dinsdag 23 augustus 2011

De geliefde en het doden van de medemens.

Ja wat een titel hé. Dat kan helemaal niet in een zin, tenzij het een thriller met romantische inslag zou betreffen. Maar dat is niet zo.

De Geliefde, is de titel van een boek geschreven door Anol Berg. Te bestellen via deze link: http://shop.boekenbent.com/
en kost € 7,50

De tekst op de achterflap is als volgt:

Ik ben van alle tijden, zonder begin. Wie mij liefheeft in waarheid gaat nooit verloren. Hoe zou in mij iets verloren kunnen gaan daar met mijn Al ik het omvat. Waar zou het heen moeten dan hier het thuis. Wat zou het vinden in het daarbuiten? Ik ben jou, en met jouw Al omspan je mij. Geliefden in een verstrengeling, in liefdes genot tijdloos.

De ondertitel is: ‘Een oproep tot verantwoordelijkheid’.
En dat is het ook werkelijk. Het boek spreekt je aan op het niveau van je weten en geweten. Ik heb het boekje in een ruk uitgelezen. Het heeft iets zeer pakkends en boeiends doordat het zo recht uit het hart, recht uit de ervaring en gemeend en betrokken geschreven is. Daardoor las ik gewoon dwars door de taalfouten heen. Die staan er nl. ook in. Anol Berg is zich hier zeer wel van bewust maar kwam tot het besluit om niet verder meer te schaven en te verbeteren aan de tekst. Het gaat om de inhoud. En zo is dat. Het is puur, ruw en ongeschaafd geschreven. Mocht er ooit een beter geredigeerde versie verschijnen (en dat is het zeker waard) dan ben ik blij dat ik deze eerste originele versie in mijn bezit heb. Tot zo ver over het boek, De Geliefde.


Naar aanleiding van dit boek kwam ik met Anol Berg in contact over de inhoud. Er ontspon zich een uitwisseling en discussie. In ons mailcontact hadden we het op een bepaald moment over Erik van Ruysbeek, een Belgische mysticus waarover ik Anol een interview gestuurd had, en over de Abt Notker Wolf, de abtprimaat van de Benedictijner orde die het boek schreef: “Waarop wachten wij”.
Enerzijds Van Ruysbeek een mysticus die helemaal opgaat in de essentie van het bestaan en bijzonder weinig actieve bemoeienis met de wereld en het maatschappelijk sociale leven lijkt te hebben tegenover anderzijds Notker Wolf die in vergelijking daarmee een en al werelds engagement ten toon spreid. Twee kanten van christelijke praktijk.

Hierover volgt nu een quote uit Anol Bergs tekst:

“(.....) die me daarmee voor een vraag stelt. De cruciale vraag altijd voor wat mij betreft, en die nu dus ook weer tegenover Notker bij me opkomt :
Hoe kan hij , wil hij, functioneren in een systeem, de Christenheid , dat het doden van de medemens legitimeert, ja haar eigen lidmaten wanneer de politiek daartoe oproept, uitlevert? Ik heb in mijn boekje daar geen misverstand over laten bestaan, hoe ik daar over denk. Hoe denkt hij daarover; maar vooreerst, hoe jij ? (Remember Blavatsky tegenover Garibaldi)


Ik doe je een voorstel. We schrappen, de Mix, de Groei, of schorten ze op; we schrappen de dualiteit en gaan in op dit vraagstuk. Ik schreef je al over 'het trekken van de zaak in het fundamentele vlak'. Voor mij, voornoemde kwestie wel de meest fundamentele van al. Ze bracht me bij de Jehova 's Getuigen, nou, en dat zegt nogal wat. Daarover dus, rustig aan de posities verkennend welke beiden wij op dit punt innemen. Ik heb me niet ingegraven in mijn opstelling ten aanzien van deze kwestie, ik laat de geest waaien, en luister. Hoe schoon waait hij, die geest. Hoe hart verheffend. Je dienaar”

Hier komt dus het waarom van het tweede deel van de titel van dit stuk aan de orde. Het doden van de medemens. Hoe denk ik daarover?

