigen doelen en mijn eigen werkwijze, ik deed er aan mee het was mijn baan, ik leefde er van. Is dat graaien uit de ruif? Ik weet het niet, wat versta je daar onder. Me verdedigen hoef ik niet. Maar kritisch terugkijken mag wel.

Eerlijk gezegd voel ik me hier heel dubbel over. Ik ben nu tegen dat systeem aan de andere kant heeft het me geholpen en gesteund om mijn dingen te doen in mijn leven en in de maatschappij. Dat had zonder dat systeem niet gekund. Ik herinner me Ayaan Hirsi Ali die het Amerikaanse systeem verdedigde maar in eenzelfde dilemma terecht kwam toen ze Amerikanen er op wees dat datzelfde socialistische systeem van subsidies enz. Theo van Gogh in staat stelde een film te maken waar zij haar zegje in kon doen. Zou ik in Amerika niet hebben kunnen doen wat ik hier kon? Zou Theo van Gogh en Ayaan daar niet hebben kunnen doen wat ze hier deden? Dat zijn meer de vragen die er toe doen denk ik. Een antwoord is moeilijk. Ik zou dan anders opgevoed en geconditioneerd zijn geweest dan nu, maar zou ik mijn ei kwijt gekund hebben of zou ik gefrustreerd door het kapitalistische systeem slechts tot het eten van hamburgers zijn veroordeeld? Ik weet het niet.

Hoe dat ook zij, ik vind het al met al toch beter dat die links-christelijke versie van ´onze lieve vrouwe van de eeuwigdurende bijstand´ uit onze verzorgingsmaatschappij verdwijnt. Dat is echt een orale projectie die links en christelijk samen hebben gematerialiseerd in onze maatschappij. Dat ideaal van kosmisch wereldburgerschap, van één mensheid, gelijke rechten voor iedereen, weg met de grenzen en ‘geen mens is illegaal’, loopt tegen zijn logische en natuurlijke grenzen aan.

Het ideaal van eenheid in verscheidenheid is uit evenwicht. De nadruk ligt op eenheid, de verscheidenheid wordt ontkent, of vermeden. Het niet om kunnen gaan met verschillen kan je niet wegmoffelen door alsmaar meer eenheid te organiseren.

Échte eenheid kan je niet maken of organiseren, die moet ontdekt worden.

maandag 29 juli 2013

Hans Teeuwen

Gisteravond gekeken naar Zomergasten waar Hans Teeuwen werd geïnterviewd door Wilfried de Jong.

Vanmorgen een mail van een vriend.

“Als ik Hans Teeuwen psychologisch moet duiden, dan zit hij nog vast in zijn agressie, gelegen in het sterven aan het mes van zijn filmvriend Theo van Goch. Loslaten Hans. Van Cabaret heb je meer verstand. Het maar daarbij houden. Een fan.”

Hieronder mijn reactie.

Tja, psychologisch duiden. Ik duid best graag. Gaat een beetje vanzelf. Maar ik weet wel dat een duiding ook maar een duiding is en dat ik met die duiding maar een klein stukje bestrijk van de werkelijkheid. Maar reagerend op jouw duiding; hij zal best vastzitten in zijn agressie, en god weet in wat nog meer zou ik er aan toevoegen. En of die agressie voornamelijk veroorzaakt is door de moord op zijn vriend is voor mij de vraag. Wel een goed onderwerp natuurlijk om je(zijn) agressie op te ontladen. (op de moordenaar dus, en vooral op zijn inspiratiebron, mohammed en diens leer)

Als ik hem zou duiden vind ik dat niet het belangrijkste dat ik aan hem opmerk. Ik merk bij hem altijd een spanning, bij mezelf bedoel ik. Op mijn hoede, wat gaat ie me flikken. Hij heeft macht, hij is sterker dan ik, hij verrast me, zet me voor paal, schokt me, daagt me uit, ik voel me onveilig. Hij is snel en gevat, heeft al zijn agressie direct verbonden met zijn spraakvermogen en intelligentie. Dat is wat ik het meest typerend aan hem vind, altijd in controle over alles en iedereen om hem heen, iedereen behoorlijk bang van binnen maar ondertussen heel erg om hem lachen wat voor een groot deel als een verdediging werkt om uit die 'one down' positie onder hem vandaan te komen/te blijven.

Dit aspect van hem weerspiegelt iets van de cultuur van de moordenaar van zijn vriend. Daar ook die machtspositie waar anderen zich naar voegen: meedoen, aardig zijn, niet kwetsen, 'on speaking terms' blijven maar daaronder de angst. Dat geeft een gedrag van onderwerping, van je terugtrekken uit- of vermijden van een mogelijke confrontatie met de meer machtige. Een braaf gedrag eigenlijk.

In dit geval kan je spreken van dhimmitude. Een term die de onderwerping aan een moslimmeerderheid of moslimdominantie inhoudt. Men neemt een onderdanige houding aan en onthoudt zich van kritiek op de Islam. In weer een andere vorm kennen we dit gegeven als het zgn. stockholm syndroom, vriendjes worden met je bedreiger of onderdrukker om er nog zo goed mogelijk vanaf te komen, om het heel simpel uit te leggen. Door de intrinsieke geweldsdreiging in hun Islam hoeven moslims helemaal niet in de meerderheid te zijn.

