maandag 18 augustus 2014

Bezorgd (3) Waar maak ik me druk om

Jongen waar maak je je toch druk om. Ik vind eigenlijk toch wel dat je een Islam preoccupatie hebt, het is zo overheersend in je stukken. Misschien toch iets van islamofobie? Waar ben je toch bang voor, denk je nou echt dat de Islam hier de baas wordt? En waarom zou je daar zorgen over hebben, culturen verschijnen en verdwijnen, overal komt een eind aan ook aan onze cultuur. Wat maakt het uit welke naam het beestje krijgt, het gaat om het innerlijke leven. In een ander jasje kan ik ook goed leven, ik maak me geen zorgen. En wordt het niet tijd voor een fundamentele verandering na 2000 jaar? Hebben we met onze materialisme en egoïsme niet al genoeg puurs en authentieks kapot gemaakt op deze aardbol?

Dat is wat ik regelmatig te horen krijg, laat ik eens proberen een antwoord te geven.

Het is vanuit mijn achtergrond dat ik me bezig hou met de zogenaamde drie I’s. Immigratie, integratie en Islam. Mijn achtergrond is die van een soort van ex hippie, ex yogaleraar, ex vormingsweker en ex theosoof. (Gezien mijn leeftijd nog veel meer ex’en, steeds meer tot ik zelf ook ex ben, maar dat terzijde.) Vanuit die idealistische en positief romantische visie en zonder een sociale academie of een universitaire opleiding in een van de menswetenschappen zoals mijn omgeving, lagen en liggen politiek, economie en sociaal maatschappelijke visies vanuit het Marxisme voor mij te ver weg. Mijn omgeving is anti kapitalistisch, en anti westers over het algemeen. Dat realiseer ik me nu. Vroeger was ik ook zo, ik ging mee met de grotere progressief humanistische stroom, had zelfkritiek en kritiek op mijn cultuur, onze cultuur.

Toen in het midden van de 80er jaren artikel 1 van de grondwet werd geformuleerd was ik blij en trots dat het er kwam, ik wees mensen er op hoeveel het leek op het eerste doeleinde van de theosofische vereniging. Het was alsof dat eerste doeleinde ‘universele broederschap der mensheid, zonder onderscheid van ras, geloof, geslacht, kaste of huidskleur’, na iets meer dan 100 jaar in de maatschappij werd geïncarneerd, als artikel 1 van de Nederlandse grondwet nog wel, was dat niet geweldig. Pas de laatste jaren leerde ik dat het in de praktijk vooral de Kantiaanse universele ‘alle menschen werden bruder’ gedachte was die dit veroorzaakte. De invloed van theosofie en later de New Age zal wel mooi meegenomen zijn maar of die cruciaal was? Dat moet iemand anders maar eens uitvlooien.

Hoe dan ook broederschap en het tweede doeleinde van de theosofie, de vergelijkende studie van godsdiensten, wijsbegeerten en wetenschap, met als onderliggend doel de onderliggende eenheid van alle culturen aan te tonen pasten precies in die maatschappelijke stroom die men ook wel ‘cultureel marxisme’ noemt.

Vanuit deze achtergrond was ik pro-oosters en antiwesters. Ik was anti nationalistisch en tegen een etnische of nationale identiteit, ook tegen een identiteit vanuit een bepaalde godsdienst. Dat zag ik allemaal als beperkingen, als conditioneringen waar ik vanaf moest. Daar werkte ik aan in mezelf en dat heeft me goed gedaan, daar niet van maar wat ik niet zag was dat ik een projectie had naar niet-westerse culturen. En ik niet alleen, ik zie dit in overvloed aanwezig in onze maatschappij. Af en toe denk ik dat men mij en mijn medecritici zo gemakkelijk een xenofobie of Islamofobie toedicht omdat zij dat doen vanuit een Oikofobische trek in onze cultuur, vanuit een afkeer van het eigene. Iets wat ik zelf in ieder geval herken en erken.

Het universele broederschap-project

Wij zijn in enkele eeuwen door veel moeilijkheden heen toegegroeid naar een universeel broederschap-project. Nationale identiteit, religieuze identiteit, etnische identiteit dat alles de wereld uit lijkt het motto en wel om te beginnen uit Nederland en Europa. Het Hollanditis uit de tijd met de kruisraketten steekt hier weer de kop op. Wat door die positieve projectie toegedekt wordt is de onderdrukking van de eigenwaarde en de gelijkwaardigheid die nodig is voor zo'n project. In gelijkwaardigheid namelijk zou je van een ander niet alleen vragen maar ook af spreken dezelfde doelen en uitgangspunten te onderschrijven. Maar door de verblinding die optreedt met die zelfontkenning van je eigen waarden gekoppeld aan het positieve beeld van de niet westerse binnenkomer, zien we niet wat hun plannen en intenties zijn. Dat willen we dan niet zien, we willen er niet naar vragen, er niet kritisch over zijn want dan zijn we arrogante en hypocriete westerlingen. We zijn toch al zo slecht, laten we ons nou eens van onze goede kant laten zien en open, onbevooroordeeld en tolerant zijn.

Als er door zogenaamd kritische Nederlanders gezegd wordt, we vragen van jullie inzet, dat je meedoet. Waar gaat dat dan over? Over werk, over je aan de wet houden. Verder niks, want dat zou niet open en tolerant en niet vrij zijn. Vrijheid en openheid is wat ons gebiedt om geen eisen te stellen want dan zouden we ontrouw zijn aan onze eigen uitgangspunten. Wat er dan overblijft is hopen en vertrouwen op de redelijkheid en de intrinsieke goedheid van de mens en dus ook van de binnenkomers. Dat klopt helemaal met onze eigen idealen en uitgangspunten. 'Goed voorbeeld doet goed volgen' houden we stug vol en binnen een generatie zou het dan goed komen. Dat is dan nu drie generaties en misschien moeten er nog een of twee aangeplakt worden; maar het zal goed komen.

Positieve projectie en haar averechtse gevolgen voor het project

Onder positieve projectie versta ik niet goede projectie als tegenover negatieve projectie. Projectie hangt m.i. altijd samen met onderdrukking. In het negatieve zelfbeeld dat de westerse mens van zichzelf heeft is het positieve onderdrukt of ontkent. Dat wordt nu geprojecteerd op de anderen, de niet westerse culturen en niet te vergeten op hun leden. We stellen ons zo open mogelijk op, hebben kritiek op elkaar omdat we dat nog niet goed genoeg doen, we willen veel van de anderen leren, we moeten vooral ook luisteren en niet betweterig en arrogant zijn enz.

Ik vind dat een scheve verhouding, een ongelijkwaardige verhouding. In het universele broederschap-project dat we zijn begonnen zonder ons dat goed te realiseren zou gelijkwaardigheid een uitgangspunt moeten zijn lijkt me. Maar ondertussen wordt het vooroordeel van de niet-westerse immigrant dat hij in het materialistische westen terecht gekomen is waar hij zijn rechtmatige welvaartsaandeel kan komen opeisen, vanuit ons negatieve zelfbeeld en valse schuldgevoel bevestigd. Zijn aanname dat hij weliswaar geen materiële welvaart te brengen heeft maar wel menselijke beschaving en innerlijke geestelijke cultuur wordt eveneens vanuit ons zelfbeeld bevestigd. Zijn eventuele beeld dat wij egoïstische materialisten zijn bevestigen wij ook graag, dan zijn we goed zelfkritisch bezig.

Geen wederkerigheid vragen

Een open universele tolerante cultuur opbouwen houdt in dat je die open en tolerant neerzet, dat je niets vraagt. Geen wederkerigheid vragen op het gebied van cultuur, godsdienst, identiteit en universele waarden. Zo wil althans het voornaamste denkbeeld dat de gemiddelde Nederlander hierover heeft.

En hier kom ik weer terug op mezelf. Door mijn positieve projecties op en verwachtingen van niet westerse immigranten ben ik van een kouwe kermis thuis gekomen om het maar eens in de woorden van mijn ouders te zeggen. Ergens ben ik ontzettend afgeknapt op die nieuwe medelanders, ze voldeden/voldoen totaal niet aan mijn positieve verwachtingen. Eigen schuld natuurlijk, had ik maar niet zo naïef, positief religieus romantisch moeten zijn.