Ja, daar vraag je me wat. Het spijt me maar ik heb daar heel verschillende gedachten over. Tegengestelde gedachten zelfs.

1) Ik kan en wil een medemens niet doden, ik snap dat het niet mag van de wet. Goed dat die wet er is en dat die gehandhaafd wordt.

2) Ik begrijp dat er gedood wordt, ik kan me voorstellen dat ik het in bepaalde gevallen ook zou doen, als ik er niet te bang, te onzeker en misschien wel te laf voor ben.

De tijden dat ik in mezelf moordlustige razernij voelde liggen al lang achter mij. Dat wil zeggen in tijd. Of ze in kwalitatieve aanwezigheid ook zo ver weg zijn zou ik niet durven zeggen. Nog heel regelmatig heb ik vreselijke gewelddadige en vernietigende agressieve fantasieën. Vooral als ik geweldsmisbruik zie, of er van hoor en het voor me zie. Of als ik dreiging of gevaar voel. Het zijn bloeddorstige gedachten en fantasieën, ik voel en heb geen wens zo iemand ook werkelijk te doden. Ik leef het niet uit. Ik denk ook niet dat dat ooit zal gebeuren. Althans dat hoop ik. Maar ik kan me voorstellen dat er meerdere mensen in gevangenissen zitten die dat ook van zichzelf dachten en ‘het niet zo bedoelden en wilden’ maar het desalniettemin deden. En de dader is de dader en die is de schuldige nietwaar? Dus ik heb hier over mezelf geen hoogstaande illusies Anol. Ik leef niet een leven van een geladen bom, verre van dat, vaak voel ik me vredig en gelukkig. Maar volledig ‘uitgezuiverd’ ben ik ook niet en een ongeluk zit in een klein hoekje. Maar goed, dit is even een kleine opening van innerlijke zaken, van agressie en geweldszaken dus.

Bij jou lijkt dit onderwerp in een iets grotere algemene context te staan. In jouw hierboven aangehaalde tekst zeg je:

“Hoe kan hij, wil hij (Notker Wolf) functioneren in een systeem, de Christenheid dat het doden van de medemens legitimeert, ja haar eigen lidmaten wanneer de politiek daartoe oproept, uitlevert?"

Je stelt het hier heel retorisch. Het kan volgens jou helemaal niet. Begrijp ik dat goed? Als hij dat doet dan is hij (en de hele Christenheid) de naam van Christus niet waardig. De ware Christen zou zich afwenden van oorlog en geweld, meen ik als jouw mening aan te voelen. Hebt uw vijanden lief en keert de andere wang toe.

Zo denk ik niet. Ik denk dat de zich christenheid noemende culturen recht hebben op agressie en oorlog, zoals alle anderen en zich desondanks christelijk mogen noemen. De christelijke culturen zijn immers gestoeld en geïnspireerd door en op Jezus Christus en dat al eeuwen lang. Duidelijk niet door Boeddha, Confucius of Mohammed, dat zou een heel andere cultuur hebben opgeleverd. Je moet niet vergeten dat we te doen hebben met gewone mensen. Met gelovigen. Mensen met gezond boeren verstand, die waar het verstand niet meer toereikend is het dan maar geloven. Er zijn weinig mensen met kennis, kennis in de zin van gnosis, er zijn weinig mensen met ervaring zoals bijvoorbeeld Erik van Ruysbeek en (hoe verschillend van hem ook) zoals jij.

Moest de christenheid beperkt blijven tot de eerste groep van 'ware christenen', die die naam ook werkelijk verdienen,en had zich daarnaast geen exoterisch werelds christendom ontwikkelt, dan had er überhaupt geen christendom bestaan. Zoals er nu ook geen Katharen meer zijn.......

Passief en actief martelaarschap

Nog even terug naar mijn meer persoonlijke reacties en gevoelens hierover.

Ik begrijp en zie in dat ik met mijn emotionele reacties bijdraag aan geweld en oorlog. Ik moet me niet in laten zuigen in agressie, niet laten verleiden tot agressie en vernietiging. Dan ben ik er deel van en breidt ik het mee uit.

Ik vraag me echter af, wanneer ik er in zou slagen niet agressief te reageren, of dat dan niet zou komen uit angst, verdoving en innerlijke bevriezing als overlevingsstrategie in plaats van uit innerlijke groei en transformatie. Dat zou moed en waardigheid vergen. Heb ik dat wel? Dus is het misschien niet eerlijker en waarachtiger voor mij om de strijd aan te gaan. En ja, dan vloeit er misschien bloed en vallen er misschien doden.......

Ik schreef eerder op dit blog (brief nr. 6 medio Juni) een stuk met de titel; ‘Uitgeburgerd en weer ingeburgerd’. Daaruit haal ik het volgende aan:

"Arjuna is in het boek ‘De Baghavad Gita’ degene die twijfelt en weigert te doden. Het verhaal speelt in een oorlogssituatie, op een strijdveld. Hij twijfelt uit menselijkheid en medeleven en weigert ten slotte om zijn vijanden die eigenlijk verwanten, broeders zijn te doden in de strijd. Krishna (god) zegt dan (in hoofdstuk2) o.a. Dat hij niet zo moet klagen en twijfelen en dat":

“hoewel zijn (Arjuna’s) woorden verstandig klinken, een wijze zich niet beklaagt over de doden en de levenden.” En even verderop; “de lichamen zijn vergankelijk, eeuwig en onvergankelijk is hij die de lichamen bezielt.” En; “Wie meent, dat deze doodt of dat hij gedood wordt, die kent de werkelijkheid niet. Noch doodt hij noch wordt hij gedood.”

Het lijkt er voor mij op dat Arjuna hier te vergelijken is met een christen die voor vrede en geweldloosheid kiest en de wereld verzaakt. God (Krishna) echter wijst hem terecht. Richt je hart op het allerhoogste en twijfel niet, vrees de dood niet, vrees de strijd en de pijn niet. Doe het juiste en ware.

Ik denk dan dat de uitkomst daarvan kan zijn (van het gericht zijn op het allerhoogste) dat je pacifistisch weigert te vechten en te doden. Zoals dat bijvoorbeeld bij de Katharen leidde tot passief martelaarschap. Maar ook kan het zijn dat het leidt tot strijden en dood. Dat zou ik dan actief martelaarschap noemen. Waarom zou het ene beter zijn dan het andere? Ik kan daar geen uiterlijke regel of dogma voor vinden. Dit moet innerlijk beslist worden. Ieder moet zijn innerlijke waarheid leven. Geen garanties.

Overigens vind ik het wel prettig dat er wetten zijn en dat je geen geweld mag plegen, laat staan iemand doden. Dat regelt wel een leefbare maatschappij. Het is nu zelfs zo dat we er veilig over kunnen denken, spreken, onderzoeken, filosoferen en mediteren.

6 opmerkingen:

Anol zei

Amice

Laat ik beginnen met te zeggen dat tot voor kort er in mij een worsteling plaats had.Een vraag drong zich op : wat beoog ik eigenlijk met mijn reactie? Ik begon vol zelfvertrouwen. Een bepaald punt uit jouw redenering waar ik bij aan wilde sluiten. Daar beginnen. Ik had het al snel gevonden ,het citaat waar je Krishna opvoert, waar hij iets elementairs lijkt te zeggen over doden en niet doden.Vandaaruit zou ik dan verder gaan , uiteraard in dat verder gaan jouw daaropvolgende reactie mee nemend.Echter al snel sloop de twijfel er in.Moest ik daar wel beginnen? Vanuit een filosofisch theorema doordringen in iets? Ik had het onbehaaglijke gevoel in een valkuil te lopen, in iets waar naar mijn gevoel ik allang afstand van had gedaan. Je richt je tot een persoon maar ziet vooreerst enkel de sluitende argumentatie. Een logica , niet de persoon.Je ziet wat hem van jou doet verschillen, wat jou onderscheid van hem.Je bent dan halverwege begonnen, niet vanuit liefde maar vanuit een bepaalde ingesleten zekerheid, een ingesleten gelijk.Dit gelijk moet dan op hem worden overgebracht. Ogenschijnlijk gaat het je dan om de persoon, echter in werkelijkheid om de sluitende argumentatie. Ik moest dus ergens anders beginnen, vanuit een andere opstelling.Niet de idee maar de persoon.Du moment dat dit inzicht doorbrak, met het gebed als de kathalysator verliet het onbehagen me, ik voelde een warmte en ik wist: vanaf hier zal alles op zijn plaats vallen. Hier voel ik me lekker.Hier kan de geest waaien.
Resumerend : niet het citaat dus wat vanaf hier ik als uitgangspunt ga nemen, maar de persoon involved.Ik zal me dus moeten gaan richten op Ad. Hem bevragen punt voor punt, en hij zo hij wil, mij.Op deze wijze, en tenslotte aan komen bij het citaat uit de Gita, naar mijn idee - althans voor het moment,toch het hart van de zaak.
In die volgorde dus.
Welaan dan beste kerel gaan we van start.Vind je het nodig eerst nog hierop te moeten reageren, doe wat nodig is. Hoor ik niks, vat ik dat op als een aanwijzing met het bevragen te kunnen beginnen.
Dat Zijn waarheid moge doorbreken, niet de onze.

Ad Rek zei

@Anol,

dank voor je reactie en voor je wakkere oplettendheid. Inderdaad ben ik gek op sluitende argumentaties en zet die vaak voor mezelf en voor de ander neer, dus tussen ons in.

Aan de ene kant jammer want de confrontatie van Krishna aan Arjuna, oftewel van god aan de mens is; "twijfel niet, laat je niet door angst voor de dood, door sentimenten of wat dan ook in de luren leggen maar 'richt je hart op het allerhoogste' ". En dat is een heel andere insteek dan 'gij zult niet doden', of 'gij zult niet doden behalve als het moet/niet anders kan' enz. enz.

Ik hou van het opzetten van zulke bomen. Maar daar trap jij dus niet in. Jij gaat voor de persoon, in dit geval mijn persoon, om mij dus.

Goed Anol, bevraag me maar. Ik vind het spannend en ben erg benieuwd wat dit mij/ons gaat brengen.

Nol zei

Amice

Als ik jouw gedachten op het punt van doden en niet doden vereenvoudigd samenvat,kom ik tot de volgende uitkomst: Ik kan en wil niet doden.In zeer utzonderljke gevallen kan ik me echter voorstellen dat ik het zou doen. Helder, het is zonder daar een waardeoordeel over uit te spreken zoals de meerderheid erover denkt.Men heeft zich die uitzonderlijke situatie voor ogen gesteld. Erover lezend, naar de beelden kijkend op film of t,v. en zichzelf al dan niet bewust de vraag gesteld: wat zou ik doen? Kort zich inleven in die situatie, en dan zichzelf daarop beoordelend. En dan op eendere wijze als 'iedereen' zichzelf het antwoord verschaffend,al te snel wellicht, al te gretig , het antwoord als hierboven: In die uitzonderlijke situatie zoals oorlog, verkrachting enz zou ik wellicht het doen. Doden.
Je moet tenslotte je eigendommen beschermen, jezelf, je dierbaren. Dus ja, met dat op het oog...

Sommigen doen dat niet op die manier, althans willen het niet op die manier doen.Ze hebben in gezien dat het menselijke vermogen te kort schiet -waarom zou er anders oorlog zijn, en dat elke mening zoals voor oorlog,voor of tegen doden een mening uitdrukt eveneens voortkomend uit dat tekort.Een half zicht, een halve waarheid.

Ergens in de tijd ,ik meen eind jaren tachtig keken wij, Trina en ik wekenlijks naar een programma op de t.v. ik meen van de vara; in elk geval stond het geheel onder leiding van latere vara voorzitter Marcel van Dam. DE ACHTERKANT VAN HET GELIJK heette het. Bevraagd werden daarin een aantal kopstukken uit de krijgsmacht, het zakenleven, de politiek.Voorgelegd werd steeds aan elke deelnemer afzonderlijk een moreel dilemma met betrekking tot het eigen werkveld.Niet zomaar een moreel dilemma maar een dat bij wijze van spreken zich afspeelde op het vlak van leven en dood. Hoe ging de deelnemer daar mee om was de vraag. Hoe kon hij hier mee leven. Wat kon hij er voor in de plaats stellen, zonder vuile handen te maken? Het was ontstellend om te zien. Hoe goed onderbouwd ook, voorbereid, slim opgezet, met alle middelen van redelijkheid omkleed; elke argumentatie door het gezelschap met ronkende retoriek ter tafel gebracht, ze werd zonder uitzondering door van Dam , allereerst tot op het bot gefileerd, vervolgens onderuit gehaald, en ten laatste als niet houdbaar naar de prullenbak verwezen? Ik zie de verblufte gezichten van de deelnemers nog voor me, steeds minder zeker van hun zaak, steeds moeizamer formulerend.
Er bestaat niet, zou de eveneens verblufte t.v. kijker kunnen concluderen zoiets als een eenduidige waarheid. Dat blijkt hier toch?

Dat was waar ik al eerder was achter gekomen,en dit programma bevestigde me in die mening.Ik was echter in die tijd ook nog met iets anders bezig dan nihilistische vertwijfeling, en wel met iets vinden. Ik had de gangbare paden verlaten en me gewend tot religie. Tot God. Mijn eigen onvermogen en dat van de mensheid onder ogen ziend en als een laatste strohalm het hogerop zoekend. Dat is tenslotte de functie van religie, buiten het kenbare en zichtbare treden en in de overgave het antwoord zoeken.
Dat [het antwoord]- het moge hautain klinken, ik daar ook vond. In God. Voor het soort dilemma's zoals hierboven geschetst ,
eigenlijk voor alles.
Hoe dan die overgave zich verhoudt tot de geschetste problematiek van doden of niet doden, tot goed en kwaad in het algemeen, daarover in een volgend stuk.
Maar eerst aan jou Ad dus de vraag: Gaan we hier al niet enigzins in de richting die ook jij voorstaat : het allerhoogste?
Voorbij logica, sentiment, angst ?
Of juist er van af?

Ad Rek zei

Ik herken; “Sommigen doen dat niet op die manier, althans willen het niet op die manier doen.”, ik reken mezelf tot die groep. Voor of tegen oorlog zijn komt voort uit menselijke onvolkomenheid. Volgens mij klopt dat. Het is in mijn geval zo dat ik niet na kortstondig maar na langdurig nadenken en overwegen daartoe kom. Eigenlijk dus kom ik op hetzelfde uit als de kortstondige denkers die jij ten tonele voert. Dat kan te maken hebben met de kwaliteit van mijn overwegingsvermogen, van misschien veel kwantiteit en weinig kwaliteit. Anderzijds hoop ik dat het ook te maken heeft met bescheidenheid en realiteitszin want de praktijk moet het bewijzen, niet waar?
Je vat dit, mede middels de lessen van De Achterkant van het Gelijk samen met: ‘er bestaat niet zoiets als een eenduidige waarheid’, en je noemt dit impersant ook ‘bezig zijn met nihilistische vertwijfeling’.
Je ging ook iets anders doen. Namelijk vinden. Door je “eigen onvermogen en dat van de mensheid onder ogen ziend en als een laatste strohalm het hogerop zoekend”, je tot God te richten. Daar vond je het antwoord. Niet alleen het antwoord voor dit dilemma maar eigenlijk voor alles.
Ik zie graag een stuk van je tegemoet over hoe jouw overgave aan God zich verhoudt naar deze problematiek van doden en niet doden.
Je vraagt aan mij: “Gaan we hier al niet enigszins in de richting die ook jij voorstaat : het allerhoogste? Voorbij logica, sentiment, angst ? Of juist er van af?”
Mijn antwoord is; ja, we gaan inderdaad enigszins in die richting.
Ik moet er wel dit bij zeggen. Voorbij logica, sentiment en angst ben ik volgens mij nog niet zo direct bij het allerhoogste, of bij God. Volgens mij is er heel veel buiten het zichtbare en kenbare. Wie weet. Ik ben er voor om me open te stellen en te proberen alert te zijn. Ook op het bewust of onbewust een geloofsbeeld een godsbeeld neer te zetten (evt. als laatste strohalm) in plaats van me openen, het niet te weten en me over te geven.
Nog een gedachte is de volgende. Ik geloof niet dat je naast dit wereldlijke, onvolkomene direct het goddelijke volkomene hebt. Als een soort zwart/witte, licht/donkere tweezijdigheid van de realiteit. Ik geloof in een meervoudigheid van dimensies van de realiteit. Je kan natuurlijk zeggen dat dit voortkomt uit mijn menselijke onvolkomenheid, maar dat zij dan maar zo. Ik moet mijn weg beginnen waar ik ben, en niet waar ik zou willen zijn.
Dit is voor mij een belangrijk punt. Zie daarover mijn opstel nr. 8 ‘Eenheid en Tawhid’ eerder op dit blog. Daar kritiseer ik de heer Mohammed op dit punt van onmiddelijkheid, van ‘donderslag bij heldere hemel’ directheid, geen overgangen, geen tussengebieden. Zwart/wit dualiteit, een totalitaire leer en systeem tot gevolg hebbend. Ik zie hem dan ook niet als een mysticus en filosoof. Hij is meer een medium. Van mystici hoor over hun overgave van meerdere dimensies, over overgangen, waaronder inderdaad ten slotte ook het allerhoogste, het goddelijke.
Dus, inderdaad: opening en overgave voorbij het kenbare en zichtbare, voorbij logica, sentiment, angst enz. en zo ook: richting het allerhoogste.
Ik vermoed dat er van alles ontmoet kan worden dan. Niet alleen maar God. Behalve als we de betekenis van dat woord nemen de uiteindelijke realiteit. Een realiteit die vele facetten heeft. Ik ben hier wat beducht (en angstig zo je wilt) voor godsbeelden, zowel individuele beelden als massa beelden. Geladen door miljoenen en miljoenen in duizenden jaren van culturen van psychologisch zoeken en tasten en strohalmen creëren en pakken enz. enz. Dat kan je ook allemaal tegenkomen als je je opent en overgeeft.
Desalniettemin, dat is wat we te doen hebben.
Ik ben benieuwd naar je stuk.

nol zei

De vrede van God die alle gedachten te boven gaat - gegroet.

Daarover als het tenminste aan mij ligt ook eens in de toekomst, over die vrede.Of over groei.Niet over een probleem ,maar de vrucht van geloven.
Voorlopig echter toch nog maar het probleem ,doden dan wel niet.

Laat ik voor wat dat aan gaat aansluiten bij een gedachte aan het begin van jouw opstel van 29 Aug : ''De praktijk zal het moeten uitwijzen''.
Voorafgaand licht je toe, geheel terecht dat overwegingen hun beslag moeten krijgen , maar dat ze kritisch moeten worden gevolgd.Je kunt innerlijk wel een heel bouwwerk op richten maar de praktijk zal uitwijzen waar je staat. Als in het eventuele toekomstige geval van doden of daar vanaf zien. Helder,maar waar ik toch aan zou willen toevoegen: niet slechts dan, de toekomstige praktijk , maar al die van het heden! Hoe sta ik daar in,
in kracht of in zwakte? Schipper ik gemakkelijk in het heden, zal ik het dan ook doen.Ga ik het staan voor waarheid in het heden uit de weg, zal ik het dan niet minder doen.Waarvoor leef ik in het nu, waaraan wil ik nu al mijn leven geven, het 'offeren', mijn kleine particuliere belang, mijn gezin, mijn bezittingen; aan het grotere universele de grote broederschap...?
Dan zal het me in het nu, ernst moeten zijn.

Over onbaatzuchtig handelen in de evangelien.

Wat is onbaatzuchtiger, wat meer universeel standpunt tegenover het particuliere dan de ander de wang toekeren, de vijand liefhebben? Jij stelde daar al bedenkingen tegenover.En begrijpelijk, het is dan ook een denken niet van deze wereld, zou de woordvoerder van deze gedachte het formuleren.
Misschien interessant om eens te zien waar hij het zegt, in welke contexten beide uitspraken staan.

We bepalen ons dan tot math 5:38 - 'gij hebt gehoord dat er is gezegd,oog om oog tand voor tand - ik zeg u echter slaat iemand u op de rechterwang...
En even verderop :gij hebt gehoord dat gij uw naaste moet liefhebben en uw vijanden haten, ik zeg u echter, blijft uw vijanden liefhebben en bidden voor hen die u vervolgen...
Om weer even verderop te besluiten met het punt waar hij naar toe werkt, waar het hem om gaat: Want zouden jullie handelen naar het voorbeeld van de mensen ,zoals dat gemneenlijk wordt gedaan, wat draagt dat verder dan bij? Gij dient volmaakt te handelen, naar het voorbeeld van uw volmaakte vader, niet naar dat van onvolmaakte mensen.
Het allerhoogste waar hij zich hier op richt, op de macht en kracht, niet op zwakte.Ja zelfs vader en moeder zegt hij ergens anders, broer of zuster, heb je die meer lief [ in een keuzesituatie] dan mij, dan ben je mij niet waardig.

nol zei

Dan die andere praktijk, wat jij noemt de grotere context waarbinnen ik mijn visie plaatste, de politiek religieuze in tijden van oorlog, politiek, Christenheid.

Het blijft natuurlijk als je het wat meer van dichtbij bekijkt een wonderlijke zaak. Het land verkeert in oorlog, en automatisch sluiten de rijen zich.Van elk wordt volstrekte loyaliteit verwacht.Het gaat tenslotte om je land. Als Nederlander in tijden van oorlog. Als Japanner eveneens met betrekking tot het eigen land. Als Duitser idem. De vraag die echter gesteld moet in alle eerlijkheid en openheid, geldt die loyaliteit de rechtvaardige zaak,of het land? Het mag duidelijk zijn, was 'ik'geboortig Duitser ten tijde van de tweede wereldoorlog gold mijn loyaliteit de Duitse zaak. Als Nederlander de Nederlandse. Als Japamnner de Japanese, enz.
De zaak dus, niet de rechtvaardigheid, en al helemaal niet de onpartijdige objectieve waarheid. De nationale idee, die dienen is automatisch de rechtvaardigheid dienen. Wel zo praktisch, maar bepaald toch ook nogal schizofreen, nietwaar? In mijn vorige opstel wees ik op dat realisme , de elementaire aandrift van de mens met alle mogenlijke middelen zijn belangen veilig te willen stellen, ook al wettigt dat geweld, oorlog.Het veilig stellen van je belang c.q. het verdedigen
- want dat ik, mijn natie, weleens de agressor zou kunnen zijn daar is natuurlijk geen sprake van. Nooit.En zo rekt men het begrip verdedigen op. Waren niet b.v. de Duitsers uit op lebensraum uit noodzaak? Uit naam van de rechtvaardigheid dat een alsmaar uitdijende bevolking gepaard aan een schrijnend tekort aan grondstoffen, eigen bodemschatten, in de richting deed drijven van de gerechtvaardigde idee het dan maar bij de buren te halen?
Nu nog even de kerkelijke autoriteit zien mee te krijgen.

Laat ik besluiten met een wat navrant voorbeeld van de waanzin die oorlog is.
Ik voel mij gerechtigd te doden, in dit geval, want nu betreft het het het hoogste in mijn leven, het leven van mijn kinderen.
Die onschuldige, weerloze schepsels.
Tja, en dat dat in tijden van oorlog ten koste gaat van die andere weerloze kleintjes ,zij het van een andere nationaliteit, dat scharen we dan maar onder het begrip, 'mijn onmacht'.
Men kent zijn Macht niet, dat blijkt.