Hans Teeuwen was zo eerlijk om toe te geven dat hij bang is om vermoord te worden. Opvallend vind ik dat in de maatschappelijke discussie de bange mensen, dus de eigenlijke dhimmies, de Islamcritici islamofobisch noemen. Dus de critici, de bezorgden worden ziekelijk/irrationeel angstig voor de islam genoemd door de main stream media de msm,door de grotere meerderheid, de politiek correcten. Volgens mij zijn zijzelf de angstigen maar ervaren dat niet zo omdat ze het projecteren op de anderen - op de islamcritici. Ze zien daar verschijnen wat ze in zichzelf onbewust houden door onderdrukking.

Teeuwen zit niet in dit ontkenning en projectie patroon. Hij gaf aan dat het hem eigenlijk speet dat hij niet de moed had als die van Pat Condell. Nam zelfs het woordje laf in de mond over zichzelf als ik het me goed herinner. Als een kwispelende golden retriever sprak hij zelfs met iets vragends in zijn stem zijn hoop uit dat hij veilig zou zijn na dit interview.

Dus ik zou eerder zeggen, hij zit vast in zijn angst voor de moordenaars van zijn vriend. Dat zal bij hem van binnen best agressie oproepen net zoals bij Condell bijvoorbeeld. Maar hij durft het niet om te zetten in zijn cabaret. Is dit een staaltje van: de brutalen hebben de halve wereld? (Ik bedoel nu de mohammedanen.) Misschien. In ieder geval toont het een groot verschil aan tussen de islamitische cultuur en de westerse cultuur. Namelijk, het willen sterven voor datgene waar je voor leeft. Daar legt de westerling het af tegen de mohammedaan. Dat is wat ik gisteravond zag, bij een westerse man met notabene ongeveer de grootste bek van Nederland.

zaterdag 20 juli 2013

Het duister de slang en de vrouw.


"Du Dunkelheit aus wir ich stamme"



De lezer zal waarschijnlijk opmerken dat dit opstel in een context lijkt te staan. Dat klopt. Soms wordt gerefereerd aan eerdere teksten. Jaren geleden had ik het plan om een cursus over spiritualiteit en therapie op te zetten. Het is er niet van gekomen. De stukken die ik er voor schreef kwam ik onlangs weer tegen. Ik heb dit deel ervan slechts gedeeltelijk bewerkt. Met deze voorwetenschap lijkt het me geen probleem voor de lezer om deze tekst tot zich te nemen.

In de teksten over spirituele grondbeginselen kwamen begrippen als ‘de eeuwige moeder’, de duisternis en oersubstantie als grondslag voor stof of materie aan de orde. We zagen dat ‘het ene’ zich toont aan het oog van de ziener (en zieneres natuurlijk) in facetten. Deze zieners beschrijven ‘het ene dat niets is’ (een term die Blavatsky leende van Basilides) als goddelijkheid, als pure intelligentie, als oersubstantie en als eeuwig leven en beweging. Andere ervaringen ervan zijn; bovenmenselijke goedheid, liefde, gelukzaligheid, schoonheid, hemelse muziek, bloei, wording, creatie, de harmonie, orde en goedheid van al het bestaande enz.

We bespraken dat duisternis vooraf gaat aan licht zoals nul vooraf gaat aan een. Deze tekst spitsen we toe op het facet van duisternis, het beginsel van oersubstantie, van uitgebreidheid, van ruimte, van stof, van aarde, van materie. Het derde facet, dat van levende beweging laten we hier grotendeels rusten. Niet-mystici, zoals wij allen zijn, ervaren een dualiteit tussen materie en bewustzijn. We kunnen wel hun eenheid inzien maar daarmee is het nog geen levende ervaring. In onze menselijke dualiteit stellen we duisternis gelijk aan materie en intelligentie of bewustzijn aan licht. Moeder is de duistere materie (Materia Prima), Vader is het licht gesymboliseerd door de zon. Het lijkt een kwestie van cultuur om ‘het ene’ dat aan alles vooraf gaat, in het ene geval als licht en in het andere als duisternis te beschrijven. In de Joodse mystiek is het licht het allerhoogste; ‘Zohar’. Dit betekent, het glanzende of het licht. Hoewel het eerder genoemde Ain Sof de eindeloze bron van licht wordt genoemd, wordt toch het licht als het allerhoogste en als leidraad van de cultuur genomen. In de Zohar en de Kaballa is de wordingsgeschiedenis, het ontstaan van de wereld een steeds meer duistere verwijdering van het licht vandaan. Daaruit volgt dan de weg van de mens terug uit het duister naar het licht. Hier ligt een dualisme van licht en donker als goed en slecht en dat dan weer gelijkgesteld aan respectievelijk man en vrouw natuurlijk wel op de loer. We vinden dit verschijnsel terug in bijna alle mannelijke en paternalistische culturen. In de twee-eenheid ligt de voorkeur duidelijk bij de goddelijke gedachte, de idee, het bewustzijnsfacet. Via dit bewustzijnsbeginsel wordt het facet van beweging en leven ( het derde) benaderd. Als we hierop het ‘zo boven zo beneden’ beginsel toepassen verbaast het niet om denken en wil als de belangrijkste gangmakers van onze huidige culturen aan het werk te zien.



Duisternis, moeder van licht.

We keren even terug naar de teksten uit de Verzen van Ch’an, of de Stanza’s (= verzen) van Dzyan*1), zoals Mevr. Blavatsky ze noemde. Enkele sloka’s (= strofe’s) uit het eerste vers herhaal ik hier, de eerste is: “De eeuwige moeder had, gehuld in haar immer onzichtbare gewaden, wederom zeven eeuwigheden gesluimerd”. Dit ‘eeuwige moeder’ is kennelijk een dichterlijke weergave van wat het eigenlijk zou moeten zijn. In een noot wordt namelijk aangegeven dat hier zou moeten staan; ‘eeuwige vadermoeder’ of ‘eeuwige ouder’. Er wordt uitgelegd dat van dualiteit en geslachtelijkheid geen sprake is. Ik herhaal ook de 5de strofe om de link van moeder met duisternis te laten zien;

“Duisternis alleen vulde het grenzeloos al, want vader, moeder en zoon waren wederom een en de zoon was nog niet ontwaakt voor het nieuwe wiel en zijn pelgrimstocht daarop”. Duisternis blijkt hier gelijk te staan aan ‘het ene dat niets is’. In het volgende vers, dat over de idee van differentiatie gaat wordt uitgelegd dat de oersubstantie oorspronkelijk in duisternis was. Of misschien zelf die duisternis was? In het derde vers echter (over het ontwaken van de kosmos) staat dit; ..........”Duisternis straalt licht uit en licht laat één eenzame straal vallen in de moeder diepte”.... Het is duidelijk, en dat is het onderwerp dat we hier onderzoeken, dat duisternis vooraf gaat aan licht. Zelfs dat licht uit duisternis voortkomt, of er misschien een variabele van genoemd kan worden.



Het vrouwelijke, het moederlijke.

Het duistere substantie facet van het goddelijke ene wordt vaak gezien als de grondsubstantie van alles wat bestaat. Het wordt als vrouwelijk benoemd; ....”Het heelal was nog verborgen in de goddelijke gedachte en de goddelijke schoot”. (Vers 2:6) Zij is basis en geborgenheid. Alles en iedereen rust in haar zijn – in haar schoot. Dat is dus een heel andere benoeming dan ‘in de hand van God’. We komen dit overigens ook gepersonifieerd tegen in de Chinese (Boeddhistische) cultuur als Kwan – Yin. Zij is de godin van mededogen. Ze is de erbarmster, de ontfermster. Ze verlost ons van lijden en onwetendheid. Ze is een verbeelding van de Amithaba Boeddha die de hemel (Nirwana) verzaakt om de mensen te helpen. Je herkent hier de offer- en verlossingsthematiek die we ook in het christendom tegenkomen maar nu in vrouwelijke termen beschreven.

In de meer mannelijke culturen wordt wijsheid, verlossing, oervertrouwen, vergeving, mededogen, liefde enz. steeds in verband gebracht met mannelijke goden of met één mannelijke god. Niettemin kennen we in onze westerse cultuur de idee van de zwarte madonna.

Het duistere en donkere nodigde het afgunstige “zwartmaken” vanuit de mannelijke cultuur natuurlijk sterk uit. Het vrouwelijke werd klein, ondergronds en onbewust gehouden als moeder aarde tegenover de hoge vader zon, het licht en de hemel.... de aarde is nou eenmaal onder onze voeten... dat helpt in eerste instantie natuurlijk niet veel bij de nodige hoogachting. En het zwarte gat is een grote angstbron natuurlijk.

De esoterische leer ziet er echter een volkomen gelijkwaardig facet van het ene in. Het duistere, donkere, het zwarte staat van oudsher in verband met het onkenbare en onbekende. Het donker brengt ons in contact met het zien van niets. Met het niet weten via onze bekende weet apparatuur. Dat donkere, duistere oervrouwelijke principe is door de Griekse en Joodse mannelijke culturen kennelijk niet geheel uit de West-Europese psyche verdreven. De Christelijke cultuur vond in moeder Maria een compromis met de heidenen die nog niet zo ver van de maternalistische kanten van hun cultuur verwijderd waren. Als we ons onthouden van gemakkelijke reactieve protesten tegen ‘de christelijke kerk’ kunnen we misschien eens op deze manier kijken naar eventuele betekenissen van moeder Maria. We hebben het dan niet over de historische mevrouw die in Bethlehem Jezus van Nazareth baarde, door wie of wat dan ook bezwangerd, wonderen zijn in deze van weinig belang. Het gaat ons om de plaats van een facet van het ene in onze cultuur, in onze geestelijke en persoonlijke cultuur en van daaruit naar onze manier van leven, waarden en normen. Het gaat over het substantie beginsel. Stof als een oneindig principe, als deel van de twee-eenheid. En niet als ‘lagere’ materie tegenover ‘hogere’ geest. Het gaat over het moeder facet, het stof of oersubstantie facet van het goddelijke.

Het maagdelijkheids dogma gaat er dan heel anders uitzien. Moeder is maagd, hoe kan dat? Het ene, als moeder maria (of als Kwan yin) is en blijft altijd maagdelijk, heel en heilig. Ook al schiet de lichtstraal constant en eeuwig in haar moeder diepte en baart zij constant de wereld, evenals de wereld constant in haar oplost en terugkeert. Dat opgeslokt worden in de moederdiepte is voor veel mannen in een mannelijke cultuur, (maar ook voor vrouwen) een groot schrikbeeld. Het ene is altijd maagd in de zin van heel en volledig, de eerdere teksten over de grondbeginselen helpen dit begrijpelijk te maken. Tegelijk is het ook waar dat zij niet gebaard werd en ook niet baart. We hebben hier eigenlijk een vrouwelijke tegenhanger in handen van Soera 112 in de Koran waar staat: “....Allah is zichzelf genoeg, eeuwig. Hij verwekte niet, noch werd hij verwekt en niet een is er aan Allah gelijkwaardig”. We kunnen ook zeggen: “Anna is zichzelf genoeg, eeuwig. Zij baarde niet, nog werd zij gebaard en niet een is er aan Anna gelijkwaardig”.  'Anna Akbar' zou een goed motto kunnen zijn voor feministische moslima's.

Waarom breng ik hier de naam Anna naar voren? Onze ouders baden (als ze katholiek waren) tot de maagd Maria, moeder van de eeuwig durende bijstand, niet tot Anna. Tegenwoordig wordt er nog maar weinig gebeden tot de moeder van eeuwigdurende bijstand, we eisen bijstand op in Den Haag. Maar dat wordt een te grote zijweg....



Anna en Maria.

Het is opmerkelijk dat de R.K. Kerk een nog niet zo oud dogma over dit onderwerp kent, namelijk dat van ‘Maria onbevlekte ontvangenis’. Dit heeft niet Maria’s maagdelijkheid i.v.m. de geboorte van Jezus tot onderwerp. Het gaat erover dat zij, Maria de moeder van Jezus van Nazareth (getransponeert naar moeder van God, van Jezus Christus), zelf maagdelijk uit haar moeder Anna geboren is. Dus Maria is maagdelijk uit Anna geboren. Misschien dat de dogmatici van de kerk op deze manier hun ‘zo boven zo beneden’ formule op orde wilden brengen? Of misschien was het gewoon de dwang van de logica? Zouden er nog genoeg maternalistische en vrouwelijke elementen in de westerse christelijke cultuur aanwezig zijn geweest die de paternalisten in Rome hiertoe bewogen hebben? Ik heb geen idee.

Maria komt natuurlijk voort uit moeder Anna maar Anna werd voorheen niet als onbevlekt (= zonder erfzonde) gezien. Desalniettemin heeft Maria volgens het dogma haar onbevlektheid niet aan moeder Anna te danken. Aan wie heeft Anna haar onbevlektheid en maagdelijkheid te danken? Misschien net als Maria aan God die kennelijk voor een speciale genadevolle tussenkomst zorgde bij Maria’s conceptie. Pech voor een eventuele volledig vrouwelijke theologie binnen de Rooms-Katholieke kerk. Al is het dan niet vleselijk het mannelijke principe blijft kennelijk ook op geestelijk niveau nodig. Maria heeft als nieuwe Eva (in de R.K.) dan wel een maagdelijke moeder maar dankt haar maagdelijke aard aan God's genadevolle tussenkomst. Een duistere donkere, zwarte moeder erkennen voor een zoon van licht zonder een ‘licht-vader’ lijkt een onoverkomelijke stap voor de theologen. Voor zover ik daar over kan oordelen lijken me deze theologen op dit punt toch dichter bij de esoterische wijsheid en leringen te staan dan de feministen. De esoterische filosofie leert een twee-eenheid over licht en materie, geest en stof. Ze zijn beiden nodig, anders is er geen derde, geen nieuw leven . De oude wijzen lijken niet zozeer in beslag genomen door een feministische of seksistische dan wel een masculinistische richtingen strijd.

Ik kan me voorstellen dat feministen zelfs naar een dochter van licht zouden verlangen in een nieuwe culturele omslag i.p.v. een zoon. Maar als Anna zwanger is, en dat is ze altijd/eeuwig, moeten we dan niet gewoon afwachten wat er geboren wordt en niet onze wil er opzetten dat het nu toch wel eens tijd wordt voor juist een dochter in plaats van een zoon? Is dat niet een reactie vanuit een culturele strijd, hoe begrijpelijk ook? Een ander godsbeeld kunnen we niet zomaar gaan ontwikkelen, ontwikkelen in de zin van opbouwen, we kunnen het alleen toelaten, zich laten ontvouwen. Het zou een enorme psychologische en culturele verschuiving en omschakeling betekenen, zowel voor vrouwen als voor mannen. Maar kunnen wij dat vanuit onze reactieve conditioneringen gaan regelen? Is dat regelen , dat oplossingsgerichte, dat maakbaarheidsgeloof niet een mannelijke benadering? Hoe gaan feministen dit niet oplossingsgericht oplossen?



Beelden en hun werking.

In onze gedachten en gevoelens over materie, vrouw, duister en donker worden we vaak nog gestuurd door massa beelden, culturele beelden. Dit zijn opvattingen, overtuigingen en (bewuste of onbewuste) voorstellingen die nog steeds het fundament en het geraamte zijn van het denken en voelen van grote massa’s mensen. Deze beelden zijn sterk, ze scheppen ons persoonlijke en maatschappelijke leven. Ze bepalen onze persoonlijke drijfveren, ons zelfgevoel, onze zelfdefinitie oftewel onze identiteit. Ze bepalen en dat moeten we vooral niet vergeten onze waarden en normen. Deze opvattingen, overtuigingen of beelden bestaan in intrinsieke eenheid met ons identiteitsgevoel. Hiermee creëren we, nogmaals grotendeels onbewust, ons persoonlijke en maatschappelijke leven. Ze zijn vaak al duizenden en duizenden jaren oud en worden geleefd en belevendigd door miljoenen zo niet miljarden mensen. Omgekeerd worden die massa’s er door geleefd en gevormd. We maken even een klein uitstapje om hier wat dieper op in te gaan.



Karma.

We creëren en hercreëren. We reageren reactief of we handelen authentiek maar altijd doen we mee aan het grote karmische werkende leven. Dit is wat het woord karma betekent; werking, doorwerking en terugwerking. Er zijn nog meer kanten aan dit begrip maar nu hier niet van belang. Ons zelfbeeld, ons beeld van leven en ons wereldbeeld werkt! We zeggen soms dat we gehecht zijn aan beelden of dingen buiten ons maar als we het preciezer bekijken ligt het anders. We zijn niet gehecht aan iets buiten ons, het is veel dichterbij, “wij zijn dat”. Er zijn geen drie losse gegevens van ik (1) ben gehecht aan (2) dat beeld of ding(3). Wij zijn gehechtheid, het is een manier van zijn, van zelf zijn. Het zijn drie facetten van een gegeven. Gehechtheid is bepaaldheid, bepaaldheid is “zo” zijn. Zoals we zijn zo is ons leven. We kunnen niet een ander leven hebben en tegelijk blijven zoals we zijn. Voor een ander leven, een ander lot, moeten we anders “zijn”. Hier ligt een andere belangrijke (massa) overtuiging; ‘Zo ben ik nou eenmaal, dit is mijn karakter, mijn identiteit, hier zit ik aan vast, dit ben ik’. Maar ook: ‘Ik ben de gevangene van mezelf’. Hoe veranderen we deze werkingen, hoe veranderen we onszelf, want ik kan geen ander of beter leven verlangen zonder mijn “zijn”, mijn identiteit te veranderen, zonder in mijn kern te veranderen. Dit is in essentie de vraag die we stellen als we ons karma, ons lot, het reilen en zeilen van de wereld willen veranderen. Het antwoord dat Patanjali (die het Raja Yoga systeem samenstelde) hierop gaf was: bak het zaad van karma in het vuur, zoals je bijv. plantenzaadjes in de pan roostert. Ze zullen niet meer leven of uitkomen. Het zaad is dan symbool voor de kernachtige sterke innerlijke overtuigingen en houdingen die ons gevoel van eigenheid bepalen. Het vuur is symbool voor ons bewustzijn, d.w.z. het inzien en doorleven van onze beelden en gehechtheden. De bakpan is het symbool voor de aandachts concentratie waarin we ons onderwerp kunnen bakken om ons van zijn uitwerking te bevrijden. Natuurlijk moet ieder zijn of haar eigen zaadjes bakken, oftewel je individuele beelden bewust worden en doorleven. Deze tekst wil er toe oproepen om in een groter verband, enkele cultuur-psychologische massa beelden los te woelen. Op deze manier hopen we bewustzijn te krijgen over onze individuele aansluitingen of tegenreacties daarop.



Vrouw, duister en schaduw.

Als we dus het facet van oersubstantie, het beginsel van stof, van materie (‘Materie is eeuwig’, zegt een van de spirituele grondbeginselen) nemen zoals het wordt opgevat en waargenomen vanuit de mens dan zien we dat dit als moederlijk en vrouwelijk gevoeld en benoemd wordt. Materie wordt vaak als minder en lager gezien of als een noodzakelijk kwaad. Materialisme en materialisten worden veroordeeld vaak ook door atheïsten. Het wordt zwart gemaakt! Geen sprake van gelijkwaardigheid, ook niet bij overtuigde holisten. Hoezo eenheid, heelheid, gelijkwaardigheid en holisme. Het vrouwelijke en het moederlijke zijn het zelfde lot beschoren als de materie en het duister en donker, hetgeen we hierna zullen zien. We doen dit als vanzelf, het komt uit onze wortels, uit ons zelfgevoel en identiteit voort. We doen dat naar onze aard als zonne- als bewustzijns en licht aanbidders. We houden naar onze natuur meer van licht dan van donker, meer van weten dan van niet weten, meer van doen dan van zijn. Dit geeft, behalve op de vrouw ook een vooringenomen kijk op het duister op schaduw en op zwart.

Wij hebben uit onze voorgaande beschouwingen echter kunnen concluderen dat we het oerbeginsel als duister benoemen en tegelijk als voorwaarde voor licht, en als voortbrengster van licht moeten zien. We kunnen daar dus eigenlijk weinig negatiefs in zien.

We moeten het waarschijnlijk aan onze cultuur en onze conditioneringen wijten dat we het oerbeginsel verwarren met het verschijnsel schaduw in de wereld van het bestaan. In deze wereld van de dingen, van het licht, van ons zonnestelsel kennen we schaduw als een natuurlijk verschijnsel. Als een berg, een boom of een huis het zonlicht verspert zien we schaduw. Schaduw heeft geen objectief bestaan van zichzelf, het is een afgeleide. Het bestaat pas als iets het zonlicht in de weg staat, het is een bij effect. Als de zon aan de andere kant van onze aardbol staat zien we aan deze kant niets. Dan is de schaduw naar onze concrete beleving zo sterk dat we het duister noemen. Maar het is en blijft een gevolg, een schaduw. Dit is niet datzelfde duister waar het licht, het bestaan en de schepping uit voortkomt. Dit duister is onafhankelijk. Het licht is een wonder, het komt voort uit het wonder van duister. De schepping, het bestaan is een wonder. Hoe eeuwig onze schepping (voor ons mensen) ook is, hij is kwetsbaar en vergankelijk en gaat ooit weer op in dat ene duistere, dat wij naar onze menselijke aard nou eenmaal moederlijk noemen.

We kennen ook het begrip schaduw in de zin van tegenstander, van verkeerd, van fout en zelfs als slecht. We zeggen dat als we ergens last van hebben, als iets of iemand ons in de weg zit. Soms hebben we de neiging om oorzaak en gevolg over een kam te scheren. De berg, de boom, de aarde of een persoon als oorzaak en de nacht, donkerte, schaduw en frustratie als gevolg, neigen we gemakkelijk samen te trekken tot één fout of slecht iets. Uit onwetendheid neigen we er zelfs toe om het een objectief zelfstandig bestaan toe te kennen en soms ook het te personifiëren, het iets mensachtigs of half menselijks toe te kennen. De tegenstander of in het kader van deze beschouwing, de tegenstandster is geboren. De schaduw van de nacht wordt hier verbonden met ongunstige en negatieve ervaringen in ons persoonlijke mensenleven. Een begrip van schaduw uit de natuur en een menselijk ervaringsbegrip van schaduw smelten dus samen. Het wordt van hieruit heel aannemelijk dat deze twee schaduwbegrippen niet alleen met elkaar worden verwart maar ook dat ze als een versmolten twee-eenheid gemakkelijk met dat duistere oerbeginsel worden vereenzelvigt, dat op zichzelf immers ook een groot mysterie is.

Dus: 'het ene duister' is niet het andere duister.



Adam en de heer, Eva en de slang.

We herbergen nog vaak veel resten van mythen, beelden, opvattingen en onbewuste overtuigingen in ons. In verhaalvorm komen we ze tegen in heilige boeken zoals over de oorlog in de hemel, de val van de engelen, de val van de mens, de schepping van de mens en van man en vrouw. We kunnen hier twee dingen doen. In onszelf speuren naar wat we aan beelden, geloof en opvattingen in ons meedragen en daarnaast die heilige boeken bestuderen en proberen te begrijpen wat er staat. Vaak echter zijn deze verhalen ook maar half doorgegeven, lijken delen ervan door elkaar te zijn gaan lopen of slechts echo’s van volledigere verhalen te zijn.

Wat betreft het duister, het donker, de materie en de vrouw hebben we hierboven aanzetten tot openlegging gegeven om in onszelf onderzoek te doen. Godsbeeld, mensbeeld, kernwaarden over goed en slecht, man-vrouw beelden zijn allemaal verbonden met onze ontstaans- en scheppingsmythen zoals het adam en eva verhaal. Het is intrinsiek verbonden met het god en duivel verhaal. Het zijn (onbewuste) referentiekaders geworden in ieders psyche. Dit geldt voor atheïst of gelovige gelijk. Heel belangrijk hier is de vorming van ons geweten. Het opgelegd geweten, het geïnternaliseerd geweten (super ego) willen we gaan onderscheiden van ons innerlijke vermogen tot weten, waarheid, werkelijkheid en wijsheid. Maar dit valt verder buiten het bestek van dit opstel.

De slang, de duivel en eva de vrouw zijn in ons beelden-bewustzijn op een lijn komen te staan tegenover adam, de man, de mens en god ‘de heer’.

Enkele jaren geleden verscheen het evangelie van Judas op de markt. De figuur van Judas lijkt geherwaardeerd te worden. Hetzelfde zou moeten gebeuren met de figuur van Eva. Er is zich een feministische theologie aan het ontwikkelen waar gepleit wordt voor een vrouwelijk godsbeeld. Is een rehabilitatie van Eva echter wel mogelijk zonder de slang ook in ogenschouw te nemen? Kan Eva wel gerehabiliteerd worden zonder ook de slang en het duister te rehabiliteren? Misschien was het wel wijs van Eva en een goed voorbeeld voor ons om naar de raad van de slang te luisteren, de vrucht van kennis te willen smaken en goed en kwaad te leren kennen. En wat voor een figuur is dat dan, die slang? We vinden het ene, het duistere, materie, Anna, Kwan Yin, Maria enz. in het verhaal van Adam en Eva terug in de vorm van de slang, als Lilith, als de duivel, als oorzaak van de zondeval met het aardse leven als straf. Althans in de christelijk versie, de koranversie van dit verhaal kent niet dat val- en straf element. In de esoterie wordt die christelijke erfzonde uitleg fel bestreden door H.P. Blavatsky in haar boek De Geheime Leer.



Voorbij eva:  de wijsheid van de slang.

In de esoterische filosofie kennen we de slangfiguur echter als een emanatie uit het oer ene. De slang als een vertegenwoordigster van een oerwijsheid van de eeuwige materie, een facet van het ene. Dit laatste betekent in feite voor die goddelijke stof een evenwaardigheid aan het licht. Een evenwaardigheid dus van de goddelijke stof en het goddelijke licht oftewel een evenwaardigheid van het mannelijke en het vrouwelijke. Voor een herwaardering van Eva als oervrouwelijke figuur doen we er goed aan ons Isis, Isthar maar vooral Lilith te gaan herinneren.

We kennen de slang ook als symbool voor verandering, voor hergeboorte, als seksueel symbool, erotisch of zinnelijk symbool, symbool voor wijsheid en als symbool voor heelheid en volledigheid.
In de esoterische filosofie is de slang met haar spiralerende bewegingen symbool voor een cyclus, een cyclische ontwikkelingsgang. Een slang die in zijn staart bijt staat voor een voleindigde cyclus. Met ‘de oude slang’ kan een vorige cyclus aangeduid zijn. Als die cyclus af is, is de cirkel rond. Een cirkel en een ring vallen ook binnen het betekenisveld van de slang. En met de ring zijn we weer terug bij de nul, en bij de laatste en diepste betekenis die de slang kan hebben, nl. die van het niets, het ene dat niets is en alles inhoudt.

Voor ons is het nu belangrijk om de slang en eva als een symbool te zien voor het opwekken van het denkvermogen, voor begeerte tot begrip, voor het kiezen voor een ontwikkeling van weten en wijsheid en van onderscheidingsvermogen. Oftewel, luisteren naar de slang, ons door haar laten (ver)leiden. Op weg naar het verkrijgen van kennis van goed en kwaad. En meer, nl. aan de goden gelijk worden. Precies datgene waar vele oude dogma’s en verinnerlijkte beelden ons voor waarschuwen als zouden we dan straf verdienen voor deze hovaardigheid.


Dit opstel geeft de lezer hopelijk genoeg materiaal om zijn of haar oerbeelden om te woelen.

Laten we oplettend zijn op wat zich ontvouwt wanneer we onze zelf onderzoeksoefeningen of meditaties doen of hierover onze gesprekken hebben met elkaar.

Ad Rek.

*1) Zie mijn opstel van 5 April j.l. :  http://eerstehemel.blogspot.nl/2013/04/de-stanzas-van-dzyan.html

zondag 16 juni 2013

De nieuwe religieuze intolerantie 2


Nog een schot voor de boeg voor Nussbaum.


Op 5 April wijdde ik een klein stukje tekst aan dit onderwerp n.a.v. Martha Nussbaums komst naar Nederland. Op 23 Juni zou ik naar haar gaan luisteren in Amsterdam maar door veranderde omstandigheden kan ik daar geen gevolg aan geven.

Toch wil ik er nog wat meer over kwijt ook zonder haar gezien te hebben.

Zoals ik toen ook al uitlegde bedoeld zij met religieuze intolerantie de intolerantie van niet religieuze mensen naar religies en hun gelovigen. Het zou ook de intolerantie van het ene geloof naar het andere kunnen betekenen maar ik heb nergens de indruk gekregen dat ze dat bedoeld. Het lijkt er daarom op dat Nussbaum een soort preek gaat houden voor de parochie van seculiere, multiculturele, humanistische wereldburgers. De leden van die progressieve kerk doen het niet goed genoeg, vooral niet naar de mohammedanen.

Ik zou het niet als een preek voor eigen parochie beschouwen als ze de intolerantie van de religies zelf in haar beschouwingen mee zou nemen. Dit is een vooroordeel van mij natuurlijk dat ik graag had willen checken op de 23ste. Misschien kan ik straks uit verslagen en recensies opmaken dat ik het mis heb.

Tolerantie naar godsdiensten is iets wat humanisten en moderne mensen beoefenen. Vanwege hun geloof in de rede van de mens en hun principes over de vrijheid van meningsuiting en meningsvorming tolereren ze iets wat ze zelf nooit zouden kunnen doen, geloven in een god en op autoriteit van buitenaf iets aannemen.

Intolerantie is iets van godsdiensten zelf. Vooral van de monotheïstische godsdiensten met het oude jodendom voorop. Christendom en islam komen daar uit voort en brengen intolerantie in de praktijk. Dit met de aantekening dat het moderne christendom en jodendom in hun tegenwoordige praktijk behoorlijk door de verlichting gehumaniseerd en gemoderniseerd zijn, daardoor merk je er iets minder van. Daarom valt die intolerantie van het islamitische monotheïsme nu des te meer op.

Wat vraagt Nussbaum eigenlijk van haar onkerkse moderne multiculturele enthousiastelingen? Ze vraagt om tolerantie voor de islam, dat betekent ten slotte toch tolerantie voor intolerantie. Hier zie je hoe het humanisme toch wel degelijk een kind van het christendom genoemd kan worden. Ze spreekt ons er eigenlijk op aan om de ander, zelfs de vijand lief te hebben te hebben en hem de andere wang toe te keren. Jammer dat ik het niet kan meemaken, ze gebruikte immers de term ‘kritische tolerantie’. Dus wie weet moet ik het gaan missen dat ze in gaat op hoe de islam de islamitische culturen voortbrengt die intrinsiek intolerant en zelfs gewelddadig zijn. Intrinsiek, in essentie, in de kern van de islam ligt die intolerantie, de tweedeling en gewelddadigheid opgesloten. Dit heet 'essentialisme', iets wat de filosoof Ramadan indertijd een 'racistic act' noemde. (Essentialism is a racist act, zei hij tegen Ayaan Hirsi Ali
Zou ze dat aandurven?
Misschien bepleit ze tolerantie naar moslims en tegelijkertijd 'kritische tolerantie' naar de islam en haar intolerante, gewelddadige en uitsluitende aspecten?
Misschien bepleit ze respect voor de individuele moslim en roept ze op tot dezelfde kritiek voor de islam als we hier in het westen hebben naar het christendom en jodendom?

Jammer dat ik dat niet mee ga maken.

donderdag 13 juni 2013

Islamafobie: irrationeel, of niet?


Islamofobie is vooroordeel van, haat tegen, of irrationele angst voor moslims. Is deze angst verdedigbaar en wat is de rol van de media in deze haat en angst? Dit zijn vragen die een grote rol spelen in de huidige maatschappij (oa Nederlandse moslims die naar Syrië gaan om te vechten en de vandalisme jegens Moskeen). We willen deze kwesties graag onder de loep nemen met diverse experts met duidelijk eigen - en verschillende visies en het onderwerp benaderen vanuit verschillende hoeken en perspectieven.


Bovenstaande tekst pluk in zojuist van het internet. Het is de wervingstekst voor “Debate on Islamphobia”, georganiseerd door De Balie in Amsterdam.

Ik ontdek ook nu pas dat dit debat gisteren, op 12 Juni plaats gevonden moet hebben. Ik zag echter nog nergens een verslag. Ik kan er dus ook niet meer heen. Misschien maar goed ook. Ik irriteer me nl. meteen al aan die titel.

Een fobie is toch een irrationele angst, of een angst voor iets dat niet reëel is. Is het antwoord dan niet al gegeven, waar moet dan nog over gediscussieerd worden? En als dat wel gebeurd waar zou die discussie dan op uitlopen?

Dan die eerste zin: “Islamofobie is vooroordeel van, haat tegen, of irrationele angst voor moslims”. Moet dat niet zijn "Islamofobie is een vooroordeel tegenover moslims, haat tegen, of irrationele angst voor moslims”

Misschien nog te veel muggenzifterij van mij op taalgebruik. Hoewel, is het niet erg belangrijk om taal goed te gebruiken bij zo'n discussie?
Het belagnrijkste is dat islamofobie inderdaad een irrationele angst is, dat zegt het woord zelf al. Maar het is dus een irrationele angst voor de Islam. Maar de tekst spreekt niet over een angst voor de islam, het gaat over angst, haat en vooroordeel tegenover moslims.

De grote vraag is natuurlijk, is het zo irrationeel en ziekelijk (immers fobie) om bezorgd te zijn over en zelfs angst te hebben voor de islam? Zou het ook een gezonde angst kunnen zijn, zou angst ook een goed signaal kunnen zijn?

Natuurlijk is er altijd dat onderwerp waar de grens ligt tussen de gelovigen en hun geloof, de volgelingen en hun ideologie. En dan vooral waar de verantwoordelijkheid ligt. Met andere woorden, hebben moslims niet de verantwoordelijkheid voor hun geloof en ideologie, voor de ontwikkeling er van? Nee, want het is het onveranderlijke eeuwige woord van allah. En daarmee ligt alles vast. Ik vind dat beangstigend en ik ben niet fobisch of ziek. Ook ben ik daarmee geen rassist, of religieus rassist en bega ik geen misdaad tegen de menselijkheid zoals sommige comitees dat nu in het europees parlement en de verenigde naties erkend willen krijgen.

Ik heb de rationele angst en gezonde angst dat moslims, gelovigen, mohammedanen – hoe je ze ook noemen wilt niets gaan ondernemen om hun heilige boek -en vooral de uitwerkingen daarvan-  kritisch onder de loep te nemen. Laat staan er nieuwe interpretaties aan te geven. Ze hebben dat niet meer gedaan sinds ongeveer 1300 van onze jaartelling. De poorten van de Itjihad zijn sindsdien gesloten zo heet het daar. Dat betekent dat innovatieve, vernieuwende visies niet meer nodig gevonden werden en worden. Men was er uit! En daar blijft men bij!

Het gevolg is dat we getrakteerd worden op een 700 jaar oude ideologie, weliswaar een religieuze ideologie zoals dat in die tijd gewoon was. Er was nog geen scheiding tussen religieus leven en maatschappelijk leven, ook niet in christendom en jodendom. Echter die religieuze context maakt de islam nu in deze tijd tot een totalitaire theocratische ideologie. Het stelt de islam in feite boven de wet. Van mij mag dat in Egypte of Iran, hoewel ik voor de inwoners daar het beste hoop en voor ze bid. De islam is nog steeds geen godsdienst geworden in onze betekenis van het woord. Zo lang ik niets merk van hun itjihad ben ik zeer bezorgd over hoe massa’s nieuwe Nederlanders zichzelf nu en in de toekomst definiëren, en natuurlijk vooral hoe ze hun leven en de maatschappij hier vorm gaan geven. Ik ben niet ziekelijk- of misdadig fobisch maar houdt soms wel mijn hart vast.

Wat ik merk is dat een relatief kleine groep zich openlijk anti westers, anti democratisch presenteert en daarmee soms misdadig ver gaat en dat de grote meerderheid dat stilzwijgend goedkeurt en bij kritiek die groep verdedigt. Men neemt geen verantwoordelijkheid, men kritiseert die groep niet rechtstreeks. Hoogstens klaagt men over de goede naam.

Belangrijker nog is dat er geen kritiek is die zelfreinigend werkt in de islamitische culturen. Geen enkel teken van kritisch onderzoek naar 'hoe is het toch mogelijk dat deze groepen onze heilige tekst op die manier interpreteren', zou er iets in ons heilige boek staan dat daar aanleiding toe geeft? Waarom gebeurd dit. Hoe en waarom gebeurde dit in feite altijd al, al 1400 jaar lang? Nee, helemaal niks van dit alles.

En inderdaad ik ben daarover meer dan bezorgd, ik ben bang voor de toekomst van mijn kinderen en kleinkinderen voor deze ontwikkeling van star vasthouden, van niet durven veranderen, van steeds fanatieker vasthouden aan het oude uit angst voor het nieuwe, uit angst voor het andere. Die ingebakken xenofobie van de islamitische cultuur.