Tegenwoordig ben ik bezorgd, zeer bezorgd en soms gedreven inderdaad, door mijn omgeving gekenschetst als ‘me druk maken’. Het gaat over een voor mij oud en diep, prachtig ideaal. Universele broederschap. Let wel, broederschap zonder onderscheid van ras, geloof, kaste, kleur, geslacht enz. zoals het vroeger heette. We vragen niets aan mensen die juist wel op grond van ras, kleur, geloof en cultuur broederschap willen. Want ja, alle culturen zijn gelijk.....en hier zit 'm de crux. Ik ben bezorgd over een ideaal dat door naïviteit in het tegengestelde dreigt te vervallen en waartegen het bedoeld was nl. apartheid en etnische spanningen. Ik maak me druk om de fout die we daar gemaakt blijken te hebben en die men maar niet wil inzien.

Ik vind het ontzettend spannend allemaal. Hoe zal het mijn kleinkinderen straks vergaan. Wat ik zie is hoe er heel erg weinig integratie plaatsvindt. Hoe er segregatie ontstaat door onze eigen naïviteit, oftewel apartheid het enige internationaal bekende woord uit de Nederlandse taal (naast Cruijff). Vroeger hadden we hier een zuilenmaatschappij. Maar dat was een interne aangelegenheid van verwante zielen binnen een cultuur die hun onenigheden op die manier oplosten. Nu gebeurd er heel iets anders. Ik voel mijn bezorgdheid al heel lang. We hebben plaats geboden aan culturen met tegenovergestelde waarden als die van ons. Domme naïeve positiviteit vind ik het achteraf. Ik reken dit mezelf aan, ik heb er flink aan meegedaan. Maar ik ben omgedraaid, meerdere malen in mijn leven. Eerst 180 graden. Daarna weer, dus toen was ik weer terug bij af. Daarna opnieuw 180 graden. Samen al 540 graden gedraaid, dus ik snap wel dat ik druk overkom.

Ik kritiseer mezelf niet meer op ‘negatief denken’ om later te ontdekken dat ik potverdomme gelijk had.

Ik maak me druk en ik vind dat heel goed. Moet u ook doen.

Naschrift op 3 September

Op 2 september gisteren, plaatste Dirk-Jan van Baar op DDS een artikel over dit onderwerp. het staat in tegenstelling tot mijn stukje in een meer maatschappelijke en politieke context. U leest het hier.

De laatste alinea ervan neem ik hier over:

De enige uitzondering op deze universele regel zijn de Joden. Zij waren altijd al eigenwijs, intellectueel, hoogbegaafd, tot abstracte ideeën geneigd, elitair, kosmopolitisch, weinig vaderlandslievend, zelfkritisch en zelfverloochenend (assimilatie), en hebben nu, nadat zij bijna vernietigd waren en wereldwijd in de verdrukking zitten, met Israël een eigen staat. Weg met ons kunnen zij zich minder dan wie ook permitteren.

Ik kan niet precies weergeven wat van Baar bedoeld met die 'universele regel', u begrijpt het wel wanneer u het artikel leest. Ik heb wel een reactie op die alinea. Van Baar noemt verschillende universele eigenschappen van de Joden. Wat hij niet noemt is dat de Joden een heel duidelijke identiteit hebben. Een identiteit die uniek is en afzonderlijk van de andere volken, een identiteit die wortelt in hun religie en daarmee in het metafysische, het gaat boven het gewone persoonlijke uit. Van daaruit hebben ze een eigen (heilige) taal. Ze bewaren hun etniciteit, hun cultuur, hun tradities die als identiteits-ankers werken. Er zijn veel Joden die dat loslaten en assimileren maar genoeg andere Joden en daarmee het Jodendom zelf assimileerde nooit en zal het - zo lijkt het- ook nooit doen. Vergelijk dat eens met ons Nederlandse volk en cultuur. Wij bestaan nog geen 700 jaar, en over 300 jaar zijn we er niet meer. De gemiddelde Nederlander haalt daarover zijn schouder op. En dat is denk ik precies het punt. Ik denk zelfs dat er meer Nederlanders zijn die er voor zijn dat het Jodendom en Israël blijven bestaan dan dat ze zich druk maken over hun eigen bestaan als land en volk.

Dit geeft te denken over zelfopheffing versus assimilatie maar dat is misschien iets voor een ander stuk.

P.S.

Hier spreekt een mevrouw die zich in mijn ogen 'fantasties' druk maakt, daar kan ik niet aan tippen.

Geen opmerkingen: