Doorgaan naar hoofdcontent

Perennialisme

Veel mensen hebben een vermoeden, kennen een intuïtie of gevoel dat alle godsdiensten hetzelfde willen en eenzelfde oorsprong hebben. Ze geloven dat de godsdienstige en culturele verschillen alleen maar bepaalde en geconditioneerde uitwerkingen zijn die hun maatschappelijke, culturele en politieke buitenkant betreft maar dat ze allemaal eenzelfde kern hebben. Velen geloven zelfs dat al die religies en culturen in hun kern eenzelfde transcendente grond hebben, eenzelfde mystiek hart, een positief hart traceerbaar door de hele mensheidsgeschiedenis heen. Dat er een rode draad loopt door alle culturen heen, soms aaneengeschakeld door tradities. Herken je dit of interesseert dit je dan kan de term perennialisme je verder inspireren. Oude wijsheid, tijdloze wijsheid, universele kennis of wijsheid zijn termen die de inhoud van het woord perenniaal vormen.

In het Nederlands kennen we het woord perenerend. Het betreft dan planten, perenerende planten. Dat zijn planten die overwinteren. Overblijvende planten of meerjarige planten. Ze lijken wel te verdwijnen (in de winter) maar steken daarna toch de kop weer op.

De karakteristiek van schijnbaar verdwijnen en toch weer tevoorschijn komen, het altijd door blijven bestaan maakt de term geschikt voor een gedachtegoed dat een vergelijkbaar levensverhaal kent. Er waren tijden dat het gedachtegoed met een esoterisch en mystiek karakter verboden was, ondergronds moest gaan maar het bleek onverwoestbaar, het steekt steeds de kop weer op. Tegenwoordig lijkt de algemeen aanvaarde cultuur er toleranter tegenover te staan. Toch heeft het nog steeds een alternatieve en dissidente rol.

De oude wijsheid in het westen

Aldous Huxley schreef in 1946 het boek Perennial Philosophy, in het Nederlands vertaald verschenen onder de titel, De eeuwige wijsheid. Hij leende dat woord van Agusto Steuco die het woord voor het eerst gebruikte in de Renaissance tijd (1540). Steuco wees erop dat er een kern van wijsheid bestaat in alle religies en culturen die zeer grote overeenkomsten vertonen. Ook sprak hij over de neoplatonische school van Marsilio Ficino die wijsheid uit christendom en griekse filosofie wilde synthetiseren tot één transculturele filosofie. Deze Marsilio Ficino gebruikte de term Prisca Theologia latijn voor oude theologie. Hij was filosoof naast katholiek priester. Zijn opvatting was dat er één ware, universele wijsheid bestaat die in de kern van iedere godsdienst en cultuur te vinden is. Deze wijsheid of kennis zou door god in een vroeg stadium aan de mensheid gegeven zijn en vaak via geheime groepen en tradities in leven gehouden en doorgegeven zijn wat inderdaad dus de betekenis van het woord perenniaal rechtvaardigt. Overigens verschillen de oude filosofie en de oude theologie wel van elkaar maar voor deze beschouwing hoeven we slechts op een enkel aspect te wijzen.

Ficino wilde met zijn ‘oude theologie’ aantonen dat de christelijke waarheid al aanwezig was voor de geboorte van christus en bij de Grieken, de Egyptenaren en Perzen te vinden was. De Prisca Theoligia of oude theologie ziet de universele waarheid als een historisch goddelijke openbaring die later verwaterd, vervalst wordt en uit elkaar valt. Overigens ook een veel voorkomend gevoel en gedachte over religies.

De perenniale filosofie of oude wijsheid, brengt de gedachte naar voren dat de universele waarheid vanaf het begin van de mensheid gegeven werd door goden, geesten of engelen en later voortgezet door ingewijde mystici en zieners die de mensheid in haar evolutie hebben begeleid en dat nog steeds doen. Daarnaast stelt ze dat die wijsheid steeds voor de individuele menselijke geest aanwezig was en is en middels introspectie te verwerkelijken is.

Voor een begrip van de oude filosofie of de prisca theologia is het van belang om te zien hoe Ficino maar ook verschillende anderen zich inspireerden op Leringen van Zoroaster, Hermes Tresmegistus, Mozes, Orpheus, Pyhagoras, Plato en het neoplatonisme. Zelfs in het exoterisch christendom, de gewone openbare kerk, zijn de invloeden van Egypte en Griekenland terug te vinden. Er is dus een overlap die verwarring kan geven. Ook perennialisme is nauw verbonden met neo-platonistisme.

In onze huidige tijd ging Huxley verder dan alleen deze westerse traditie, hij ging richting India en neo-advaita, het non-dualisme. Dit laatste is op dit moment een grote bron van inspiratie voor spirituele zoekers en ‘ietsisten’, voor ongebonden en ongeorganiseerde zoekers met een gevoel dat er iets voorbij hun kenvermogen moet bestaan. Dit non-dualisme heeft een grote vlucht genomen in westerse alternatieve kringen. Er is een westerse manier van het Advaita-Vedanta ontstaan, zoals ook met de overbekende yoga. Als de claim van het perennialisme, dat de leer universeel is en dus overal te vinden is klopt, dan moet die dus ook in het oosten bestaan. Inderdaad heeft het westen de laatste 150 jaar veel van het oosten geleerd wat dit onderwerp aangaat. In de laatste helft van de negentiende eeuw was dit besef van geestelijkheid en mystiek zo goed als verdwenen in het westen. Je kan stellen dat het oosten ons gered heeft, of dat het westen zichzelf gered heeft middels het oosten. Overigens stelden H.P. Blavatsky en haar Indiase leraren dat zij in die tijd bewust een poging deden naar het westen toe door in 1875 de theosofische vereniging op te richten.

Wat brengt deze traditie naar voren

Uit bovenstaande wordt duidelijk dat deze rode draad tussen verschillende culturen in verschillende tijden gaat over de diepere vragen en onderwerpen van het leven, van het bestaan. Het gaat over universele vragen, over de kwesties van zijn en niet zijn, over leven en dood, over de aard van de uiteindelijke werkelijkheid. Op dit diepere vlak vallen kennelijk de verschillende culturele en tijdelijke verschillen weg.

Het is in deze diepte, in deze universele grond dat er eenheid en heelheid gevonden kan worden waarop alle mensen zich zouden kunnen baseren in hun levenskeuzes en -beslissingen. Weg van dit centrum kan men vooral verschil, tegenstelling en daardoor conflict verwachten. Dit is in feite de boodschap van die perenniale filosofie. Je kan dus concluderen dat godsdiensten daar gelijkwaardig zijn waar hun universele en mystieke hart is en dat ze verschillend zijn, tegengesteld en daarmee conflictueus zijn buiten de kern, buiten het hartgebied.

De huidige tijd

In de tweede helft van de 19de eeuw was het wetenschappelijke materialisme op haar hoogtepunt, evenals de dogmatiek en de macht van de christelijke kerk. Het was in die tijd dat de oude wijsheid weer de kop opstak, dat ze inderdaad een perenerend bleek te hebben. Aanvankelijk reageerde het culturele leven op het materialisme met een verhoogde interesse in het paranormale, in mediumschap en geestverschijningen. In dit klimaat kwam de geest van de perenniale filosofie tot actie. Het meest bekende en invloedrijke gebeuren (om een lang verhaal kort te maken) was de oprichting van de theosofische vereniging in 1875 te New York. De inspiratrice en mede-oprichtster mevr. H.P. Blavatsky (hierna H.P.B.) wordt tegenwoordig nog vaak de moeder van de new age beweging genoemd, een beweging die vooral bevolkt wordt door de eerder genoemde zoekers en ietsisten, die zich verder vaak weinig gelegen laten liggen aan het werk van (moeder) HPB.

Sinds die impuls van het laatste kwart van de 19de eeuw kan je een opbloei zien van spirituele interesse die je eigenlijk niet zou verwachten door die materialistische en anderzijds religieus dogmatische 19de eeuw. Kaballah, gnosticisme, rozekuiserij, antroposofie en ‘de hang naar het oosten’, die yoga bracht en advaita vedanta. En er valt nog veel meer te noemen, dit alles leeft en bloeit in onze huidige cultuur.

Wel moet gezegd worden dat momenteel er een sterke beïnvloeding opkomt vanuit de kwantum wetenschap die het oude materialistisch wetenschappelijke denken onhoudbaar maakt. Het westen voegt nu iets nieuws toe zou je kunnen zeggen. Bij het zoeken naar een gemeenschappelijke geestelijke kern in alle culturen kan nu de moderne westerse wetenschap worden toegevoegd. De oude wijsheid steekt momenteel haar kop weer op via de moderne wetenschap. Dat wordt nu een renaissance van westers metafysisch idealisme genoemd. We ontdekken nu datzelfde geestelijke hart op een hele nieuwe en onverwachte manier. Voorheen wilden we dat alleen in oude tijden en verre culturen vinden.

De grondbeginselen

Waar kunnen we nu meer leren over de inhoud van die filosofie?

HPB is de enige die ik ken die expliciet claimt tot die traditie van perenniale wijsheid te behoren. Ze noemt het theosofie maar ieder die zich een beetje dieper in de materie begeeft en door de woorden heen kijkt herkent direct dat we hier die rode draad te pakken hebben. De meeste auteurs over ‘de rode draad’, of perenniale filosofie hebben vermoedens en intuïties. Ze komen met verklarende en aantonende redeneringen aangaande die rode draad of universele wijsheidstraditie, ze komen uit op; het moet wel zo zijn.

HPB zegt openlijk dat haar werk daar direct uit voortkomt. En geeft de grondbeginselen van die filosofie aan. Ze geeft in feite aan er onderdeel van uit te maken en in die traditie haar werk te doen.

Ik stel dus dat om de perenniale filosofie te begrijpen het heel nuttig is om de grondbeginselen in HPB’s boek De Geheime Leer te bestuderen. In het boekje, Een introductie tot De Geheime Leer zijn ze bijeen gebracht. Paperback ISBN 978-94-91433-21-4, PDF eboek ISBN 978-94-91433-22-1. Ook is die tekst gratis te vinden op internet: https://www.theosofie.net/onlineliteratuur/introductietotgl/introductietotgl.pdf

Zoals ik hierboven al schreef, HPB zegt dat haar werk uit die universele traditie voortkomt Ze geeft er de grondbeginselen van aan en gaat daar later in haar boek dieper op in. Je kan er heel goed uit concluderen dat wat zij schrijft die perenniale filosofie zelf is in een moderne vorm. Relatief modern natuurlijk want ze schreef dat werk in 1888.

Dit gezegd hebbende moet ik nu natuurlijk mijn beweringen aannemelijk gaan maken. Ik meen dat met een aanhaling uit diezelfde grondbeginselen te kunnen doen. Blavatsky raadde de student aan om alvorens te beginnen het boek bladzijde voor bladzijde te lezen eerst de drie grondstellingen in de proloog te bestuderen, dat niet alleen maar er ook op te mediteren. Een goede raad, ze gaan namelijk inderdaad je verstand te boven. Daarnaast raadde ze ook aan de samenvatting in deel 1 op blz 269 originele editie (o.e.) te lezen. Het is vooral punt 1 in die samenvatting die nu voor ons interessant is. Ik zal er de relevante delen uit citeren. Ze schrijft:

“De Geheime Leer is de verzamelde Wijsheid der Eeuwen, en alleen al de kosmogenie ervan is het meest verbazingwekkende en uitgebreide systeem: zelfs in bijvoorbeeld de exoterie van de Purana's. (… …… ) De snelle en doordringende blik van die zieners reikte tot de kern van de materie zelf en nam daar de ziel van de dingen waar. Terwijl een gewone niet ingewijde, hoe geleerd ook, slechts de uiterlijke vorm zou hebben waargenomen. (…. ..) Het is nutteloos te zeggen dat het bedoelde stelsel geen fantasie is van één of meer afzonderlijke individuen: dat het het ononderbroken verslag is van het werk van duizenden generaties van zieners die allen hun eigen ervaringen gebruikten bij het toetsen en controleren van de tradities over de leringen van hogere en verheven wezens, die over de opgroeiende mensheid waakten. Ook is het nutteloos te zeggen dat deze traditie mondeling werd overgeleverd van het ene vroege ras* aan het andere: dat de "Wijzen" van het Vijfde Ras*, van het geslacht dat gered en behoed was van de laatste catastrofe en continentverschuivingen, hun leven lang hadden doorgebracht met leren, niet met onderwijzen.

Hoe deden ze dat? Het antwoord luidt: door op elk gebied van de natuur de oude tradities te toetsen, te onderzoeken en te controleren op basis van de onafhankelijke visioenen van grote adepten. Dat wil zeggen van mensen die hun fysieke, mentale, psychische en spirituele gestel tot de hoogst mogelijke graad hebben ontwikkeld en vervolmaakt. Van geen adept werd het visioen aanvaard vóórdat het was gecontroleerd en bevestigd door de visioenen van andere adepten (zó verkregen dat ze als op zichzelf staande bewijzen konden dienen) en door eeuwen van ondervinding.”

Tot zo ver de aanhaing.

Nu meteen een onderbreking. Je ziet dat ik sterretjes (alarmbelletjes) heb aangebracht bij het gebruik van het woord ras. Om de onderbreking geen verstoring te laten worden verwijs ik gealarmeerden voor uitleg daarover naar het eind van dit artikel.

De tekst is duidelijk. De Wijsheid der Eeuwen is De Geheime Leer. Het is een ononderbroken traditie en verslag. Duizenden generaties van zieners waren betrokken bij het toetsen en controleren van leringen van hogere en verheven wezens die over de opgroeiende mensheid waakten. Het onderzoek gebeurde door vormen van introspectie, niet van uiterlijke waarneming die wij nu hebben uitgebreid met instrumenten zoals bijv. microscoop en telescoop. De wijsheid of de leer werd mondeling doorgegeven van het ene vroege ras (het vierde) op het andere (het vijfde) na een grote catastrofe en continentverschuivingen. Adepten en wijzen van het vijfde ras hielden zich bezig met leren, niet met onderwijzen.

Wat hier geïmpliceerd wordt is dat er een vierde ras of mensheid was, in een zgn atlantische periode. Dat er een catastrofale overgang was van de vierde mensheid naar de huidige vijfde mensheid. We kennen in meer geaccepteerde godsdiensten een echo daarvan in het verhaal van de zondvloed. Dat zieners en wijzen van het vijfde zich bezig hielden met leren en checken en verwerken van wat ze leerden van het vierde en van verheven wezens mogen we aannemen. HPB legt er de nadruk op dat ze zich niet bezighielden met onderwijzen, maar dat wagen we te betwijfelen. De keten van doorgeven zou dan aan het begin van deze, onze huidige mensheid zijn gestopt en dat lijkt niet waarschijnlijk. Misschien was HPB hier een beetje te ijverig met het uitlichten van een bepaald aspect van wat er toen gebeurde? Wat nog steeds wel in het duister blijft is, hoe gaat het dan nu. Hoe werkt dit sinds de laatste 150 jaar in de huidige cultuur?

Het is duidelijk dat in het verleden esoterische scholen of occulte tradities in het westen werden onderdrukt en nagenoeg verdwenen. Dit heeft geleidt tot een trek naar het oosten en andere culturen waar dit niet het geval was. Misschien dat de westerse cultuur zichzelf wat dit betreft aan het oosten heeft kunnen optrekken en dat voor een deel nog steeds doet. Er zijn tekenen dat er een herstel plaatsvindt, dat er nieuwe diepgang en mystiek te vinden is in westerse en christelijke bewegingen. Die wil ik onderscheiden van een soort van terugval naar dogmatisch en antropomorfische godsdienstigheid, zowel joods, christelijk als islamitisch. Anderzijds kan je stellen dat de donkerte van het materialisme waar we doorheen trokken niet totaal zinloos en fout was maar tot onverwachte bedoelingen en zin kan leiden. Dat is meer hetgene waar ik op doel. Dat zal in een ander opstel aan de orde moeten komen.

Tot zover. Ik hoop hiermee te hebben aangetoond dat HPB’s werk perenniaal werk was en dat het bestuderen van haar werk, zeker wat betreft de grondbeginselen, van groot nut kan zijn bij het verkrijgen van meer begrip van de Perenniale filosofie.

Hier nu nog de beloofde uitleg over het gebruik van het woord ras.

Ras. Het gebruik van het woord ras in de teksten van HPB.

We moeten deze tekst zien in haar context, deze teksten werden geschreven in 1888. Adolfje H. hing nog in het voorgeborchte en werd een jaar later geboren. Het duurde vanaf het schrijven van De Geheime Leer (GL) nog 40 à 50 jaar voordat de betekenis van dat woord een totaal andere inhoud zou krijgen. Een betekenis die totaal tegengesteld is aan de bedoelingen van het schrijven van de GL.

Naar mijn begrip van de bedoelingen van HPB en haar leraren werden deze ideeën over mensheden en rassen naar voren gebracht om een geestelijk en spiritueel tegenwicht te bieden aan het materialistische mensbeeld dat toen als waarheid werd aangenomen door het Darwinisme. De mens zou van de aap afstammen. De GL bracht een heel ander geestelijk, spiritueel mensbeeld naar voren waarin de aap (er was toen een missing link in het evolutie verhaal van aap naar mens) eigenlijk een afstamming was van de mens. Namelijk volgens de GL – en dus volgens de perenniale filosofie - lukt lang niet alles in de evolutie van het bewustzijn en van de mens. Iets wat ieder modern mens niet moeilijk zal vinden te onderschrijven vermoed ik. Maar daarover moet ieder zelf maar eens in de GL duiken.

Wanneer er in de GL over rassen en mensheden geschreven wordt gaat dat in feite over innerlijke, menselijke en spirituele fases van evolutie. Dat wil zeggen, het gaat over de evolutie van bewustzijn die zich toont of representeert in menselijke vorm en menselijk leven zoals wij dat leven. Die fases van evolutie zijn niet bepaald door het uiterlijke fysieke verschijnen van mensen, de GL en daarom ook de perenniale filosofie ziet dit juist andersom. Geest wordt gezien als primair en de fysieke uitdrukking als secundair, als uiterlijke representatie of verschijningsvorm ervan.

Ik wil hier een quote geven die aantoont dat ze het woord ras of wortelras in het begin niet consequent zo gebruikte. Het woord stond voor een mensheid of een mensheidsfase.

Op Blz. 191 (o.e.) van de GL zegt ze dat: “….er mededeling gedaan zal worden over de vorming van de eerste menselijke wezens, die gevolgd werden door de tweede en daarna door de derde mensheid, of zoals ze genoemd worden de eerste, tweede en derde wortelrassen”.

Je ziet hier dat ze het woord ras aanneemt of overneemt.

Nu een quote die laat zien dat het woord en begrip ras door haar anders werd gebruikt dan waardoor velen van ons zo makkelijk in de alarmstand schieten.

Bijvoorbeeld op Blz. 364 Deel 2 (o.e.):…… “De Chinezen, een van de oudste volkeren van ons vijfde ras, maakten er het symbool van hun keizers van, die zo de ontaarde opvolgers zijn van de ‘slangen’ of ingewijden, die over de eerste rassen van de vijfde mensheid heersten”. Voor ons is van belang dat de chinezen hier vijfde ras mensen genoemd worden. Een volk van de vijfde mensheid dus. Dus ook ariërs, het andere woord dat ook wel gebuikt wordt voor de vijfde mensheid. De gehele mensheid van na de zondvloed of de atlantische catastrofe is dus volgens de perenniale filosofie, arisch of vijfde ras of vijfde mensheid.

Nog een laatste argument

De opzet en tekst van de GL is opgehangen aan een aantal archaïsche mythisch en symbolische verzen. Ze vormen het hart van de GL. Het allerlaatste vers is voor dit onderwerp interessant. Het gaat over vlak na die grote catastrofe en het begin van de vijfde mensheid het zegt:

“Weinigen bleven over. Enkele gelen, enkele bruinen en zwarten en enkele roden bleven over. De maankleurigen waren voor altijd heengegaan.”

We zien hier dat over het vijfde, ook wel arische ras genoemd, geen blanken worden genoemd en de vier andere kleuren wel. Met andere woorden, volgens de teksten van HPB is de gehele mensheid, vijfde mensheid of vijfde ras, of evt arisch. Alle kleuren zijn er in vertegenwoordigt. De blanke huidskleur is daarbinnen veel later ontstaan.

Men gebruikte ten tijde van het schrijven van de GL gewoon het woord ras. Dat kan nu niet meer. Dat is begrijpelijk. Ook je gealarmeerd voelen is begrijpelijk. Maar ik wil er hier op wijzen dat daarvoor in de GL en in de perenniale filosofie geen grond voor is.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Cursus Analytisch Idealisme en Esoterische filosofie

Een cursus aan de hand van 11 video’s door Bernardo Kastrup De fysisch/materialistische wetenschap is een grens gepasseerd. Vooral door de quantum (deeltjes) fysica is het voorbij de grens gegaan van wat men materie noemde. Echter dat wat voorbij die grens werd gevonden werd (en wordt) nog steeds benoemd en geduid zoals men dat in het materialistische denken gewend was. Er worden nog steeds benamingen uit de materialistisch wetenschappelijke begrippenkader gebruikt. Bijvoorbeeld wordt het woord deeltje gegeven aan iets dat geen deeltje meer is. Wat betreft het woord golfje blijkt men niet echt uit te kunnen leggen wat er golft. Men zou zichzelf rekenschap kunnen geven van wat er ontdekt is en er de consequenties uit kunnen trekken. Men zou denken en visie kunnen herzien en aanpassen. Dat zou een hele omwenteling van onze visie op de realiteit en de wereld betekenen. Zo’n alternatieve visie kennen we uit niet-westerse culturen maar ook uit westers idealisme en mystiek. Blijven w...

Transhumanisme transformeert de mens niet

De transhumane toekomst is een leugen. Wat transhumanisten transformatie noemen is in feite alleen maar een vermeerdering en uitbreiding van wat mensen zelf al kunnen en doen. Namelijk informatie opstapelen en verwerken, intelligentie vermeerderen en uitbreiden. Wij mensen doen dat in feite al lang, we hebben geleerd dat wie niet sterk is slim moet zijn, en we leerden dat kennis macht is. We concurreren met elkaar en we zijn altijd in een zekere angst dat de ander intelligenter is en meer macht heeft en hoe die dat zal gebruiken. Dit mechanisme breidt zich door de nieuwste ontwikkelingen meer en meer uit. De mogelijkheden worden groter en groter. Dit culmineerde in Informatie Technologie (IT) en Informatie Communicatie Technologie (ITC) en nog meer verder geavanceerde ontwikkelingen. Computers en robots worden alsmaar slimmer en kunnen zich al leren aanpassen en een zelflerend vermogen ontwikkelen. Maar al met al blijft het een uitbreiding en specialisatie van eenzelfde faculteit van d...

Esoterische Filosofie en Analytisch Idealisme

Esoterische filosofie is in het westen in meerdere bewegingen te vinden. In dit artikel kijken we naar het relatief moderne werk van H.P. Blavatsky. We pogen een vergelijking, kritiek en uitwisseling tussen esoterische filosofie en het moderne Analytisch Idealisme in gang te zetten. Hoe vruchtbaar zou een uitwisseling kunnen zijn? Het werk van H.P. Blavatsky (hierna HPB) kan gezien worden zien als een relatief moderne uiting van de esoterische filosofie. In dit artikel gaan we proberen om overlappende aspecten van esoterische filosofie en analytisch idealisme aan te wijzen. Bernardo Kastrup’s (hierna BK) schrijft in zijn boek Brief Peeks Beyond over eenzelfde missie als die van HPB in haar tijd. Bk zegt het op blz 148, meer specifiek op onze tijd gericht zo: "Wanneer de economisch succesvolle en intellectueel invloedrijke elite - een kleine minderheid van de populatie - niet langer in staat is dat succes en die invloed te ontlenen aan het materialisme, zal het paradigm...