dinsdag 30 januari 2018

De verzen van mystieke lering

Over de wording van mens en kosmos

De stanza’s van Dzyan

Dit artikel is een kleine kennismaking met, en een voorproeve van het geheel dat u vindt via de link aan het eind van dit artikel.

Deze stanza’s of verzen verschenen voor het eerst in 1888 toen H.P. Blavatsky ze gebruikte als geraamte voor haar massieve werk ‘De geheime Leer’. Ze beslaan op zichzelf slechts 19 van dit bijna 1500 bladzijden tellende basisboek voor de moderne theosofie.

De herkomst van de verzen is volgens sommige onderzoekers te vinden in de boeken van Lam Rim en Kiu-té van het Tibetaans Boeddhisme die zelf ook weer pré-boeddhistische sporen in zich dragen. Anderen denken dat de bron gezocht moet worden in de Sepher Dzeniouta en de Sepher Yetzirah, onderdelen uit de Zohar en de Joodse kaballah. Blavatsky (hierna H.P.B.) zelf was vooral in de inhoud geïnteresseerd en geloofde dat zowel de Tibetaanse als de Joodse teksten beide eenzelfde mystieke bron hebben.

Vanuit de verzen zelf lijkt het dat ze komen uit een oude onbekende traditie waar leerlingen begeleid worden om kennis en wijsheid op te doen over de wording van mens, aarde en kosmos. Dit gebeurt als een geïntegreerd onderdeel van zelfonderzoek. De mysticus onderwijst de leerling door hem steeds de weg naar binnen te wijzen en zo de eenheid, zowel als de verscheidenheid van alles als zijnde zichzelf te herinneren en te ervaren.

Dit wordt heel mooi weergegeven in het laatste deel van vers 7 in kosmogenesis waar onderwezen wordt over de voortgaande materialisering van leven. Over de geboorte van de mens, zijn goddelijke aard en de pelgrimstocht van de ziel door de gehele schepping waar hij onderdeel van is.

“Dit is uw huidig wiel – sprak de vlam tot de vonk. Gij zijt ikzelf, mijn beeld en mijn schaduw. Ik heb mijzelf in u gekleed en gij zijt mijn voertuig tot de dag ‘Zij met Ons’, waarop gij weer ikzelf en anderen, uzelf en ik worden zult.(…..)”

Uw huidig wiel = kringloop, scheppings tijdperk van nu.

U ziet de verzen zijn in mythische en symbolische taal geschreven en hebben soms een bijzondere schoonheid. Een deel van de verzen gaat over het ontstaan van de kosmos, vandaar Kosmogenesis en een ander deel gaat over de aarde en de mensheid daarop, Antropogenesis.

Er zijn zeven verzen in kosmogenesis, ieder bestaande uit een aantal strofen en antropogenesis heeft 12 zulke verzen met strofen. Hieronder vindt u er enkelen van, soms met een summiere uitleg.

Vers I van kosmogenesis beschrijft de toestand van de kosmische diepe slaap tijdens de kosmische nacht. H.P.B. zegt: “het beschrijft het ene al, gedurende niet bestaan, gedurende niet zijn. Vóór de eerste trilling van wederontwakende openbaring van het universum. Deze toestand kan niet anders verzinnebeeld worden dan door ontkenningen. Het is de toestand van absoluutheid persé en er kan dus geen eigenschap aan toegekend worden.”

Wij in onze tijd denken hierbij aan de niet-tijd van vóór de oerknal.

De nacht van het universum

De eeuwige moeder had, gehuld in haar immer onzichtbare gewaden, wederom gedurende zeven eeuwigheden gesluimerd.

eeuwige moeder = eeuwige ouder of eeuwige vadermoeder, ruimte. Immer onzichtbare gewaden = wortelstof, oersubstantie. Zeven eeuwigheden = 311.040.000.000.000. jaren

De tijd was niet, want lag in slaap, in de oneindige schoot van de duur.

Oneindige schoot/oneindige boezem van de duur = in het eeuwige nu. In ‘niet-tijd’.

Vers II bevat het idee van differentiatie en beschrijft de kosmische droomtoestand. Het zinspeelt op de in duisternis plaatsgrijpende gebeurtenissen a.h.w. ter voorbereiding van de komende dageraad. Hier enkele strofes:

Waar was de stilte? Waar de oren om haar waar te nemen? Neen, er was noch stilte, noch geluid; niets behalve onophoudelijke adem die zich zelve niet kent.

Het uur had nog niet geslagen; de straal was nog niet in de kiem geflitst; de moeder-lotus was nog niet gezwollen.

Vers III gaat over het ontwaken van de kosmos en beschrijft de dageraad van het Heelal na de universele nacht. Het wordt al ochtend maar het is nog nacht. Zij schildert het opduiken van ‘monaden’ uit hun toestand van opgeslorpt zijn in het Ene. De vroegste en hoogste trap in de vorming van ‘werelden’. De benaming monade kan zowel betrekking hebben op het uitgestrekte zonnestelsel als op het nietigste atoom.

Het laatste vibreren der zevende eeuwigheid doortrilt het oneindige. De moeder zwelt, zet uit van binnen naar buiten, gelijk de knop van de lotus.

De moeder = wateren, ruimte.

De wortel des levens was in iedere druppel van de oceaan van onsterfelijkheid. En de oceaan was stralend licht, hetgeen vuur was en warmte en beweging. Duisternis verdween en was niet meer, zij verzwond in haar eigen essentie, het lichaam van vuur en water van Vader en Moeder.

Vuur, warmte en beweging = de ziel of essentie van het fysieke vuur, hitte en beweging. Vuur-water, vader-moeder = goddelijke straal en chaos, geest en stof. De esoterische filosofie onderkent in de grond geen onderscheid tussen geest en stof, of tussen oersubstantie en intelligentie.

Vers VI beschrijft de volgende trappen in de vorming van een wereld en volgt die evolutie tot aan haar vierde grote tijdperk, tot daar waar het overeenkomt met het tijdperk waar wij in ons zonnestelsel en wereld nu leven.

Door de kracht van de moeder van genade en kennis, het drievoud van de logos, vertoevende in de melodieuze hemel van klank, roept de vurige wervelwind, de adem van hun kroost, de zoon der zonen de schijn-vorm van ons heelal en de zeven elementen op uit het grondeloos diep:

De moeder van genade en kennis = Kwan-Yin, goddelijke stem, energie van de logos, scheppingskracht. Drievoud van de logos = moeder, vrouw en dochter = Kwan-shai-Yin. Hun kroost = kroost van het drietal. Ons heelal = Sien-Tchang. Grondeloos diep = Chaos.

De oudere wielen wentelden omlaag en omhoog .... Het kuit der moeder vulde het geheel. Er werden gevechten geleverd tussen de scheppers en de vernietigers en gevechten om ruimte; het zaad verscheen en verscheen telkens opnieuw.

De oudere wielen = voorgaande rondten/werelden. Het geheel = kosmos. Zaad = wereld-kiem, super subtiele stof, oorspronkelijke stof, geestelijke deeltjes, goddelijke deeltjes, Higgs deeltje?

Antropogenesis Nu verder met enkele verzen over de aarde en de mens. Volgens deze mystieke leer lijkt de natuur al tastend en zoekend te evolueren. Er wordt verhaalt over het ontstaan van de aarde en de mensheid hetgeen volgens deze verzen een aantal keren mislukt. Het blijft spannend tot in onze huidige tijd toe hetgeen menig modern mens zal beamen.

Het gaat over het begin van voelend leven en over hoe de natuur van de aarde zonder hulp en invloed van de zon en andere planeten faalt. Over de pogingen van de natuur een mens te creëren, het ontstaan en de evolutie van de eerste mensensoorten en rassen (het woord ras had 130 jaar geleden niet de lading van nu). Over het weigeren van bepaalde schepper-goden om hun aandeel te leveren waardoor er een soort van zondeval plaatsvond die monsters schiep: “een ras van kromme met rood haar bedekte monsters, lopende op alle vier. Een stom ras ten einde de schande verzwegen te houden”.

Vers l Over het begin van voelend leven. Strofe 4 gaat over de transformatie van de aarde:

Na hevige weeën wierp zij haar oude drie huiden af en trok zij haar zeven nieuwe aan en stond in haar eerste.

Weeën = grote geologische veranderingen. Oude drie huiden = van de eerste drie tijdperken. En stond in haar eerste = eerste van de zeven nieuwe. Huiden zijn bekleedsels, vormen van aardeleven die worden afgeworpen zoals een slang haar oude huid afwerpt.

Er wordt verhaalt over een derde, een vierde en een vijfde mensheid en over Hyperborië, Lemurië en Atlantis.

Vers lX Hier komen de weigerende goden/scheppers tot inkeer en boeten voor hun verzuim:

Dit ziende, weenden de geesten, die geen mensen gebouwd hadden, zeggende:

“De redelozen hebben onze toekomstige woningen bezoedeld. Dit is karma. laten wij in de andere wonen. Laten wij hen beter onderrichten, opdat er niets ergers geschiede”. Zij deden het....

Toen werden alle mensen met denkvermogens begiftigd. Zij zagen de zonde van hen die geen denkvermogen hadden.

Dit ziende = de zonde bedreven met de dieren. De geesten = de zonen van wijsheid. Die niet hadden gebouwd = die hadden geweigerd te scheppen. De zonde = “de val”.

Tot zo ver deze kleine proeve. Waarlijk archaïsche en symbolische taal vindt u niet? Benader ze niet met alleen logica, neem ruimte en tijd en let meer op wat het je doet.

Een kleine beschouwing

Hoe het komt dat moderne wetenschap esoterische kennis bevestigd is een interessante vraag. We kunnen slechts het feit constateren dat bepaalde moderne wetenschappelijke onderzoeken op hetzelfde spoor zitten. We kunnen veronderstellen dat hoe dichter ze bij de werkelijkheid komen hoe meer overeenstemming er zal zijn.

Op de vraag wat tijdloze wijsheid ons juist nu te bieden heeft zal eenieder individueel een antwoord moeten vinden. Tijdloze wijsheid is tegenover ieder tijdperk en cultuur dezelfde en heeft naar alle tijden en culturen dezelfde boodschap. De eeuwige wijsheid geeft (eeuwig en) altijd hetzelfde antwoord. Ze zegt eigenlijk: kom tot mij. Laat de illusoire wereld voor wat die is en realiseer je je ware aard en werkelijkheid. Ze spreekt uiteraard de mystiek en spiritueel gevoeligen onder ons aan. Ze roept op tot altruïsme en het opgeven van het ego. Ze inspireert tot disidentificatie met je nationaliteit, je ras, je cultuur, je godsdienst, je geslacht, tot het opgeven van grenzen, ja van alles dat tot conflict kan leiden, alles dat begrensd of beperkend zou kunnen zijn.

De materialistische wetenschap van anderhalve eeuw geleden en de toenmalige dogmatische godsdienst riepen als het ware deze tegenbeweging op. H.P.B. en haar leraren werden er toe bewogen de theosofie in de moderne tijd opnieuw tot leven te brengen. De keuze van de verzen zal zeker ook tegen die achtergrond gemaakt zijn. Ze wilden aantonen dat ook met innerlijk onderzoek en een andere denkwijze tot resultaten gekomen kan worden die overeenkomen met onderzoek middels microscoop en telescoop. De astrofysiciste Giuliana Conforto wijst in deze tijd op die mogelijkheid en wenselijkheid. Ze kritiseert de houding van de huidige wetenschappers en volgt voor haarzelf zowel de rationeel wetenschappelijke weg als de alternatieve intuïtieve weg. Zij pleit voor een andere omgang met, en een andere kijk op de wetenschappelijke feiten. Ze maakt verbinding met de oude wijsheid en met de vroegere wijsbegeerte van bijvoorbeeld Ptolomeus maar leert ook van Leibniz en Giordano Bruno. Zie de linken onder dit artikel. Ook H.P.B. wilde de westerse wereld duidelijk maken dat andere en oude culturen grote geestelijke hoogten kenden waar het westen in haar woorden, ‘zich aan zou kunnen laven’. De tijdloze wijsheid inspireerde haar tot acties die we tegenwoordig niet meer zien bij de theosofen, de holisten en de nieuw spirituelen. Namelijk openlijke godsdienstkritiek. Door het vermijden van confrontatie en strijd zien we momenteel vanuit de spirituele en esoterische bewegingen geen godsdienstkritiek op het huidige dogmatische monotheïsme dat toch evenzeer de vrije geestelijke ontwikkeling van velen gevangen houdt.

De eeuwige pelgrim

“Pelgrim is de benaming voor het ‘onsterfelijke en eeuwige beginsel in ons’, zij is een onderdeel van de universele geest waaruit zij voortkomt en waarin zij aan het eind van de cyclus weer wordt opgenomen.” Je kan zeggen dat het hier gaat over ‘de pelgrimstocht van de ziel’. De mystieke leer wijst op de fundamentele eenheid van alle bestaan. Ze verschilt daarin met het holisme dat uitgaat van een harmonische verbinding van alle verschillende bestaansvormen. Fundamenteel is er één zijn, stelt de esoterische filosofie en laat hier logisch de gelijkheid van alle zielen met een universele overziel uit volgen. Dit is een uitgangspunt dat voeding geeft aan het streven naar eenheid en aan collectivistische opvattingen over te volgen ontwikkelingen in de maatschappij van vandaag. Het voedt universalisme, kosmopolitisme, globalisme en de ‘weg met alle grenzen’ beweging. In de grondstellingen van deze filosofie vinden we echter evenzeer voeding voor de opvatting van individuele vrijheid en verantwoordelijkheid. De tijdloze wijsheid blijkt ogenschijnlijk aan elkaar tegengestelde waarden te omvatten.

In een van de grondstellingen vinden we deze zin: “Geen enkele ziel kan een onafhankelijk bestaan hebben als die niet eerst individualiteit verkregen heeft, door zelfveroorzaakte en zelfontworpen pogingen is heen gegaan om zich zo te ontwikkelen en haar plaats in te nemen in de ene grote levende beweging.” Hier wordt individualiteit, zelf veroorzaking en zelf ontwerping genoemd in plaats van zelf opheffing en wordt gewezen op de verantwoordelijkheid van ieder individu. Daar is een proces van individuatie voor nodig, een zelfwording, een volwassen ego en een gezond ik.

Nogmaals gezegd, inspiratie uit die tijdloze wijsheid voor dit tijdsgewricht zal ieder individu voor zichzelf moeten ontdekken. Voor mij, schrijver van dit stuk ligt dat in de lijn van Blavatskys leven. Praktisch bezig zijn met innerlijk werk naast strijden tegen het monotheïsme. Ik vind het spijtig dat de nieuw sprirituelen nog het huidige monotheïsme van de islam bestrijden, nog de nieuwe kerk van de progressief humanistische goedmensen. Wijzen op het mystieke hart en de daaruit volgende eenheid van alle godsdiensten lijkt mij niet voldoende.

Voor de volledige tekst van deze verzen klikt u hier.

Een interview met Giuliana Conforto vind u (klikken) hier. De vragen zijn in Duitse tekst gesteld maar ze beantwoordt ze in het Engels.

Hier een tweede interview met haar, nu afgenomen door Dagmar Neubronner. Een gesprek in het Engels, klik daarvoorhier.

Geen opmerkingen: