dinsdag 28 juni 2011

Uitgeburgerd en weer ingeburgerd

(brief 6, medio Juni '11)

Zoals ik al eerder zei, de term uitburgeren gebruikte ik al een aantal jaren maar met een andere betekenis dan Dr. Swaab. In de 60er/70er jaren was de term ‘omturnen’, in zwang. Voornamelijk onder het zgn. alternatieve volk. Of iemand al omgeturnd was of niet kon je dan o.a. zien aan het feit dat iemand niet meer naar de kapper ging, dat die geen nette burgerlijke kleding meer droeg en geen carrière meer nastreefde. Er leken soms ook rituelen aan verbonden te zijn zoals bijvoorbeeld het roken van joints. Als je een keer flink stoned was geweest, dan was je pas echt omgeturnd. Soms leek dat wel op een soort inwijdingsritueel. Toen ik daar achteraf over na ging denken ben ik dat uitburgeren gaan noemen. Het ging er namelijk om, om niet meer burgerlijk te zijn. Om bijvoorbeeld niet meer tot een bepaalde zuil te behoren, je geloof los te laten. Eigenlijk wilden we alles wat onze identiteit bepaalde en de identiteit van je ouders bepaald had los laten. Je ging niet meer trouwen maar samenleven. We bepalen het zelf wel, daar hebben we geen kerk of staat voor nodig, was het motto. We doen dat omdat we het zelf willen en niet vanuit tradities en burgerlijke gewoonten. Het moet van binnenuit komen, onafhankelijk van wat de burgerlijke maatschappij wil, anders is het niet echt. Van alles werd er overboord gegooid. De term burgerlijk was alleen nog van toepassing op wereldburgerschap. Bob Dylan’s ‘Times they are a changing’ was een soort van volkslied geworden.

Noties van nationaliteit, ras en van geloof mochten niet meer meetellen. Daar moest je je van bewust worden en er aan werken totdat je die conditioneringen kwijt was. Dat ging heel ver. Het was eigenlijk een streven naar kosmopolitisme of hoe moet je het noemen. Ik herinner me uit die tijd dat ik in het bezit was van een wereldburgercertificaat of een –verklaring. Dat moest gelden als een paspoort. Er waren ludieke acties om met dit soort papieren over grenzen heen te reizen en processen aan te spannen als je ergens een land niet binnen kwam. Niet dat daar veel van terecht kwam maar dit was de sfeer. Ik heb trouwens van verschillende mensen gehoord die met zulke papieren een grens overkwamen. Later bleek dat dan meestal gelukt te zijn in gevallen van drukte en lange rijen waardoor de beambten in een soort van routine vervielen en het niet zo goed meer zagen. Hoewel je natuurlijk in die tijd niet kon uitsluiten dat een bepaalde beambte ook stoned geworden was..... Dit was de sfeer en de energie toen.

Ook ben ik in het bezit geweest van een document waaruit bleek dat ik minister was, minister dominee van een bepaalde kerk die gesticht was in Amerika. Alle leden van die kerk waren, heel democratisch minister, oftewel dominee of priester. Geen hiërarchisch verschil meer tussen gelovigen en priesters; iedereen gelijk, iedereen priester. Ook vrouwen werden lid en dus priester, het maakte niet uit, ieder mens kon lid worden. Wat er achter zat (het was in de tijd van de Vietnam oorlog en hippies waren natuurlijk tegen oorlog voeren) was dat priesters niet naar het front hoefden, niet hoefden te vechten, zeker niet de leden van een zo werkelijk democratische en vredelievende kerk als deze, zo was de gedachte. Wij in Europa werden geen lid om uitzending naar Vietnam te voorkomen natuurlijk maar om de Amerikaanse broeders te steunen. In het begin van het korte bestaan van die kerk vond er een proces plaats. Dat had toch nog wel wat voeten in de aarde want het was een officieel opgerichte kerk. Uiteindelijk werd dat toch verloren en dat was het einde van die kerk. Volgens de Amerikaanse overheid waren het gewoon verkapte deserteurs. Niet in onze ogen natuurlijk. We waren fel tegen die oorlog. Ik herinner me dat ik toevallig op de Dam liep op het moment dat het officiële einde van de Vietnam oorlog bekend werd gemaakt. Er ging een voelbare energetische beweging over de Dam door iedereen heen. Blij en emotioneel, kippenvel. Veel Amerikaanse hippies waren er, die kunnen zo emotioneel en expressief zijn. Zo’n soort gevoel heb ik later nog een keer ervaren toen jullie nog kinderen waren en ‘de muur viel’. Toen waren er geen Amerikanen bij, ik zat voor de TV en jullie waren erbij maar keken een beetje bevreemd op. Wel aanvoelend dat het belangrijk moest zijn maar niet beseffend wat er aan de hand was.

Arjuna's weigering

Om nog even in de familiaire sfeer te blijven. Het was in de sfeer van de ‘hang naar het oosten’, dat we op de naam Arjuna konden komen als naam voor ons kind. Over mijn persoonlijke hang naar het oosten valt nog wel wat meer te zeggen. Voor nu hou ik het nog even bij de sociaal culturele beweging die in de maatschappij gaande was. Je kind een naam geven uit een andere cultuur, een andere taal een ander geloof was en is opmerkelijk. Zeker tegenover de cultuur en het geloof van mijn ouders. Voor mij en voor ons was het echter helemaal niet zo ver weg. Het was heel dichtbij en heel betekenisvol. Ik kende de figuur Arjuna uit de Baghavad Gita, een boekje dat ik bestudeert had in het kader van mijn yogaleraar opleiding en vooral uit verschillende theosofische studies. Het is bekend om Arjuna's weigering te doden. Daarnaast was het een naam en een figuur die ook in de Indonesische cultuur een rol speelde. Ik vond het behalve dat het mooi klinkt een diepe mooie betekenis hebben. Arjuna (de mens) die zich in een strijdwagen (het lichaam) voortgetrokken door vijf paarden (de zintuigen) door het strijdveld (het leven) vecht en zich daarbij laat leiden door Krishna (god) die achter hem op de strijdwagen staat.

Tegenwoordig ben ik wat anders gaan denken over die Arjuna figuur in de Baghavad Gita en de Hindoesche cultuur. (Het nu volgende heeft niets met jou persoonlijk te maken hoor Djoen.) Vooral het tweede hoofdstuk van de Baghavad Gita valt me nu op. Vroeger was ik toch heel wat kritieklozer. Uit het oosten kon alleen maar goeds komen. Ik had een romantisch-positieve projectie naar die cultuur. Ik projecteerde er mijn pacifistische idealen en verwachtingen in en zag niet altijd goed wat er eigenlijk echt stond. Het moest toch een cultuur zijn van een synthese tussen Gandhi en St. Franciscus vond ik toen.

Arjuna is in dat boek degene die twijfelt om te doden. Het verhaal speelt in een oorlogssituatie, op een strijdveld. Hij twijfelt uit menselijkheid en medeleven en weigert ten slotte om zijn vijanden die eigenlijk verwanten, broeders zijn te doden in de strijd. Krishna (god) zegt dan (in hoofdstuk2) o.a. Dat hij niet zo moet klagen en twijfelen en dat:

“hoewel zijn woorden verstandig klinken, een wijze zich niet beklaagt over de doden en de levenden.” En even verderop; “de lichamen zijn vergankelijk, eeuwig en onvergankelijk is hij die de lichamen bezielt.” En; “Wie meent, dat deze doodt of dat hij gedood wordt, die kent de werkelijkheid niet. Noch doodt hij noch wordt hij gedood.”

Nou, dat lijkt me dus een prima tekst voor uitburgerende intreders in het geestelijke leven. Een tekst met esoterische betekenissen waar monniken en Sannyasins (godszoekers) het mee kunnen doen. Of natuurlijk, en nou ben ik een beetje cynisch/kritisch, voor gedeserteerde soldaten die het klooster in vluchten. Maar wat betekent dit voor soldaten die een bepaalde cultuur, natie of land moeten beschermen? Of, kan je het juist gebruiken om een fanatieke doodsverachtende mentaliteit bij je soldaten te creëren. Dood is toch slechts lichamelijk! Vroeger zag ik dit verschil niet. Nu zien we deze problematiek terug bij Jolande Sap en Groen Links aangaande de Nederlandse bijdrage voor Afghanistan. Die stuurt, zoals ik het nu zie, een peloton Nederlandse Arjuna soldaten naar Kunduz. (Blijk je toch nog een heel moderne relevante naam te hebben Djoen.) Niet een peloton doodsverachtende soldaten maar een voorbeeld peloton van hoe je én soldaat én vredelievend kunt zijn. Nederland gidsland! Hoe zal dit uitpakken? Er komen al geluiden vanuit de politiebond om te weigeren er aan mee te doen. Arjuna's weigering herhaald zich in de NL. politiek! Ik voel bewondering voor Jolande's intentie maar tegelijk kan ik in deze niet mee met Groen Links. Ik hou mijn hart vast. Ben ik te oud en te cynisch geworden? Ik hou mezelf voor dat ik realistischer geworden ben.

Dit schrijven lijkt een kluts te worden van familiefilosofie met wereldpolitiek zeg. Weer terug naar ons onderwerp.

Brekende zelf-beelden

Dat uitburgeren had dus te maken met een ontwikkeling waarin vele burgers niet meer burgerlijk wilden zijn. Het werd ook de seksuele revolutie genoemd, vrije seks en ‘baas in eigen buik’ voor de vrouwen. Naar mijn idee was het vooral een spirituele revolutie en een culturele revolutie. Wanneer én seksualiteit én religie in de herziening gaan dan denk ik dat je inderdaad van verandering mag spreken. Ik noem het een spirituele revolutie omdat (het mijn stokpaardje is natuurlijk!) men uit de kerken trad maar toch met spirituele onderwerpen bezig ging. Heel weinigen werden atheïst. Yoga, zen, boeddhisme, soefi, esoterie, mystiek uit allerlei culturen, dat alles kwam in zwang. Er kwam een ‘hang naar het oosten’. Men wilde minder aards en materialistisch zijn en in plaats daarvan meer geestelijk en cultureel. We zagen onszelf als materialistisch, kapitalistisch, egoïstisch, fout en slecht door de oorlog, door kolonialisme en technische ontwikkelingen. En sinds er zoveel Mohammedanen hier wonen reiken we naar hun uit door ons fout en slecht te voelen over de kruistochten. Niet meer bij dat westen willen horen en er niet meer aan mee willen doen mondde uit in sociale, groene en ecologische bewegingen en in belangstelling voor niet-westerse spiritualiteit en cultuur. Die waren goed, onbedorven, die hadden ‘het’ nog niet verloren zoals wij. Wij zouden van hen kunnen leren. Deze cultuurpsychologische reacties (mag ik ze zo noemen?) en overtuigingen zijn nu nog steeds werkzaam trouwens.

Het had enerzijds te maken met, niet meer bij ons willen horen maar bij de anderen, bij de niet-westerse volken en culturen. Nu nog ijveren velen op een te ver doorgeslagen manier voor dat ‘niet bij ons horen maar bij de ander’. Bij velen was dat uit solidariteit met de zwakken en onderdrukten, uit sociale overwegingen dus. Bij mij lag meer op de voorgrond de veroordeling van de eigen westerse cultuur en het geestelijke leven, met name van de godsdienst. Maar ik moet ook zeggen dat ik me naast dit onmiskenbare dissociëren en die zelfveroordeling toch werkelijk meer thuis voelde bij oosterse mensen en culturen. En dan ook weer, met name bij de godsdiensten. Dat werd me niet altijd in dank afgenomen maar de tegenstand was in feite heel zwak, er was toegeeflijkheid en begrip en ik had duidelijk de ‘culturele wave’ mee. Daarom was ik verrast en verbaasd over de opmerking van Rukmini Devi, die indertijd een VIP in de Theosofische Vereniging was en me zei dat het toch niet zo'n goed was je kind een cultuurvreemde naam te geven. Het raakte me wel. Ik weet het nu nog.

Anderzijds had dit uitburgeren te maken met ‘uittreden uit burgerschap’ en intreden in een geestelijke orde. Althans in vroegere tijden zou dat zo op een erkende en georganiseerde manier zijn verlopen. Men trad in, in een geestelijke orde en daarmee trad men uit de burgerlijke orde. Je ging een klooster in, of werd priester. In ieder geval duidelijk herkenbaar en onderscheiden van de burgerij. Maar wat gebeurde er nu? Nu gingen de geestelijk geïnteresseerden, de ‘Zelf-zoekers’, en de godszoekers, de yoga en de zen adepten gewoon met elkaar naar bed. Ze gingen een commune in, gingen samenwonen of trouwden tenslotte gewoon toch. We gingen bidden en mediteren zonder in te treden en ook de sex werd allerminst overgeslagen. Overigens traden een heleboel priesters ‘uit’. Men ging (en gaat) regelmatig op retraite of 'in training', of in een scholing of opleiding maar bleef wel gewoon binnen het burger leefgebied. Volgens de 'gewone' burgerij kwamen er steeds meer 'alternatievelingen'. Deze groep mensen is niet klein gebleven. Het gaat hier ondertussen over een kwart van de Nederlandse bevolking. Dat is niet niks. In een rapport van het CPB van een aantal jaren gelden stond dat 26% van de NL. bevolking ‘nieuw spiritueel’ is. Dat is de naam die men maar bedacht heeft voor dit verschijnsel dat in de 60er jaren intrad en kennelijk nog steeds doorwerkt. Men spreekt ook wel over ‘ietsisten’. Men gelooft in iets maar kan er verder niet veel over zeggen. Let wel deze 26% staat naast alle bekende geloven, religiën, humanisten, vrijdenkers, agnosten en atheïsten.

Omdat er bijna 4 miljoen mensen uitgeburgerd zijn, of moet je zeggen ‘ontburgerlijkt’ zijn en een geïntegreerd leven in deze maatschappij leven valt het niet op en benoem je het niet zo. Naar de maatstaven van enkele eeuwen geleden zou een kwart van de bevolking hebben moeten ‘intreden’. Die maatstaven hielden echter toen ook o.a. een celibatair leven in. Absolute gehoorzaamheid aan gods wil en nog een aantal min of meer ascetische idealen. Ik denk dat het daarom was dat het toen ook nooit tot een kwart van de bevolking aan intredingen kwam. Althans dat lijkt me zo, ik weet geen aantallen of percentages.

Tegenvallers voor ouwe hippies

Interessant trouwens om dit te vergelijken met de mensen binnen de Islamitische culturen. Daar lijkt zo’n duidelijk onderscheid tussen geestelijkheid en burgerij niet te bestaan. Ten eerste is iedere burger moslim, dat ben je bij geboorte. Alleen in Turkije schijn je ook kans te maken om als niet moslim geboren te worden maar hoe het die ongelovigen dan verder vergaat weet ik niet. Normaal in die landen en culturen is dat je als moslim dus als gelovende burger bent geboren en je burgerlijke leven volledig religieus is opgezet en gemotiveerd. Ieder is (ook als burger) gehouden aan maagdelijkheid tot aan het huwelijk. Het onderscheid tussen gelovigen en priesters, dus de imams, ayatollah’s e.d. is veel minder strikt. Er bestaat wat dat betreft geen georganiseerde eenduidigheid daar. Als je de Koran goed van buiten kent kan je in principe als geestelijke voorman gaan opereren. Vrome burgers/gelovigen lopen er dan ook precies zo bij als bij ons de nonnen, monniken, paters en priesters.

Deze mensen begonnen ons land binnen te komen toen wij aan de fase van uitburgeren begonnen en een ongeorganiseerde vorm van geestelijk leven in gang zetten. Een kwart van onze (oorspronkelijke) bevolking definieert spiritualiteit en geestelijk leven voortaan anders dan voorheen. Heel anders ook dan de nieuwkomers. Dat was een tegenvallende verrassing voor velen van ons. In het begin had ik min of meer de verwachting dat ze de ‘new age’, kwamen versterken, dat het een doorbraak naar kosmopolitisme en universaliteit zou betekenen. Wat was dat een tegenvaller, wat een domper. Althans voor degenen onder ons die het willen zien. Velen blijven vasthouden aan hun ´positief romantische projectie´ op de nieuwkomers. Voor mij verklaart deze tegenvaller een klein stukje van de frustraties van de bbm ers, de boze blanke mannen weet je wel, ik schreef daar in het begin over.

Het was in ieder geval voor mij een tegenvaller. Hoewel me dat trouwens ook al bij de Indo’s en Molukkers begon te dagen. Bij hun was yoga altijd iets van magie. Ook mystiek is magie daar, zelden is het spiritualiteit. Ook de nieuwkomers bleken een heel andere definitie van spiritualiteit te hebben. Nu bleken het eerder medestanders en versterkers van de oude dogmatische godsdienstigheid te zijn. Ik bleek gewoon ook aan een vorm van romantisch positieve projectie te hebben geleden. Wij de nieuwe spirituelen, zijn een soort van niet-celibataire godszoekers zou je kunnen zeggen. We hebben een heel ander godsbeeld dan de oude- en nieuw binnengekomen godsdiestigen. We hebben door dat andere godsbeeld ook een heel ander mens en wereldbeeld.

Ik heb echter ook kritiek op ons. We gedroegen ons, en gedragen ons als een soort van elite, een geestelijk, culturele elite. Ik heb dit al eerder een keer aangeroerd. Mijn kritiek gaat naar het elitair gedrag tegenover de ‘burgers', tegenover degenen die niet uitgeburgerd zijn en geen kosmopolieten geworden zijn. Wij hippies waren toen arrogant en keken neer op het burgerlijke klootjesvolk. Tegenwoordig zie ik dat nog steeds gebeuren. Je ziet het ruwweg gesproken bij de PvdA, Groen Links en D66 stemmers. Dat zijn de politieke voertuigen geworden van de beweging der uitgeburgerden. Ik ben nu omgedraaid in mijn houding en oordeel naar die gelovigen en burgerlijken. Ik kan me dan wel niet meer met ze identificeren maar ik heb wel begrip en erkenning voor mensen die zich in hun zelfbeeld nog steeds bepalen en beperken tot een nationaliteit, een ras en een bepaald geloof. Mensen hebben dat nodig om zichzelf te definiëren en zichzelf te kunnen zijn. Wij van de geestelijk elite hebben te veel ons ideaal aan hun willen opleggen. Nu doe ik dat niet meer. Niet dat ik daar nou zo actief in was hoor maar ik liep er wel zwijgend in mee en stemde braaf op links.

Karmische uitwerkingen van naïviteit

Nou zitten we in dit land met een aantal verschillende identiteiten. Ze zijn gestoeld op religie, cultuur, etniciteit en nationaliteit. De nieuweren opteren voor het ideaal van een mozaïek. Daarin blijft iedere kleur stijf zichzelf. Wij, het kwart van de bevolking waar ik over sprak verlieten onze eigen kleur en identiteit. Althans voor een stuk, zo goed en zo kwaad als dat menselijker wijs gaat. Maar het was en is wel onze intentie. Nu merken we dat de nieuw binnengekomen godsdienstigen hier hun eigen kleur willen vestigen, behouden en zelfs uitbreiden. Ik voel me een beetje besodemietert. Ik geloofde en vertrouwde op ‘het mystieke hart’ van alle godsdiensten. Ik geloofde dat deze nieuwe bewoners daar meer contact mee hadden dan wij, dat ze wijzer waren - ze kwamen toch uit het oosten?- dat ze universeler waren. Dat ze , getuige het verlaten van hun thuislanden, universeel en kosmopolitisch georiënteerd zouden zijn.

Ze hebben een totaal andere agenda dan ik verwachtte. Van dat mystieke hart en universaliteit willen ze niets weten. Da’s balen zei de blanke man........ Hij was vergeten dat ook niet-westerse godsdiensten een uiterlijke, exoterische kant hebben. Dat m.n. de Islam een heel sociale en maatschappelijke bepalende kant heeft. Een kant die niet van politiek te onderscheiden is. Een kant, die missionerende godsdiensten zoals Christendom en Islam, nu eenmaal hebben. Ze zijn naar hun aard imperialistisch. Een kant aan zijn eigen oude godsdienst en cultuur waarover hij vergeten was dat hij er meer dan 300 jaar over deed om die te verslaan of in ieder geval behoorlijk te verminderen.

Mohammedanen zijn Priester-politici als het gaat om het organiseren en implementeren van gods wil naar mens en samenleving. Of ze zich nou atheïst, agnost of gelovige noemen maakt nu niets meer uit. Wat zeg ik?, politici zijn het en niets anders.
Het was achteraf gezien natuurlijk een positieve idealistische projectie, en ook naïef van ons om van de nieuwkomers te verwachten dat ze een meer esoterische en mystieke benadering zouden meebrengen over de godsdienst, en meer mystiek zouden zijn. Dat ze daarmee de ‘new age’ mee gestalte zouden gaan geven, troepenversterkingen zouden zijn voor het holisme. Het tegengestelde is gebleken. Het is exoterie die de klok slaat, een en al op het uiterlijk gerichte regels nakomen en implementeren en als het kan opleggen aan de hele maatschappij. Niet het kosmopolitische, het universele, het wereldburgerschap, geestelijke vrijheid en innerlijk leven wordt versterkt maar de oude dogmatische krachten worden versterkt. In plaats daarvan hebben we nu meer wij - zij indelingen tussen gelovigen en ongelovigen, mannen en vrouwen, hetero’s en homo’s, moslims en joden, plus een verhoogd percentage bejaardenovervallen gratis er bij.

Plus plus plus natuurlijk een druk tot politieke correctheid .........

Het is wat, vroeger was ik uitgeburgerd, tegenwoordig ben ik balend en bezorgd weer ingeburgerd.

Geen opmerkingen: