maandag 1 augustus 2011

Ik ben nog niet helemaal boven maar ik kan al wel wat zien

(Opstel nr. 11)

En over wat ik terugkijkend naar het dal kan zien, doe ik nu alvast maar verslag. Ik weet niet hoeveel hoger ik nog kom. Ontegenzeggelijk zal ik alles weer beter en anders zien als ik daar aangekomen ben. Bij leven en welzijn en met nog genoeg goesting zal ik dan beslist het een en ander terugnemen of herzeggen.

Ik begin nu te zien hoe er werkingen van de tijdgeest zijn. Reacties op posities, inzichten ideologieën en stellingnames en daar weer reacties op. Acties en reacties. Overigens is dit de betekenis van het woordje karma. Dat woord hoeft helemaal niets zweverigs in te houden.

Voor het vullen van mijn denkraam is de theosofie een van de leveranciers geweest. Ik wordt me daarvan sinds de vraag daarnaar door een van mijn vroegere kennissen, steeds meer bewust. Ik werd officieel lid van die vereniging in 1967 en was er tot halverwege de 70 er jaren in actief. In de 80er jaren werd ik steeds meer een slapend lid en rond ’90 stopte ik mijn lidmaatschap. Ik zie nu dat het een van de voedingslijnen was van wat tegenwoordig de perennial philosophy of eeuwige wijsheid wordt genoemd. Over die filosofie en de invloed daarvan ben ik van plan meer te gaan nadenken en schrijven. Maar ik kijk nu eerst nog even terug naar mijn ervaringen in de 60er en 70er jaren. Het begint me nu pas te dagen dat er overeenkomsten waren met Marx, met socialisme en communisme. In die tijd zag ik dat niet. Ik heb me nooit gerealiseerd dat Marx en Blavatsky tijdgenoten waren. Marx leefde van 1818 to 1883, en Blavatsky van 1831 tot 1891. Dat ze elkaar kenden of ooit ontmoet zouden hebben, daar heb ik nooit iets van gehoord.

Ze leefden beiden in de tijd van een grote, revolutionaire en een voor die tijd vooral spectaculaire technologische vernieuwing, van industrialisering en wetenschappelijke vooruitgang. Beiden reageerden daarop. Van Marx weet ik erg weinig maar ik zie als leek naast de grote verschillen toch wel enige overeenkomsten met H.P. Blavatsky. (vanaf nu: H.P.B.) Het is een beetje wrang eigenlijk. Marx als materialist die met zijn ontkenning van god en de ziel samenvalt met de boeddhistische en theosofische opvatting van de illusie van het ik. Waar dit dan in samenvalt is in een collectivisme. Het ik ondergeschikt aan het geheel, het individu ondergeschikt aan de gemeenschap. Overigens is dat anti ik of anti individualisme iets wat je in iedere godsdienst terug vindt. Heel merkwaardig, precies dat waar Marx zijn pijlen op richtte, de religie als opium van het volk, was als collectivisme in het communisme sterk terug te vinden. Verdoofde en doodse mensenmassa’s hebben we in de communistische landen kunnen zien. Niet verdoofd door opium, noch door godsdienst maar verdoofd door het verdoven van, bijna het doden van de individuele ik impuls en van het kritische denken. Vanuit een hele andere achtergrond en met hele andere bedoelingen droeg H.P.B. een nieuwe impuls bij aan de strijd tegen het ik en het denken. Het ik en het denken samen werden gezien als ‘de doder van het werkelijke’, zoals in nagenoeg alle mystiek spirituele stromingen het geval is. Maar niet echt in alle mystieke scholen, daarop wil ik later een keer terugkomen.

In 1875 richtte H.P.B. samen met anderen de theosofische vereniging op. Een andere keer zal ik misschien ingaan op de doelstellingen die toen geformuleerd werden. Ik wil nu de aandacht richten op de aanleiding. Die werd namelijk ook door haar gevonden in die technologisering en het wetenschappelijke succes. Enerzijds vooral om het materialisme en de overmoed die daarover in die dagen bestond. Men dacht dat men nu alles wist. Dat men ‘klaar’ was met uitvinden. Dat er verder niet veel meer te ontdekken zou zijn. Met het oprichten van de theosofische vereniging wilde men een spirituele impuls geven om die materialistische en wetenschappelijke domheid en hoogmoed te bestrijden. Anderzijds wilde men de beperkende, dogmatische godsdiensten van toen bestrijden die als geest- en spiritualiteit dodend gezien werden. Zij wilden dat geestelijke en spirituele leven een nieuwe inspiratie geven. Die inspiratie kwam wat H.P.B. persoonlijk betreft uit het oosten en ze lag daarom ook steeds met de oriëntalisten van toen in de clinch. Ze verweet hen arrogantie, domheid en vooringenomenheid.

Koet Hoemi

Koet Hoemi, was een ‘meester’ uit India. Of Blavatsky deze K.H. uit haar duim zoog zoals sommigen beweren is voor ons nu niet van belang. Alles wat aan hem werd toegeschreven komt dan nl. automatisch op haar conto/vruchtbare duim te staan. Dat maakt wat de inhoud van de tekst betreft niets uit. Overigens hebben knappe speurders eens beweerd dat die betreffende meester in het midden van de 19de eeuw aan een Duitse universiteit studeerde en ook op andere plaatsen in Europa gesignaleerd werd. Hij was dan kennelijk in een of andere rijke familie geïncarneerd om in het westen studerend daar eens zijn licht op te kunnen steken. Nou ja, vraagtekens met vraagtekens, rare luitjes die meesters. Maar voor mij nu interessant; hij zou dan dus met het Marxisme in aanraking gekomen kunnen zijn. Ik moet dit heel netjes ‘erg speculatief’ noemen van mezelf natuurlijk. Toch meen ik iets te zien hier en zoals ik in het begin van dit stukje al zei, daar wil ik verslag van doen. Lees bijvoorbeeld eens wat deze Koet Hoemi in een brief in 1882 schreef:

“Onwetendheid deed goden ontstaan en maakte handig gebruik van de gelegenheid. Kijk naar India en kijk naar het Christendom en de Islam, het Judaïsme en het Fetisjisme. Door priesterlijk bedrog werden deze goden als schrikwekkend aan de mens voorgesteld; religie maakt van hem de zelfzuchtige dweper, de fanaticus die alle mensen buiten zijn eigen sekte haat zonder hem iets beters of moreel meer hoogstaands voor terug te geven. Het is het geloof in god en goden dat tweederde van de mensen tot slaven maakt van een handvol die hen bedriegen onder de valse pretenties ze te redden.”

Even verderop in die brief:

“Twee duizend jaar lang heeft India gezucht onder het gewicht van het kastenstelsel, brahmanen alleen gevoed met het goede der aarde en tegenwoordig snijden volgelingen van Christus en Mohammed elkaar de kelen af uit naam van en tot meerdere glorie van hun respectievelijke mythes”

Dan zegt hij dat menselijke ellende nooit zal verminderen totdat:

“het beter deel van de mensheid de valse geloven vernietigt in naam van waarheid, moraal en universele liefdadigheid”

Nou, dat zouden toch best eens woorden kunnen zijn van een Indiasche student die net een college Marxisme achter de rug heeft? Daarnaast valt op dat het een veel kritischere en strijdbare houding naar de religies en godsdiensten toe weergeeft dan we nu, meer dan 125 jaar later van de ‘nieuwe spirituelen’, die ik als de hedendaagse erfopvolgers van H.P.B. zie, kan constateren. Precies zoals de socialistische kleinkinderen van Marx in het huidige links politieke kamp daar tegenwoordig ook geen enkel spoor meer van tonen tegenover de huidige opkomende godsdienst, de Islam. Dat was vroeger tegenover het Christendom en Jodendom wel anders....

Het lijkt wel alsof zowel de nieuwe spirituelen als de socialisten allemaal een zekere lievige softheids-procedure hebben ondergaan. De heldere kritische oordelen van nog Marx nog Koet Hoemi zijn daar tegenwoordig terug te vinden. Of zou het niets met lievigheid en softheid te maken hebben maar zijn zij degene die aan Islamofobie lijden i.p.v. de Islamcritici?

Ik denk van wel.

Maar misschien gaat het veranderen en is er enige verandering op komst?

Geen opmerkingen: